← België

Arrest 152597 - - 12/12/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.597 Rolnummer: A. 108607/XIV-6040 Zaak: Arrest 152597 - - 12/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-05 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-03 06:32 Fiche Arrest nr 152.597 van 12 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.597 van 12 december 2005 in de zaak A. 108.607/XIV-

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat B. VRIJENS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 551 tegen :
  2. de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
  3. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 21 maart 1969 en van Bulgaarse nationaliteit, op 7 augustus 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 9 juli 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 juni 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op dezelfde datum; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 12 september 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; XIV-6040-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 26 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 30 november 2005 om 14.00 uur, en die op 10 november 2005 voor ontvangst werd ondertekend door de Advocaat van de verzoekende partij of door zijn aangestelde; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat B. VRIJENS verschijnt voor de verzoekende partij, van Attaché D. HANOULLE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit de brief d.d. 18 november 2005 van de Dienst Vreemdelingenzaken, die aan het tegensprekelijke debat werd onderworpen, blijkt dat de verzoekende partij is vertrokken “richting Bulgarije”; Overwegende dat ter zitting van woensdag 30 november 2005 niet is gebleken dat er nog enig contact was vóór de zitting tussen de verzoekende partij en haar Advocaat; Overwegende dat de vrijwillige terugkeer van een asielzoekster naar haar land van herkomst aantoont dat zij geen belang meer stelt in de procedures die zij aanhangig heeft gemaakt bij de Raad van State in verband met haar asielaanvraag; dat de verzoekende partij bijgevolg niet meer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang; dat de Advocate die ter zitting verschijnt zich gedraagt naar de wijsheid van de Raad van State, XIV-6040-2/3 BESLUIT: Artikel
  4. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf december tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-6040-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.597 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.