← België

Arrest 153161 - - 23/12/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.161 Rolnummer: A. 165172/X-12445 Zaak: Arrest 153161 - - 23/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-05 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-03 07:07 Fiche Arrest nr 153.161 van 23 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.161 van 23 december 2005 in de zaak A. 165.172/X-12.

  1. In zake : Yves DECEUNINCK, die woonplaats kiest bij Advocaat J. BOSSUYT, kantoor houdende te 8310 BRUGGE 3, Bossuytlaan 35 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Yves DECEUNINCK op 16 augustus 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 9 juni 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij zijn beroep ingesteld tegen de beslissing van 28 februari 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Damme, houdende weigering van de vergunning tot het bouwen van een woning gelegen Damse Vaart-Zuid, Damme ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en de weigeringsvergunning van het schepencollege wordt bevestigd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 11 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 oktober 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; X-12445-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. BOSSUYT die verschijnt voor verzoeker, en van Adjunct-adviseur A. VAN RIE die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoeker een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een eengezinswoning op een perceel gelegen te Damme, Damse Vaart Zuid, kadastraal bekend onder Damme, 1ste afdeling, sectie C, nr. 8 d; dat dit perceel volgens het gewestplan Brugge-Oostkust, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 april 1977, gelegen is deels in woongebied, deels in natuurgebied; dat er tussen de partijen betwisting bestaat over de precieze ligging van de grens tussen beide gebieden; Overwegende dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Damme bij besluit van 28 februari 2005 de gevraagde vergunning geweigerd heeft; dat de Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen bij besluit van 9 juni 2005 het door de verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard heeft en de beslissing tot weigering bevestigd heeft; dat dit besluit van 9 juni 2005 het voorwerp van de voorliggende vordering vormt;
  3. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen nadeel kan berokkenen;
  4. Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoeker uiteenzet dat de oprichting van de ontworpen woning hem een enorme voldoening zou geven en hem de bijzondere stressloze beleving zou bieden van de stilte, de rust en de kalmte, de prachtige zonsondergangen en het genot van een ongerept zicht op de oude stadswallen en het verderop gelegen open natuurge- bied; dat hij aanvoert dat de weigering van de vergunning niet enkel een moreel X-12445-2/4 nadeel schept, maar ook een zeer ernstig fysiek nadeel, nu hem abrupt de voor hem en zijn fysieke persoon zo nodige stilte, rust en kalmte worden ontnomen; dat hij ook nog aanvoert dat de lange duur van een normale procedure hem zal verplichten ergens anders een woning op te richten, en dat hij niet weet of hij nog ooit een identieke bouwplaats zal kunnen aantreffen als in het unieke Damme; Overwegende, wat het aangevoerde morele nadeel betreft, dat de eventuele vernietiging van het bestreden besluit in de gegeven omstandigheden aan de verzoeker een passende morele genoegdoening kan verschaffen; dat dit nadeel derhalve niet moeilijk te herstellen is; Overwegende, wat het aangevoerde fysieke nadeel betreft, bestaande in het ontnemen van de mogelijkheid om dadelijk de stilte, de rust en de kalmte te genieten, dat de verzoeker zich beperkt tot een vage en algemene bewering; dat hij geen concreet gegeven aanvoert waaruit zou moeten blijken dat dit nadeel in zijn geval een zodanige graad van ernst vertoont dat de uitvoering van het bestreden besluit, een weigeringsbeslissing, geschorst moet worden; Overwegende, wat het nadeel ten gevolge van de lange duur van de procedure ten gronde betreft, dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn rechtstreekse oorzaak dient te vinden in de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat het nadeel voortvloeiend uit de duur van een annulatieproce- dure niet in aanmerking kan worden genomen; Overwegende derhalve dat het aangevoerde nadeel deels niet pertinent, deels niet ernstig en deels niet moeilijk te herstellen is; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-12445-3/4 Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig december 2005, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12445-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.161 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.329 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.