id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.747 Rolnummer: A. 99533/VII-34166 Zaak: Arrest 152747 - - 15/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-26 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 06:42 Fiche Arrest nr 152.747 van 15 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.747 van 15 december 2005 in de zaak A. 99.533/VII-34.
- In zake : Baudouin CAIRONI, die woonplaats kiest bij advocaat J. VAN BENEDEN, kantoor houdende te GENTBRUGGE, P.J. Triesthof 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Volksgezondheid. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Baudouin CAIRONI op 18 januari 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing dd. 12.12.2000 uitgaande van de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, waarbij hem in antwoord op zijn brief dd. 23 augustus 2000 kennis wordt gegeven van een weigeringsbeslissing terzake de vervanging van de titel Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 21 juni 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-34.166-1/9 Gelet op de beschikking van 27 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 november 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VAN BENEDEN, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat A. THIENPONT die, loco advocaat P. VLAEMMINCK verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Feiten Overwegende dat de feiten als volgt kunnen worden samengevat : Op 23 augustus 2000 schrijft de verzoeker aan de verwerende partij een brief met de volgende inhoud : "Betreft : CAIRONI Baudouin Geachte Mevrouw de Minister, Ik ben de raadsman van heer CAIRONI Baudouin, wonende te Ellezelles 46 B maar praticerend te Ronse aan de Zuidstraat
- Mijn voormelde cliënt geeft mij mandaat U te melden dat hij als omnipracticus, afgestudeerd aan de Universiteit Gent in 1978 als doctor in de Hij is in tegendeel van oordeel, dat ondanks de voortgezette opleiding van huisarts die recent werd ingevoerd en die hij overigens zelf weinig genegen is, geen enkele omnipracticus kan verplicht worden om deze nietszeggende titel te benutten. De titel Het lijkt mij derhalve dringend noodzakelijk een gemotiveerd advies uit te lokken over de wenselijkheid en opportuniteit om de titel van huisarts, toegekend bij Koninklijk Besluit dd. 25 november 1971 nog in de toekomst verder als enige correcte titel aan te wenden. Vraag is immers of de titel van huisarts de toetsing met de Belgische Grondwet en met de Europese regelgeving kan doorstaan. Meer bepaald lijkt het mij aangewezen juridisch te onderzoeken of de hierna volgende artikelen niet worden geschonden door een verplichtend gebruik van de mijns inziens misleidende titel van VII-34.166-2/9 het Franstalig landsgedeelte de terminologie Ook de Orde van Geneesheren wendt op haar lijsten frequent de afkorting Artikel 23 lid 3 Belgische Grondwet In de mate dat er een verplicht gebruik tot stand is gekomen door de terminologie huisarts en het niet mogen aanwenden van de benaming Aldus zijn de zeven studiejaren verworden tot een obligate overgangsfase voor een nadien aan te vatten specialisme-studie terwijl zowel historisch als ethymologisch de bedoeling voorlag een opleiding te waarborgen tot omnipracticus. Hierdoor werd een voldoende (bij de bevolking vooral in de jaren 70 trouwens hoog gewaardeerde) wetenschappelijk onderbouwde opleiding verworven in de op het diploma vermelde drie sectoren. De Franse term Artikel 8 lid 2 EVRM-verdrag juncto artikel 22 Belgische Grondwet Deze artikelen waarborgen het recht op eerbiediging van privé leven, dat zij als een fundamenteel recht en als peiler in een democratische samenleving situeren. Wanneer bij eenvoudig besluit - weze het een koninklijk besluit - een op 26-jarige leeftijd behaald universitair diploma kan De in dit artikel opgesomde uitzonderingen beogen een overmachtstoestand, waarin een Europese staat zich zou kunnen bevinden, wat in casu noch relevant noch toepasselijk zijn. Tenslotte dient gewezen op het (volk)misleidend karakter van de term Ten onrechte weliswaar leidt de patiënt en zijn familie hieruit logisch verder redenerend af, dat een bijstand in een ziekenhuis - met name pre- of postoperatief - niet zou toegelaten zijn, i.e. verboden minstens deontologisch onoorbaar of zelfs strafbaar zou zijn, quod non. Zelfs stervensbegeleiding en bijstand inzake bevalling wordt in deze optiek voor de omnipracticus in wezen totaal uitgesloten, terwijl dit in wezen allerminst is verboden en wat betreft mijn kliënt zelfs aangewezen is. Een stijgende criminaliteit waarmede men als Het is immers zo dat door de aangeklaagde degradatie de arts-patiëntenrelatie wordt scheef getrokken en de benaming VII-34.166-3/9 10.3.2000) uitwees in één geval op 3 nutteloos een huisarts op huisbezoek vragen. Aldus zal het niet de patiënt zijn die beslist, maar wel de huisarts die zich moet beraden over een gebeurlijk huisbezoek, dat in de visie van mijn kliënt een uitzondering hoeft te zijn. Het is immers niet zo onlogisch dat de term huisarts wordt geassimileerd met Ik wens dan ook huidig verzoek(schrift) te besluiten door te stellen dat een opwaardering door terminologie-verbetering zeker geen luxe is. De vastgestelde devaluering kan initieel door de voorgestelde wijziging van de beroepstitel worden omgebogen. Hierdoor kan zeker een eerste en misschien definitieve aanzet tot een verbeterd imago van de huisarts worden geleverd. Het is in deze context, Mevrouw de Minister, dat ik u om hoger vermelde juridische en feitelijke redenen, met aandrang verzoek de titel dringend af te schaffen en te vervangen door een correcte titel, bijvoorbeeld Voor zoveel als nodig, wens ik uw aandacht te vestigen op het feit dat huidig verzoekschrift wordt ingediend conform artikel 28 van onze Belgische Grondwet". De verwerende partij antwoordt met een brief van 12 december 2000 het volgende : "Mijnheer de Advocaat, Ik meld u de goede ontvangst van uw brief d.d. 23 augustus jl. die mijn bijzondere aandacht heeft gaande gehouden. De titel van specialisten die, al naar gelang van de discipline waarin zij zich bekwaamd hebben, een andere nomenclatuur hebben. Dit uitvoeringsbesluit kwam tot stand als gevolg van de wet van 19 december
- In de aanhef, zowel van de Richtlijn (86/457/EEG) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 september 1986 inzake een specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde, als van de Richtlijn 93/16/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 1993 ter vergemakkelijking van het vrije verkeer van artsen en de onderlinge erkenning van hun diploma's, certificaten en andere titels spreekt men van VII-34.166-4/9 Overigens wanneer een Belgische onderdaan met de bijzondere beroepstitel van huisarts of van geneesheer-specialist in een andere Lidstaat van de Europese Unie zijn medische activiteit wenst uit te oefenen, dient hij naast de titel van zijn bijzondere beroepsbekwaming, hetzij van huisarts, hetzij van geneesheer- specialist, zijn wetenschappelijke diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of dat van Volgens artikel 35ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, ingevoegd bij de wet van 10 december 1990, stelt de Koning de lijst van de bijzondere beroepsbekwamingen vast. Artikel 35quater van voornoemd besluit bepaalt dat De titel van huisarts is, zoals de titel van geneesheer-specialist, een bijzondere bekwaming die na het behalen van het diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde (de academische titel van doctor in de genees-, heel- en verloskunde werd bij dekreet van de Vlaamse Gemeenschap d.d. 05.04.1995 gewijzigd in het diploma van De bijzondere beroepsbekwaming van huisarts of van geneesheer-specialist in een bepaalde discipline doet niets af van de wetenschappelijke waarde van het diploma van doctor in de genees-, heel en verloskunde of van het huidige diploma van Dit is de bestreden akte;
- Ontvankelijkheid 2.
- Overwegende dat de partijen, met betrekking tot de ontvankelijkheid, het volgende aanvoeren : 2.1.
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij als tweede exceptie het volgende op : "Het antwoord van de Minister dd. 12.12.2000 maakt geen uitvoerbare beslissing uit. De uitvoerbare beslissing is de behandeling waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen in het leven te roepen of te beletten dat zij tot stand komen. De brief dd. 12.12.2000 kan bezwaarlijk als een uitvoerbare beslissing beschouwd worden, de inhoud ervan is immers beperkt tot gewone vaststellingen die geen enkel rechtsgevolg hebben. Die brief beperkt zich tot de vaststelling van het bestaan van wetteksten waaruit de betekenis en de geldigheid van de titel van huisarts blijkt. VII-34.166-5/9 In de rechtsleer wordt gesteld dat een dergelijke akte geen schade kan teweegbrengen en derhalve niet in aanmerking komt voor een annulatieberoep bij de Raad van State. (P. LEWALLE, Contentieux administratif nr. 298). Administratieve maatregelen die geen uitvoerbare kracht hebben en geen gevolg hebben voor de rechtstoestand van de verzoeker, komen niet in aanmerking voor vernietiging. (A. Mast o.c., nr. 853). Het is duidelijk dat in casu het antwoord van de Minister niet als een administratieve maatregel met uitvoerbare kracht kan beschouwd worden die gevolgen zou hebben voor de rechtstoestand van verzoeker. De inhoud van de brief van de Minister is louter van informatieve en uitleggende aard. De rechtstoestand m.b.t. zijn beroepstitel die verzoeker zou willen zien wijzigen werd dus niet gecreëerd door bovengenoemde brief van de Minister maar door de Wet van 19.12.1990 en het K.B. van 25.11.1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels, voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde met inbegrip van de tandheelkunde. Daaruit volgt dat het annulatieberoep van verzoeker eveneens onontvankelijk is omdat het niet gericht is tegen een uitvoerbare beslissing waaraan rechtsgevolgen zijn verbonden". 2.1.
- In zijn memorie van wederantwoord repliceert de verzoeker : "
- Het annulatieberoep zou niet gericht zijn tegen een uitvoerbare beslissing. 2.
- Vooreerst dient herinnerd aan het onmogelijk karakter om tijdig het KB nr. 78 10.11.1978 te bestrijden, nu verzoeker alsdan als niet afgestudeerde student geneeskunde (...) op dat ogenblik zeker niet het vereiste persoonlijk, laat staan het noodzakelijk actueel, belang bezat om tijdig gezegd Koninklijk Besluit aan te vechten. Ter attentie van het auditoraat wordt een bijkomend stuk (als nr. D geïnventa- riseerd) neergelegd, uitgaande van een laatstejaarsstudent U.G., die zich beklaagt over de gebrekkige opleiding onder meer inzake verloskunde en dit hoewel hij nochtans het diploma zal halen, waarin het Verzoeker kon immers niet tijdens zijn studie ondervinden wat de nadelen waren van het gebruik van de titel huisarts, noch veronderstellen dat de bevoegde minister meer dan 30 jaar later obstinaat zou weigeren enig wettelijk initiatief te nemen om een door haar niet betwiste discriminatie binnen het 2.
- Niet onbelangrijk is dat de gewraakte weigeringsbeslissing : 1/ niet uitgaat van het kabinet van de minister en 2/ een weigeringsbeslissing bevat. Immers de ministeriële dienst die het gewraakte schrijven opstelt en verzendt, is genaamd In het gewraakt schrijven - weliswaar door de kabinetschef van de minister ondertekend bij afwezigheid van de minister - wordt nergens gesteld als zouden de beweringen van verzoeker niet griefhoudend zijn, noch dat zij niet onder de bevoegdheid van de aangeschrevene en (bij procuratie) antwoordende minister zouden ressorteren. Conclusie : het antwoordschrijven is een administratief stuk (eenzijdige rechtshandeling) waarin een standpunt is verwoord, dat bijgetreden wordt door de bevoegde federale minister, waaruit met zekerheid kan en moet afgeleid worden dat geen enkel initiatief te verwachten valt noch vanuit het kabinet van VII-34.166-6/9 deze minister bevoegd voor 2.
- In tegenstelling tot verweerders bewering werd de gewraakte titel van 10.11.1967 en nadien in geciteerde daaropvolgende wettelijke akten bekrachtigd. De aangevochten mededeling bij brief van de terzake bevoegde Minister, die zich hierbij kennelijk steunt op haar eigen administratie, is te aanzien als een weigeringsbeslissing om welkdanig initiatief te nemen om aan een niet betwist nadeel een einde te stellen. Deze weigeringsbeslissing maakt daarenboven geen melding van de thans opgeworpen laattijdigheid of van het feit dat het om een niet uitvoerbare beslissing handelt. Het behoort niet aan verzoeker als individueel geneesheer tegen elke wettekst - waarbij een hem storende titel wordt bekrachtigd en herhaald - bezwaar aan te tekenen, maar wel tijdig bezwaar aan (te) tekenen tegen de weigering van zijn verzoek tot herziening of wettelijk initiatiefname hiertoe. 2.
- Ook het stilzitten van de overheid is recent erkend als een te bestrijden individuele In haar basiswerk (deel III hoofdstuk 2) stelt deze auteur onomwonden de bevoegdheid vast van de Raad van State terzake een dergelijk Conclusie Verweerder heeft in zijn memorie derhalve niet aangetoond op welke gronden de gewraakte weigeringsbeslissing ten opzichte van verzoeker genomen, niet zou beantwoorden aan de definitie van 2.1.
- In zijn laatste memorie betoogt de verzoeker nog : "Conclusie : door in haar brief dd. 12.12.2000 in hoofding expliciet te verwijzen naar de ontvangen individuele Deze negatieve benadering kan niet anders dan als een weigeringsbeslissing worden geïnterpreteerd, die uiteraard vatbaar is voor een administratief beroep. Immers kan niet worden ontkend dat door het nemen van de aangevochten beslissing een individuele vraagstelling negatief wordt benaderd en dienvolgens de huidige rechtstoestand behoudt of minstens tot doel heeft 2.1.
- De verwerende partij voegt in haar laatste memorie toe : "De verzoekende partij stelt in zijn laatste memorie dat de antwoordbrief van 12 december 2000 de individuele vraagstelling negatief benadert en derhalve VII-34.166-7/9 huidige rechtstoestand behoudt of minstens tot doel heeft Uiteraard is deze redenering totaal fout, de uitleggende antwoordbrief van de Minister van Volksgezondheid kan onmogelijk die beweerde rechtsgevolgen hebben, met name het behouden van de rechtstoestand of minstens een zodanige wijziging te beletten. De rechtstoestand is er gewoon ingevolge het van kracht zijn van het K.B. dd. 25.11.1991 waarbij de beroepstitel van huisarts werd vastgesteld en kan in ieder geval niet gewijzigd worden ingevolge een gewone antwoordbrief van de minister aan een individuele persoon die een vraag stelt. Het K.B. d. 25.11.1991 kan enkel gewijzigd worden door een wet of een K.B. van latere datum die de inhoud ervan uitdrukkelijk zou wijzigen"; 2.
- Bespreking Overwegende dat, om ontvankelijk te zijn, het annulatieberoep moet gericht zijn tegen een uitvoerbare administratieve rechtshandeling, dit is een handeling waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen in het leven te roepen of te beletten dat zij tot stand komen, waarbij met andere woorden wordt beoogd wijzigingen aan te brengen in een bestaande rechtsregel of rechtstoestand of een zodanige wijziging te beletten; dat de bestreden beslissing dus uit zichzelf rechtsgevolgen moet sorteren; Overwegende dat de verzoeker met zijn brief van 23 augustus 2000 aan de verwerende partij de vraag stelt of de titel van "huisarts" nog wel als een correcte titel kan worden aangewend in het licht van de bepalingen van de Belgische Grondwet en de Europese regelgeving, dat die titel volgens de verzoeker niet de titel dekt die voorkomt op zijn diploma, namelijk "doctor in de genees-, heel- en verloskunde" en dat hij vraagt de titel van "huisarts", zoals ingevoerd en beschermd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991, "dringend af te schaffen en te vervangen door een correcte titel als Overwegende dat de bestreden brief op zichzelf geen wijzigingen teweegbrengt aan de rechtstoestand van de verzoeker, ook niet in zoverre eruit kan worden afgeleid dat de verwerende partij niet van plan is enig initiatief te nemen om te komen tot een wijziging van de regelgeving op het vlak van de titulatuur van de huisartsen; dat die brief geen rechtsgevolgen sorteert, en dus geen voor vernietiging vatbare uitvoerbare rechtshandeling is; dat de exceptie derhalve gegrond is, en de vordering niet ontvankelijk, BESLUIT: VII-34.166-8/9 Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien december tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-34.166-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.747 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.