← België

Arrest 152593 - - 12/12/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.593 Rolnummer: A. 124495/XIV-11011 Zaak: Arrest 152593 - - 12/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-05 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-03 06:31 Fiche Arrest nr 152.593 van 12 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.593 van 12 december 2005 in de zaak A.124.495/XIV-11.011 In zake : Dinesh JOSHI, die woonplaats kiest bij Advocaat R. COLLIN, kantoor houdende te 6900 MARCHE-EN-FAMENNE, Avenue de la Toison d’Or 27 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dinesh JOSHI, geboren op 21 september 1976 en van Nepalese nationaliteit, op 25 juli 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 27 juni 2002 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 6 februari 2002 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op dezelfde datum; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 31 juli 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-11.011-1/3 Gelet op de beschikking van 26 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 30 november 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat R. COLLIN, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Attaché D. HANOULLE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit de samenlezing van de brieven van de Dienst Vreemdelingenzaken van 19 april 2005 en van 24 november 2005, die aan het tegenspreke- lijk debat werden onderworpen, blijkt dat de verzoekende partij reeds op 7 oktober 2002 het voorwerp heeft uitgemaakt van een afvoering van ambtswege; dat in de brief van 19 april 2005 wordt gepreciseerd dat de verzoekende partij is afgevoerd van de gemeenteregisters op 7 oktober 2002 met onbekende bestemming; dat bijgevolg de actuele woon- of verblijfplaats van de verzoekende partij onbekend is; Overwegende dat de voornoemde feitelijke vaststellingen niet worden weerlegd of tegengesproken door de Advocate van de verzoekende partij op de openbare zitting van woensdag 30 november 2005, zodat de verzoekende partij niet langer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang bij de door haar ingestelde vorderingen; dat de vorderingen bijgevolg onontvankelijk zijn, zoals hierna bepaald; dat deze exceptie van onontvankelijkheid ambtshalve door de Raad van State wordt opgeworpen, XIV-11.011-2/3 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf december tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET . D. MOONS. XIV-11.011-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.593 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.