id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.748 Rolnummer: A. 164631/VII-34365 Zaak: Arrest 152748 - - 15/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-26 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 06:42 Fiche Arrest nr 152.748 van 15 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.748 van 15 december 2005 in de zaak A. 164.631/VII-34.
- In zake : de b.v.b.a. ALL SELL, die woonplaats kiest bij advocaat P. LEENDERS, kantoor houdende te TONGEREN, Elfde Novemberwal 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. ALL SELL op 25 juli 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 23 mei 2005 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij het beroep dat de verzoekende partij had ingesteld tegen het besluit van 25 november 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg houdende de weigering van de vergunning voor het exploiteren van een bevoorradingsstation voor vrachtwagens en aanhorigheden, gelegen aan de Nijverheidslaan 1583 te Opglabbeek, ongegrond wordt verklaard en de bestreden beslissing wordt bevestigd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 25 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 november 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; VII-34.365-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat N. LUCAS die, loco advocaat P. LEENDERS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. DE CONINCK die, loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. SOURBRON; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak in de huidige stand van het geding als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij exploiteert een bevoorradingsstation voor vrachtwagens aan de Nijverheidslaan 15 te Opglabbeek. 1.
- Op 18 april 1998 verleent de Vlaamse minister van Leefmilieu in beroep een milieuvergunning voor het bevoorradingsstation en zijn aanhorigheden. De stedenbouwkundige vergunning voor "het bouwen van een bevoorradingsstation voor eigen vrachtwagens en het verbouwen van een industrie- gebouw" wordt zowel door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Opglabbeek als door de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg, respectievelijk op 12 januari 2001 en 20 juni 2001, geweigerd. Deze weigering blijkt niet te zijn aangevochten voor de Raad van State. 1.
- Lastens de exploitant zijn over een periode van meerdere jaren verschillende processen-verbaal opgesteld wegens inbreuken op het milieuvergun- ningsdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten alsook wegens bouwovertredingen. 1.
- Op 16 juni 2004 dient de verzoekende partij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg een nieuwe milieuvergunningsaanvraag in voor de activiteiten die ter plaatse ontplooid worden. Tot het voorwerp van de aanvraag behoren in concreto : - het lozen in de openbare riolering van in totaal 1,1 m³/uur - 5 m³/dag - 1.475 m³/per jaar bedrijfsafvalwater; - het lozen in de openbare riolering van maximaal 0,1 m³/uur - 0,3 m³/dag - 60 m³/jaar normaal huishoudelijk afvalwater; VII-34.365-2/5 - een stelplaats voor maximaal 30 vrachtwagens en hun aanhangwagens; - een wasplaats voor het wassen van maximaal 10 vrachtwagens per dag; - een compressor met een vermogen van 7 kW; - twee bovengrondse dubbelwandige houders voor de opslag van diesel en stookolie (elk 20.000 liter) en twee bovengrondse dubbelwandige houders voor de opslag van stookolie voor de verwarming (elk 1.000 liter); - de opslag van 400 liter olie in twee vaten van elk 200 liter; - twee verdeelslangen voor diesel en brandstof; - de opslag van 200 liter antivries, 200 liter koelvloeistof, 200 liter ruitensproeistof en 200 liter smeerolie in kleine recipiënten. 1.
- Bij besluit van 25 november 2004 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg de gevraagde vergunning. De weigeringsbeslissing steunt onder meer op stedenbouwkundige motieven. 1.
- Met een op 24 december 2004 gedateerd schrijven stelt de verzoekende partij bij de Vlaamse minister van Leefmilieu beroep in tegen de voormelde beslissing. 1.
- Met het bestreden besluit van 23 mei 2005 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur wordt het beroep ongegrond verklaard en wordt de bestreden vergunningsweigering bevestigd;
- Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn; 3.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; VII-34.365-3/5 3.2.1.
- Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoekende partij aanvoert : "De enige commerciële activiteit die verzoekster uitvoert is deze van dienstverlener voor het transportbedrijf JUPITER NV en de hiermee gelieerde transportbedrijven die voor haar rekening internationaal vervoer, hoofdzakelijk fruit en groenten, doen. De kernactiviteit die hiermee gepaard gaat is de uitbating van een brandstofverdeelstation voor diesel (vrachtwagens) en voor stookolie (koelinstallaties vrachtwagens). In de rand hiervan vangt verzoekster voor rekening van JUPITER en haar internationale transportbedrijven, eveneens de buitenlandse - voornamelijk Turkse - chauffeurs op en biedt hen aangepaste koopwaren en (verpakte) voedingsproducten aan almede de mogelijkheid om zich in eigen cultuur/taal (zitruimte, Turkse zenders etc.) te ontspannen. Daarnaast worden deze chauffeurs bijgestaan bij hun administratieve beslommeringen in een vreemd land en wordt assistentie geboden bij ongevallen en andere problemen. Deze personeelsleden dienen hiervoor niet te betalen gezien alles op periodieke basis verrekend wordt met hun werknemers/opdrachtgevers. Zowel qua omzet als qua aantrekkingspool voor de vermelde internationale transportbedrijven, vormt de brandstofverdeling de kern van de ter plaatse uitgevoerde handelsactiviteiten van verzoekster. Zonder deze zouden de aanvullende dienstverleningen wegvallen. De afwijzing van het hoger beroep tegen de weigering door de Bestendige Deputatie van de Provincie Limburg van de milieuvergunning, brengt als zodanig het voortbestaan zelf van verzoekster en haar handelsactiviteiten in onmiddellijk en ernstig gevaar. Gezien de procedure voor de (her-)aanvraag van de bouwvergunning - gekoppeld aan de milieuvergunning - die nog lopende is en : Gezien de noodzaak om ten aanzien van haar cliënteel op zeer korte termijn duidelijk te maken dat in deze - zie hierna - een dergelijke ernstige vergissing werd begaan door de bevoegde administratieve overheid (als het ware een materiële vergissing betreffende de draagwijdte van de geldende plannen van aanleg) : Is het ten zeerste aangewezen dat de Raad van State, door middel van de gevraagde schorsing, ten aanzien van alle betrokken partijen duidelijk maakt dat er wel degelijk ernstige redenen zijn om de voorliggende, bestreden beslissing nu reeds te schorsen. Ook al zou zulks, tijdelijk, de eerdere weigeringsbeslissing in eerste aanleg terug in voege doen treden. Op zich géén nadeel voor verzoekster omdat de beslissing in beroep louter een bevestiging uitmaakt van deze weigering"; 3.2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij hierop repliceert dat het bevoorradingsstation reeds enige tijd zonder de vereiste milieuvergunning wordt geëxploiteerd en dat de verzoekende partij geen rechten kan putten uit die illegale situatie, dat de bewering dat de verzoekende partij in haar voortbestaan bedreigd wordt niet met concrete gegevens en stukken wordt gestaafd, en dat niet wordt aangetoond dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing enig nuttig effect kan opleveren voor de verzoekende partij; VII-34.365-4/5 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partij ingevolge het vervallen van de milieuvergunning voor haar inrichting ten gevolge van de definitieve weigering van de daarmee overeenstemmende stedenbouwkundige vergunning (artikel 5, § 2, derde lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning), sinds 20 juni 2001 die inrichting niet meer vermag uit te baten, bij gebrek aan de daartoe vereiste milieuvergunning (artikel 4 van het Milieuvergunningsdecreet) ; dat de nadelen gepaard gaande met de stopzetting van de activiteiten van de verzoekende partij dan ook voortvloeien uit haar eigen onwettig handelen ; dat het administratief kort geding niet is ingesteld om een onwettige feitelijke toestand te bestendigen in afwachting van een uitspraak over het bodemgeschil ; dat de verzoekende partij, geconfronteerd met een auditoraatsverslag waarin op grond van het hiervoor uiteengezette tot de verwerping van de vordering wordt geconcludeerd, die argumentatie ter terechtzitting helemaal niet heeft betwist ; dat aan de desbetreffende schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien december tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-34.365-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.748 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.992 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.