id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.124 Rolnummer: A. 168658/XII-4612 Zaak: Arrest 153124 - - 22/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-28 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 07:05 Fiche Arrest nr 153.124 van 22 december 2005 - Beslissing : Bevolen Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.124 van 22 december 2005 in de zaak A. 168.658/XII-
- In zake : Sabine TIMMERS, die woonplaats kiest bij advocaat C. Gysen, kantoor houdende te Mechelen, Antwerpsesteenweg 18 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door :
- de minister van Justitie,
- de Kansspelcommissie bij de Federale Overheidsdienst Justitie, die woonplaats kiezen bij advocaat B. Bronders, kantoor houdende te Oostende, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sabine Timmers op 16 december 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 7 december 2005 van de kansspelcommissie tot intrekking van haar vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II te Genk, Hoevezavellaan 7; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 19 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 december 2005, om 15.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. Ryckalts, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat P. Louage, die loco advocaat B. Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en van attaché Chr. Swolfs, die verschijnt voor de kansspelcommissie; XII-4612-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster een vergunning klasse B bezit voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II op het adres Hoevezavellaan 7 te Genk; dat met een brief van 6 juli 2005 de kansspelcommissie haar ter kennis brengt dat, bij controle ter plaatse en naar aanleiding van verhoren, negen feiten - “mogelijke” tekortkomingen aan de bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna: de kansspelwet), en de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten ervan- zijn vastgesteld, waarvoor wordt overwogen als sanctie de intrekking van de vergunning op te leggen; dat verzoekster wordt uitgenodigd haar verweermiddelen aan de commissie toe te zenden; dat met een brief van 9 augustus 2005 verzoekster wordt opgeroepen om op 22 september 2005 door de kansspelcommissie te worden gehoord; dat de kansspelcommissie op 7 december 2005 acht van de negen feiten bewezen verklaart en beslist “dat een intrekking de enig juiste en correcte sanctie in onderhavig dossier is”; Overwegende dat verwerende partijen de ontvankelijkheid van de vordering betwisten omdat het verzoekschrift enkel de naam van verzoekster vermeldt en het adres van de kansspelinrichting die ze uitbaat, maar niet haar woonplaats; Overwegende dat de exceptie feitelijke grond mist; dat, zoals onder meer stuk 3 van de verwerende partijen zelf aangeeft, verzoekster woont op het adres waar ook de kansspelinrichting wordt uitgebaat; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde weten op de Raad van State, slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk XII-4612-2/5 te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is; Overwegende, met betrekking tot de eerste voorwaarde, dat verzoekster in een tweede middel de schending aanvoert van artikel 22 (lees: 21) van de kansspelwet, en van het zorgvuldigheidsbeginsel, de rechten van de verdediging, het recht om gehoord te worden en het beginsel van de fair play; dat zij onder meer toelicht dat vijf leden die niet aanwezig waren op de hoorzitting niettemin ook hebben deelgenomen aan de beraadslaging en de stemming over de intrekking; Overwegende dat verwerende partijen in de nota in essentie repliceren dat verzoekster is gehoord door enkele leden van de kansspelcommissie, dat van de hoorzitting een proces-verbaal is opgemaakt dat werd toegevoegd aan het dossier waarvan de commissieleden kennis hebben genomen in het kader van de beraadslaging en de stemming over de sanctie, dat bijgevolg alle wettelijke procedurevoorschriften nauwgezet werden nageleefd en dat noch de kansspelwet, noch het koninklijk besluit van 20 juni 2002 betreffende de sancties die de kansspelcommissie kan opleggen, vereisen dat de leden van de commissie die mee beraadslagen en stemmen naar aanleiding van een sanctieprocedure aanwezig dienen te zijn op de voorafgaandelijk georganiseerde hoorzitting; Overwegende dat artikel 21 van de kansspelwet voorschrijft wat volgt : “De commissie kan: [...]
- bij gemotiveerde beslissing en op de wijze die de Koning bepaalt, de waarschuwingen uitspreken, de vergunning voor een bepaalde tijd schorsen of intrekken en een voorlopig of definitief verbod van exploitatie van een of meer kansspelen opleggen ingeval de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten niet worden nageleefd. De betrokkene, die kan worden bijgestaan door zijn raadsman, moet vooraf door de commissie worden gehoord”; Overwegende dat hieruit in de huidige stand van de procedure wordt afgeleid dat wanneer de commissie gebruik wenst te maken van haar bevoegdheid om een vergunning in te trekken, zij vooraf de betrokkene in principe létterlijk moet aanhoren; dat de kansspelwet niet in de mogelijkheid voorziet om dit horen aan een paar van haar leden over te laten, die dan bij de commissie over het horen verslag uitbrengen; XII-4612-3/5 Overwegende dat verzoekster op 22 september 2005 is gehoord geworden door slechts vier van de dertien leden van de kansspelcommissie; dat op 7 december 2005 de kansspelcommissie verzoeksters vergunning heeft ingetrokken bij beslissing genomen “met de volstrekte meerderheid van de stemmen” van de zeven aanwezige leden; dat van die zeven leden er maar drie ook bij de hoorzitting aanwezig waren; dat bijgevolg verzoekster niet lijkt gehoord “door de commissie”, laat staan nog door de commissie zoals zij bij het nemen van de aangevochten beslissing feitelijk was samengesteld; dat verwerende partijen op het eerste gezicht ten onrechte van mening zijn dat “alle wettelijke procedurevoorschriften nauwgezet nageleefd [werden]”; dat het middel ernstig is; Overwegende, met betrekking tot de tweede en de derde schorsingsvoorwaarde, dat verzoekster uiteenzet dat zij op uiterst korte termijn in haar voortbestaan bedreigd wordt, dat een faillissement, met onder meer het verlies van aanzienlijke investeringen, onvermijdelijk is, dat zij ook een moeilijk te herstellen ernstig moreel nadeel lijdt, en dat een schorsing volgens de gewone procedure “ontegensprekelijk te laat” zal komen; Overwegende dat verwerende partijen verklaren zich naar de wijsheid van de Raad te gedragen; Overwegende dat, mede gelet op verzoeksters stavingsstukken, de Raad van State het wijs acht verzoeksters betoog bij te vallen en ook de tweede en derde schorsingsvoorwaarde als vervuld te beschouwen; Overwegende dat aan alle voorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid voldaan is, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 7 december 2005 van de kansspelcommissie tot intrekking van de aan Sabine Timmers verleende vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II te Genk, Hoevezavellaan
- XII-4612-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig december 2005, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4612-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.124 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.235 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.