id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.116 Rolnummer: A. 168623/XII-5996 Zaak: Arrest 153116 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 22/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-03 07:01 Fiche Arrest nr 153.116 van 22 december 2005 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.116 van 22 december
- in de zaak A. 168.623/X-12.
- In zake : Marcel HOREMANS, die woonplaats kiest bij Advocaat Ch. VANGEEL, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Plantin & Moretuslei 12 tegen : de stad MORTSEL. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marcel HOREMANS op 16 december 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van "de beslissing van 5 december 2005 van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Mortsel waarbij goedkeuring wordt gehecht aan het advies van de stedelijke mobiliteitscel van 17 november 2005 om als tijdelijke maatregel en bij wijze van proef 19 parkeerplaat- sen bij te creëren op de bestaande, verharde wegenis van de 'Green Gardens'"; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 december 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaten Ch. VANGEEL en S. VERBIST die verschijnen voor verzoeker en van Advocaat E. GIJBELS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. DE SOMERE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-12.619-1/6
- Overwegende dat de verzoeker eigenaar en bewoner is van een appartement in een van de vier flatgebouwen die deel uitmaken van het Domein "Green Gardens"te Mortsel, aan de Drabstraat; Overwegende dat voor het genoemde domein een bijzonder plan van aanleg "Drabstraat" is opgemaakt, definitief aangenomen door de gemeenteraad van de verweerster op 30 mei 2000 en goedgekeurd bij ministerieel besluit van 9 oktober 2002; dat artikel 4, A, van de bijzondere bepalingen van dit bijzonder plan van aanleg voorziet in een bijzondere woonprojectzone, waarin de oprichting van vijf vrijstaande meergezinswoningen met elk maximum 15 woongelegenheden is toegestaan; dat de ontsluiting van de woonprojectzone moet gebeuren via de Drabstraat, en dat de meergezinswoningen zich situeren "rond een verkeersarme straat met pleinvorming"; dat artikel 15, A, van de bijzondere bepalingen de ontsluitingswegen en de verkeersarme straten en pleinen bestemt als openbaar domein; dat dit artikel voorts bepaalt dat de verkeersarme straten en pleinen en de ontsluitingswegen een verkeers- en erffunctie vervullen, waarbij als ontwerpcriterium een maximale rijsnelheid van 30 km per uur te voorzien is; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van de verweerster bij besluit van 2 december 2002 een stedenbouwkundige vergunning heeft afgegeven voor de bouw van 60 appartementen, verdeeld over vier apparte- mentsgebouwen met elk 15 appartementen, en voor de aanleg van de wegenis voor de ontsluiting van die vier appartementsblokken; dat de appartementsgebouwen volgens het bouwplan bereikbaar zijn via een centrale verkeersarme binnenstraat; dat er in elk gebouw een ondergrondse parking is; dat de site volgens de beschrijving ervan is ontworpen als een "zone 30", die in principe enkel gebruikt wordt door de bewoners van de appartementen; dat in verband met de verkeerssituatie nog wordt opgemerkt dat het doorgaand verkeer gemeden wordt en de frequentie van gemotoriseerd verkeer wordt geminimaliseerd, dat de Drabstraat, grenzend aan het domein, overvloedig voorzien is van parkeerplaatsen voor de bezoekers, en dat op het terrein zelf slechts in vier parkeerplaatsen wordt voorzien, bedoeld voor laden en lossen, voor gehandicapten en voor hulpdiensten; dat een van de voorwaarden waaronder de vergunning wordt afgegeven, erin bestaat dat voldaan moet worden aan het advies van de verkeerspolitie, die heeft voorgesteld de straat als woonerf in te richten; X-12.619-2/6 Overwegende dat uit de gegevens van het dossier blijkt dat aan de wegenis rond de appartementsgebouwen aanvankelijk het statuut van "zone 30" is gegeven; dat de burgemeester van de verweerster bij schrijven van 16 juni 2005 aan alle bewoners mededeelde dat om veiligheidsredenen en op verzoek van een aantal bewoners de wegenis voortaan zou worden ingericht als woonerf; dat het parkeren daardoor verboden zou zijn, behalve op de enkele plaatsen (vier) waar zulks uitdrukkelijk toegestaan zou worden; dat, niettegenstaande deze regeling (die niet het voorwerp lijkt te hebben uitgemaakt van een politiereglement), wagens nog steeds in de binnenstraat geparkeerd werden, ook buiten de plaatsen waar zulks toegestaan was; dat, aangezien de verweerster vaststelde dat het parkeren op het woonerf "nog niet optimaal" verliep, zij het initiatief nam om de bewoners uit te nodigen tot een overlegvergadering op 14 november 2005; dat de mobiliteitsambtenaar van de verweerster aan de aanwezigen een plan voorlegde, dat voorzag in 19 bijkomende bovengrondse parkeerplaatsen; dat dit plan op gemengde gevoelens werd onthaald, nu sommige bewoners meer plaatsen wensten en andere bewoners wensten dat niet geraakt zou worden aan de enkele maanden tevoren ingevoerde regeling; dat de stedelijke mobiliteitscel in zijn vergadering van 17 november 2005 het voorstel bijviel om op de bestaande wegenis in 19 bijkomende parkeerplaatsen te voorzien, welke door het schilderen van parkeervakken gemarkeerd zouden worden; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen op 5 december 2005 beslist heeft om: "Goedkeuring te hechten aan het advies van de Stedelijke Mobiliteitscel van 17 november 2005 om als tijdelijke maatregel en bij wijze van proef 19 parkeerplaatsen bij te creëren op de bestaande, verharde wegenis van de 'Green Gardens'. De nieuwe situatie zal opgevolgd worden en eventueel worden bijgestuurd. Tegen uiterlijk 1 juni 2006 zal de bevoegde dienst hieraangaande een evaluatieverslag aan het college voorleggen. Door de bewoners zal er een werkgroep worden opgericht die contact zal houden met de mobiliteits- ambtenaar"; Overwegende dat deze laatste beslissing het voorwerp vormt van de voorliggende vordering;
- Overwegende dat de verzoeker aanvoert dat hij op 15 december 2005 van de mobiliteitsambtenaar van de verweerster heeft vernomen dat de bevoegde diensten de parkeermarkering zullen aanbrengen zodra de weersomstandigheden dit toelaten; X-12.619-3/6 Overwegende dat op grond van dit door de verweerster niet betwiste gegeven kan worden aangenomen dat er uiterst dringende noodzakelijkheid is, in de zin van artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen nadeel kan berokkenen;
- Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoeker uiteenzet dat het groene en verkeersarme karakter van het binnenplein van het bijzondere woonproject een essentieel en primordiaal kenmerk is van het project, dat de binnenruimte juridisch geconcipieerd werd als een groene oase, dat de uitvoering van het bestreden besluit het groen en verkeersvrij karakter van de binnenruimte onmiddellijk zou aantasten, dat de verzoeker door het verlies van het genot van een groen en verkeersvrij binnenplein een ernstig nadeel lijdt; dat de verzoeker voorts uiteenzet dat dit nadeel ook moeilijk te herstellen is, dat de creatie van "officiële" parkeerplaatsen immers een foutief, doch blijvend signaal naar de bewoners van de Green Gardens toe is, dat de bewoners meer bepaald het signaal krijgen dat zij, in strijd met het bijzonder plan van aanleg, de stedenbouwkundige vergunning en de statuten van het gebouw, hun wagens mogen parkeren in het verkeers- en parkeervrije binnengebied, dat het bijzonder moeilijk zou zijn om het aldus geïnitieerde gebruik ongedaan te maken; Overwegende dat uit de gegevens van het dossier blijkt dat het parkeren binnen het domein van de Green Gardens al geruime tijd aanleiding heeft gegeven tot moeilijkheden; dat de verweerster op 28 oktober 2005 heeft moeten vaststellen dat, ondanks de aankondiging op 16 juni 2005 dat het betrokken gebied het statuut van woonerf had, er nog steeds wild geparkeerd werd; dat de verweerster dan op 5 december 2005 een beslissing heeft genomen die kennelijk rekening heeft willen houden met de feitelijk gegroeide situatie; dat, zonder dat het nodig is om thans de wettigheid van die beslissing te beoordelen, vastgesteld moet worden dat de verweerster ervoor geopteerd heeft om, bij wijze van proef, het parkeren te regelen, eerder dan het te verbieden; dat het door de verzoeker aangevoerde nadeel, namelijk X-12.619-4/6 het verlies van het genot van een groen en verkeersvrij binnenplein, in de feiten reeds bestond voordat de bestreden beslissing was genomen; dat het bedoelde nadeel aldus niet voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat in zoverre de bestreden beslissing het "signaal" geeft dat de bewoners voortaan mogen parkeren op de binnenstraat, het uit dat signaal voortvloeiende nadeel van louter morele aard is; dat de verzoeker dit nadeel subjectief wel als belangrijk kan ervaren, maar dat zulks niet volstaat om het ook objectief als ernstig te kwalificeren; Overwegende bovendien dat het nadeel dat volgens de verzoeker uit de bestreden beslissing voortvloeit, voor herstel in aanmerking komt; dat de toelating om op de binnenstraat te parkeren immers geen onomkeerbare gevolgen met zich brengt; dat zulks trouwens wordt geïllustreerd door het feit dat de bestreden beslissing zelf voorziet in de mogelijkheid om de nieuwe regeling bij te sturen, wat ook het opheffen ervan kan inhouden, in het licht van de resultaten van de evaluatie ervan; Overwegende derhalve dat het aangevoerde nadeel niet ernstig, minstens niet moeilijk te herstellen is;
- Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. X-12.619-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig december 2005, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.619-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.116 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.280 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div