id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.150 Rolnummer: A. 43101/V-1346 Zaak: Arrêt / Arrest 153150 - / - 22/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-25 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-07-03 07:07 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 153.150 van 22 december 2005 - Beslissing : Afstand Geen grond tot uitspraak Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 153.150 van 22 december 2005 A. 43.101/V-1346 In zake:
- VANDE CASTEELE Philippe, Klamperdreef 7 2900 Schoten,
- Kenis Eric, c/o Kwartier Koningin Elisabeth Everestraat 1140 Brussel,
- GILLET Benoît, rue Croix André 19 4550 Nandrin,
- LUCIC Dragan, Marmotlaan 39 1970 Wezembeek-Oppem, tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Middenstand. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 25 september 1990 ingediende verzoekschrift, waarbij Philippe VANDE CASTEELE, Eric Kenis, Benoît GILLET en Dragan LUCIC de nietigverklaring vorderen van de artikelen 1 en 3 van het koninklijk besluit van 6 juli 1990 tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, een besluit dat bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad van 28 juli 1990; Gelet op arrest nr. 91.547 van 12 december 2000, waarbij de debatten worden heropend, aan de partijen een termijn van 30 dagen wordt toegekend om een V - 1346 - 1/5 aanvullende memorie in te dienen, het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat ermee belast wordt een aanvullend verslag op te maken en de beslissing over d e k o s t e n i n b e r a a d w o r d t g e h o u d e n ; Gelet op de kennisgeving van het arrest aan de partijen; Gezien de aanvullende memories; Gezien het verslag van Mevr. G. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op basis van artikel 13 van de algemene procedureregeling; Gelet op de beschikking van 19 april 2005 waarbij de neerlegging van het dossier en het verslag ter griffie wordt gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de eerste twee verzoekers; Gelet op de beschikking van 19 oktober 2005, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij wordt bepaald dat de zaak voorkomt op de terechtzitting van 22 november 2005 om 9.30 uur; Gehoord het verslag van Mevr. S. GEHLEN, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. D. VANDENBULKE, advocaat, die voor de verzoekers verschijnt, en van Mr. M. MAHIEU, advocaat bij het Hof van Cassatie, die voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Mevr. G. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de derde en de vierde verzoeker, na de kennisgeving van het verslag van de auditeur, waarin deze besloten heeft tot verwerping van het beroep, geen voortzetting van de procedure hebben gevraagd; dat wat die twee verzoekers betreft, artikel 14quater van de algemene procedureregeling moet worden toegepast, en V - 1346 - 2/5 de afstand van geding moet worden toegewezen, overeenkomstig artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat de bestreden bepalingen van het koninklijk besluit van 6 juli 1990 tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect luiden als volgt: " Artikel
- In artikel 1 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, waarvan de tegenwoordige tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 en een § 3 ingevoegd, luidend als volgt: «§
- Onverminderd de artikelen 7 en 12 van deze wet, mogen de Belgen en de onderdanen van de overige lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap in België de titel van architect voeren en het beroep ervan uitoefenen indien zij in het bezit zijn van een diploma een certificaat of een andere titel als bedoeld in de bijlage bij deze wet. §
- De Belgen en de onderdanen van de overige Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap die voldoen aan de in de bijlage bij deze wet gestelde voorwaarden mogen gebruik maken van hun wettige in de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst gevoerde opleidingstitel en - eventueel - van de afkorting daarvan in de taal van deze Staat. De Koning kan voorschrijven dat de opleidingstitel van de Lid-Staat van oorsprong gevolgd wordt door de naam en de plaats van de instelling of de examencommissie die deze heeft verleend. Wanneer de opleidingstitel van de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst in België kan verward worden met een titel waarvoor in het Koninkrijk een aanvullende opleiding vereist is die de begunstigde niet heeft gevolgd, kan de Koning voorschrijven dat deze zijn opleidingstitel van de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst voert in een passende vorm die Hij voorschrijft». (...) Artikel
- Aan dezelfde wet wordt de volgende bijlage toegevoegd: «Bijlage bij de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel van het beroep van architect. Diploma's, certificaten of andere titels die het voeren van de titel en het uitoefenen van het beroep van architect in België mogelijk maken :
- a) België: - de diploma's afgegeven door de nationale hogescholen voor architectuur of door de hogere architectuurinstituten (architect-architecte); - de diploma's afgegeven door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur te Hasselt (architect); - de diploma's afgegeven door de Koninklijke Academies voor Schone Kunsten (architect-architecte); - de diploma's afgegeven door de Sint-Lucasscholen (architect-architecte); V - 1346 - 3/5 - de universitaire diploma's van burgerlijk ingenieur, vergezeld van een stagecertificaat, afgegeven door de Orde van Architecten, die het recht geven de beroepstitel van architect te voeren (architect-architecte); - de architectendiploma's afgegeven door de centrale examencommissie of door een examencommissie van het Rijk voor de toekenning van de titel van architect (architect-architecte); - de diploma's van burgerlijk ingenieur-architect en van ingenieur-architect afgegeven door de Faculteiten Toegepaste Wetenschappen van de Universiteiten en door de "Faculté polytechnique" van Mons (ingenieur-architect, ingénieur-architecte)». (...)"; Overwegende dat bij het arrest nr. 47.482 van 17 mei 1994, in zake de Orde van Architecten, het koninklijk besluit dat het onderwerp is van het onderhavige beroep, vernietigd is in zoverre het in de bijlage vastgesteld bij artikel 3, de tekst sub
- a) bevat; dat in het arrest July, nr. 48.330 van 29 juni 1994, waarbij uitspraak is gedaan over een beroep met hetzelfde onderwerp als het onderhavige beroep, geoordeeld is "dat de bepalingen betreffende de Belgische diploma's van artikel 3 van het bestreden besluit vernietigd zijn bij het arrest van de Raad van State nr. 47.482 van 17 mei 1994, in zake de Orde der Architecten; dat artikel 1 enkel zin heeft via de verwijzing die daarin wordt gemaakt naar de bijlage bij de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, een bijlage vastgesteld in het gedeeltelijk vernietigde artikel 3; dat de nietigverklaring uitgesproken in arrest nr. 47.482, ondanks de licht andersluidende formulering, dezelfde strekking heeft als die welke verzoekster wil bereiken met het onderhavige beroep; dat dit doelloos is geworden"; dat er geen reden is om in het onderhavige geval af te wijken van wat aldus is geoordeeld; dat het onderhavige beroep doelloos is geworden; dat er, gezien de toedracht van de zaak, grond is om de kosten wat de eerste twee verzoekers betreft, ten laste te brengen van de verwerende partij; V - 1346 - 4/5 BESLUIT: Artikel
- De afstand van geding van Benoît GILLET en Dragan LUCIC wordt toegewezen. Artikel
- Er is geen grond meer om uitspraak te doen. Artikel
- De kosten, bepaald op 396,64 euro, komen ten laste van de derde en de vierde verzoeker ten belope van 99,16 euro elk, en ten laste van de verwerende partij ten belope van 198,32 euro. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op tweeëntwintig december tweeduizend vijf door: de HH. P. LIENARDY, staatsraad, wnd. voorzitter, J. BAERT, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De wnd. Voorzitter, M.-Chr. MALCORPS. P. LIENARDY. V - 1346 - 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.150 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.91.547 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.