id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.754 Rolnummer: A. 80593/VII-17240 Zaak: Arrest 152754 - - 15/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-23 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 06:43 Fiche Arrest nr 152.754 van 15 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.754 van 15 december 2005 in de zaak A. 80.593/VII-17.
- In zake :
- Karel WOUTERS,
- Suzanna VAN DIJCK-JANSSENS,
- Roger VANWESEMAEL,
- Wilfried GILIS, die woonplaats kiezen bij Advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te GENT, Voskenslaan 301 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. LANGE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Schermersstraat 30 tussenkomende partij : de n.v. AMOCO CHEMICAL BELGIUM, thans de n.v. BP CHEMBEL, die woonplaats kiest bij Advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Karel WOUTERS, Suzanna VAN DIJCK-JANSSENS, Roger VANWESEMAEL en Wilfried GILIS op 8 oktober 1998 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minster van leefmilieu en tewerkstelling van 24 juli 1998 waarbij aan de n.v. AMOCO CHEMICAL BELGIUM, met zetel aan de Amocolaan 2 te 2440 Geel een vergunning wordt verleend voor de uitbreiding van de fabriek met een para- xyleeneenheid (PX-eenheid), op terreinen gelegen te Laakdal en Geel; Gelet op het arrest nr. 79.122 van 4 maart 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-17.240-1/6 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de eerste en de vierde verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 6 september 1999; Gelet op de beschikking van 14 september 1999 die de tussen- komst van de n.v. AMOCO CHEMICAL BELGIUM, thans de n.v. BP CHEMBEL toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 11 april 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 6 oktober 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 10 november 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat Gw. VERMEIRE, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat J. PEETERS die, loco Advocaat H. LANGE verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat Th. EYSKENS die, loco Advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de tussen- komende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT ; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-17.240-2/6
- Het beroep in zoverre het werd ingediend door de tweede en derde verzoekende partij Overwegende dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerleg- ging van het bestreden besluit werd verworpen bij arrest nr. 79.122 van 4 maart 1999; dat de tweede en derde verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat dienvolgens wat hen betreft, overeenkomstig artikel 17, § 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de afstand van het geding wordt vastgesteld;
- De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 2.
- Verzoekers zijn omwonenden van het bedrijf AMOCO CHEMI- CAL BELGIUM n.v.,thans de n.v. BP CHEMBEL, gevestigd te Geel, Amocolaan
- 2.
- De tussenkomende partij krijgt op 28 december 1972 een vergunning voor de exploitatie van een chemisch bedrijf, voor een termijn verstrij- kend op 28 december
- Nadien volgden nog diverse vergunningen voor de uitbreiding van het bedrijf. 2.
- De tussenkomende partij dient op 25 juli 1997 een milieuvergun- ningsaanvraag in voor de toevoeging van een para-xyleeneenheid, uitbreiding van de OSBL eenheid en uitbreiding van het lozingsdebiet van het bedrijfsafvalwater. Op 29 januari 1998 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen de gevraagde vergunning voor het veranderen van de inrichting, en dit voor een termijn eindigend op 28 december
- 2.
- Tegen dit vergunningsbesluit worden 13 administratieve beroepen ingesteld door omwonenden. 2.
- Nadat in het kader van de beroepsprocedure een reeks adviezen werden uitgebracht die alle principieel gunstig waren, behoudens het advies van de Vlaamse Milieumaatschappij dat gedeeltelijk gunstig is, wordt op 24 juli 1998 de VII-17.240-3/6 thans bestreden beslissing genomen : de beroepen worden ongegrond verklaard en het in eerste aanleg genomen deputatiebesluit wordt bevestigd;
- De ontvankelijkheid van het annulatieberoep, ingediend door de eerste en de vierde verzoeker 3.
- Overwegende dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat de bestreden milieuvergunning voor de uitbreiding van de inrichting is verstreken op 28 december 2002, zijnde de einddatum van de termijn van de basisvergunning; dat een vernietiging van die vergunning de verzoekende partijen als omwonenden, die overigens een aan de tussenkomende partij verleende nieuwe milieuvergunning niet hebben aangevochten, geen rechtstreeks voordeel meer kan opleveren; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie in essentie nog doen gelden dat in geval de Raad van State geen uitspraak zou doen over hun annulatieberoep, zij “verstoken blijven van een toegang tot de rechter, hen toegekend krachtens onder meer art. 13 en 160 Grondwet en art. 8 EVRM”; dat zij erop wijzen dat zij nog een belang hadden op het ogenblik dat zij hun verzoekschrift indienden en dat het hen niet persoonlijk kan worden aangerekend dat de vergunning meer dan 3 jaar na de laatste procedurestap vervallen is; dat zij er nog aan toevoegen dat de vordering ab initio gegrond was; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partijen geen nadere concretise- ring verschaffen aangaande de genoegdoening die een vernietiging van de bestreden verstreken milieuvergunning hen zou verschaffen; dat, voor zover het voordeel dat de verzoekende partijen in wezen nastreven er zou in bestaan om de bestreden beslissing door de Raad van State onwettig te horen verklaren, dergelijk belang geen belang is dat verbonden is aan het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde en als dusdanig een onrechtstreeks belang is; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie er ten onrechte van uitgaan dat het belang alleen moet beoordeeld worden op het ogenblik van het instellen van het beroep; dat het belang ook ten tijde van de uitspraak moet aanwezig zijn; dat het recht op toegang tot de rechter niet inhoudt dat een rechter het rechtens vereiste belang van een vordering niet moet beoordelen; dat indien de omstandigheden zo geëvolueerd zijn dat er geen recht meer kan worden gedaan, een rechter dit ook dient vast te stellen; VII-17.240-4/6 Overwegende dat gelet op wat voorafgaat , het beroep onontvan- kelijk is; dat, evenwel, gelet op de omstandigheden van de zaak, en gelet op het feit dat het beroep initieel niet kennelijk onontvankelijk of ongegrond werd bevonden, het gepast voorkomt de kosten van het beroep, ingediend en voortgezet door eerste en vierde verzoeker, ten laste te leggen van de verwerende partij, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 694,12 euro, komen voor de helft ten laste van het Vlaamse gewest, en ten laste van de tweede en derde verzoekende partij, elk voor een vierde. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van het Vlaamse gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-17.240-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien december tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-17.240-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.754 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.79.122 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.