← België

Arrest 152946 - - 20/12/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.946 Rolnummer: A. 168328/XII-4596 Zaak: Arrest 152946 - - 20/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-22 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-03 06:57 Fiche Arrest nr 152.946 van 20 december 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.946 van 20 december 2005 in de zaak A. 168.328/XII-

  1. In zake : de NV SITA RECYCLING SERVICES, die woonplaats kiest bij advocaat B. Martens, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 106 tegen : de STAD ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Coen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 a. tussenkomende partij : de NV VAN GANSEWINKEL, die woonplaats kiest bij advocaten C. De Wolf en K. Beké, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Sita Recycling Services op 2 december 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van Antwerpen [...] dd. 18 november 2005 om de opdracht voor het ophalen en verwerken van klein gevaarlijk afval op het grondgebied van de stad Antwerpen toe te wijzen aan Van Gansewinkel NV”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 december 2005, om 10.30 uur; XII-4596-1/7 Gezien het verzoekschrift van 12 december 2005 waarbij de NV Van Gansewinkel vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaten B. Martens en W. Vandenberghe, die verschijnen voor de verzoekende partij, van advocaat Chr. Coen, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaten C. De Wolf en K. Beké, die verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in een enig middel de schending inroept van de “motiveringsplicht dat opgenomen is in : - artikel 80, §1, 3/ van het Koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken; - de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen en - algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, zijnde de materiële motiveringsplicht”; dat de verzoekende partij het middel ontvankelijk acht, omdat haar “ten onrechte 13 punten werd ontnomen, terwijl zij bij de eindscore slechts 10.61 punten minder heeft dan de uiteindelijk weerhouden inschrijver”; XII-4596-2/7 dat zij vervolgens de ernst van het middel poogt aan te tonen, door te stellen dat de analyse die de verwerende partij heeft verricht in het kader van de gunnings- procedure, behept is met “substantiële onjuistheden”; dat zij daarbij de toekenning van punten bij een aantal deelcriteria aan kritiek onderwerpt; Overwegende dat, in zoverre het middel zich steunt op schending van verplichtingen tot formele motivering, het niet ernstig is; dat immers het doel van dergelijke verplichtingen erin bestaat, een belanghebbende in staat te stellen terdege te oordelen of het zin heeft zich tegen de beslissing op het vlak van de motieven te verweren met de middelen die het recht hem ter beschikking stelt en de verzoekende partij door haar detailkritiek op de wijze van puntentoekenning en dus van motivering, ervan blijk geeft de motieven te kennen zodat het doel van die verplichtingen lijkt te zijn bereikt; dat het middel dientengevolge enkel nog wordt onderzocht in zoverre het de materiële motieven bekritiseert; Overwegende dat de in het geding zijnde opdracht volgens de procedure van de algemene offerte-aanvraag werd toegewezen, de vier inschrijvingen, waaronder deze van de verzoekende en deze van de tussenkomende partij, alle werden onderzocht aan de hand van de onderscheiden gunningscriteria; dat deze gunningscriteria in het bestek (blz. 13-14) als volgt zijn beschreven : “
  3. manier van ophaling, veiligheid, opslag en verwerking : 45 punten (cfr. art. 11, nr. 4) / de uitrusting ter plaatse en verwerking bij andere firma’s / degelijkheid, orde en netheid van de voorgestelde opslagplaatsen en verwerkingseenheden / technische kwaliteiten van de inzameling / competentie en ervaring van het voor deze opdracht ingezette personeel / veiligheid
  4. prijs: 35 punten
  5. het voor deze opdracht ingezette wagenpark: 20 punten (cfr. art. 11, nr. 5) / inzet van de voertuigen / beschrijving van de voertuigen / aantal voertuigen / veiligheid voertuigen”; XII-4596-3/7 dat deze criteria in het gunningsverslag als volgt nader worden gespecificeerd en gekwantificeerd : A.
  6. De uitrusting ter plaatse en verwerking bij andere firma’s 45 punten A.1.
  7. Aantal afvalstromen 1 punt A.1.
  8. De uitrusting ter plaatse Stockeren 2 punten Conditionering 2 punten Laboratoriumtesten 2 punten A.1.
  9. Verwerking bij andere firma’s Verbranden 1 punt Recycleren 3 punten A.
  10. Degelijkheid, veiligheid, orde en netheid van de voorgestelde overslagplaatsen en verwerkingseenheden 15 punten A.2.
  11. Plan van de installaties 2 punten A.2.
  12. Afstand (ingeval van dringende interventie) 5 punten A.2.
  13. Degelijkheid en veiligheid van de verwerking 8 punten en stockage (eventueel bij derden), werkplan A.
  14. Technische kwaliteit van de inzameling 6 punten A.3.
  15. Mogelijkheid tot eenduidige identificatie van 3 punten onbekende producten A.3.
  16. Bewerkingen in de chemokar 3 punten A.
  17. Competentie en ervaring van het tewerkgesteld personeel 6 punten A.
  18. Veiligheid tewerkgesteld personeel 7 punten B. Prijs 35 punten De inzameling en verwerking/prijs per ton C. Wagenpark 20 punten C.
  19. Inzet van de voertuigen 5 punten C.
  20. Beschrijving van de voertuigen 5 punten C.
  21. Aantal van de voertuigen 5 punten C.
  22. Veiligheid van de voertuigen 5 punten; Overwegende dat de verzoekende partij betreffende criterium A.1.
  23. (laboratoriumtesten) betoogt dat in het gunningsverslag wordt gesteld dat zij over geen laboratorium beschikt, maar bij de bespreking onder criterium A.3.2 daarentegen wordt vermeld dat zij wel een uitgebreid laboratorium heeft, namelijk te Sint-Niklaas en dat zij daarvan alsook van een “klein laboratorium te Gent “in haar XII-4596-4/7 offerte gewag heeft gemaakt, zodat ze twee punten had moeten ontvangen bij de beoordeling aan de hand van dit criterium; Overwegende dat de verwerende partij tegenwerpt dat de verzoekende partij veronachtzaamt dat het betrokken subcriterium thuishoort onder criterium A.1.2., namelijk de “uitrusting ter plaatse”, dat in de offerte van de verzoekende partij gesteld wordt dat de site Antwerpen-Luythagen zal worden gebruikt waar geen laboratorium aanwezig is, dat het laboratorium te Sint-Niklaas niet bij de “uitrusting ter plaatse hoort”, maar bij criterium A.3.
  24. wel ter sprake kon komen in een andere context die niets van doen heeft met de lokale inplanting en ten slotte dat gebrek aan plaatselijke analysemogelijkheden leidt tot grotere hoeveel- heden onbekenden die dan op hun beurt moeten worden verbrand; Overwegende dat het verweer in de huidige stand van de procedure wordt bijgevallen; dat de verzoekende partij de twee voorziene punten terecht niet lijkt te hebben verkregen; Overwegende dat de verzoekende partij betreffende criterium A.2.
  25. (degelijkheid en veiligheid van de verwerking en stockage, werkplan) doet gelden dat de tussenkomende partij het maximaal aantal punten, namelijk 8, verkrijgt en zijzelf slechts 6, en zulks enkel op grond van het feit dat de reiniging en het inpakken van recipiënten bij de tussenkomende partij geautomatiseerd verloopt, wat geen pertinent gegeven is; Overwegende dat de verwerende partij tegenwerpt dat in de eerste plaats in het gunningsverslag ook een tweede element, namelijk een vernieuwd blussysteem de tussenkomende partij een hogere quotering bezorgde en dat voorts een geautomatiseerd proces menselijke vergissingen uitschakelt en minder risico’s inhoudt voor het personeel omdat bij reiniging van recipiënten voor klein gevaarlijk afval soms gevaarlijke chemische reacties kunnen ontstaan; dat de tussenkomende partij daar nog aan toevoegt dat haar volautomatische wasinstallatie ook tot een milieuvriendelijker verwerking bijdraagt; Overwegende dat dit verweer de Raad van State ertoe leidt in de huidige stand van de procedure niet aan te nemen dat het verschil van twee punten bij criterium A.2.
  26. niet op deugdelijke motieven berustte; XII-4596-5/7 Overwegende dat de verzoekende partij nog andere quoteringen aan kritiek onderwerpt omdat zij er in haar middel van uitgaat dat haar ten onrechte 13 punten werden “ontnomen”; dat het verschil tussen de eindquotering van de tussenkomende partij en haar eigen quotering (85,2 - 74,59 =)10,61 punten bedraagt; dat hiervoor is vastgesteld dat de verzoekende partij bij de criteria A.1.
  27. en A.2.
  28. telkens de verhoopte twee punten terecht toch niet verkreeg; dat de verzoekende partij aldus, zelfs als de (13-4=) 9 andere punten die zij ambieert, aan haar resultaat zouden worden toegevoegd, nog maar maximaal (74,59 + 9 =) 83,59 punten zou hebben, hetgeen nog minder is dan de 85,2 punten van de tussenkomende partij; dat zij aldus bij de andere onderdelen van haar middel, waarin zij de quotering aan de hand van andere criteria dan de twee voornoemde bekritiseert, geen belang meer lijkt te hebben ; dat het middel aldus in zijn geheel niet ernstig is; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden die vervuld moeten zijn wil de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
  29. Het verzoek tot tussenkomst van de NV Van Gansewinkel in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
  30. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  31. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-4596-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig december 2005, door : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-4596-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.946 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.