id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.181 Rolnummer: A. 168529/X-12606 Zaak: Arrest 153181 - - 23/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-30 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-03 07:09 Fiche Arrest nr 153.181 van 23 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.181 van 23 december 2005 in de zaak A. 168.529/X-12.
- In zake :
- Daniëlle ULENS-CHALTIN,
- Bart ULENS, die woonplaats kiezen bij Advocaat H.-K. CARÈME, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE, Industrieweg 4 bus 1 tegen : de stad LEUVEN, die woonplaats kiest bij Advocaat B. BEELEN, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Daniëlle ULENS-CHALTIN en Bart ULENS op 12 december 2005 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzake- lijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 2 december 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven waarbij aan Eddy VAN HOUTTE-DE RIDDER de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor "het verbouwen van een ééngezinswoning met uitbreiding van tuin en voorziening car-port" op een perceel gelegen te Leuven, Koningin Elisa- bethlaan 37, kadastraal bekend "14-A-108-N-5"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 december 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat H.-K. CARÈME die verschijnt voor verzoekers, en van Advocaat J. VANSTIPELEN die loco B. BEELEN verschijnt voor de verwerende partij; X-12.606-1/5 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven bij het bestreden besluit aan Eddy VAN HOUTTE-DE RIDDER de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend voor "het verbouwen van een ééngezinswoning met uitbreiding van tuin en voorziening car-port op een perceel gelegen te Leuven, Koningin Elisabethlaan 37, kadastraal bekend "14-A-108-N-5"; dat de vergunde bouwplannen op de eerste verdieping onder meer de aanleg van een terras voozien met een breedte van 5 m en een diepte van 2,63 m tot tegen de perceelsgrens met verzoekers' eigendom; dat dit terras op deze plannen over de ganse diepte en over een breedte van 1,90 m is gearceerd; dat de bijhorende legende hieromtrent vermeldt wat volgt : "Wordt uit de vergunning gesloten maar het terras mag niet beloopbaar zijn binnen dit gedeelte (groendak kan wel) zie ook voorwaarden vergunning." dat de "voorwaarden" van de vergunning vermelden : "(...) Het terras op de eerste verdieping mag niet volledig uitgevoerd worden. De laatste 1,90 meter ten opzichte van de (linker) zijdelingse perceelsgrens mag niet beloopbaar zijn. Het scherm tegen de perceelsgrens mag eveneens niet uitgevoerd worden (zie aangepaste plannen)."; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten X-12.606-2/5 beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 8, tweede lid, 6/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing onder meer "in voorkomend geval, een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen" bevat; dat uit voormelde bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift onder meer duidelijk en concreet de redenen dient aan te geven die de uiterst dringende noodzakelijkheid verantwoorden, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat verzoekende partijen de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering in het verzoekschrift verantwoorden als volgt : "Het spreekt voor zich dat de aanleg van een terras op de eerste verdieping van de woning nr. 35 - waar zich thans een plat dak bevindt - binnen de kortste termijnen kan worden aangelegd. De aanleg van een terras van minder dan 5 m x 2,63 m kan naar alle redelijkheid op hoogstens één dag geschieden. Bij inzage van het administratief dossier op 12 december 2005 wordt overigens vastgesteld dat de aanvragers op ongekende datum de stedenbouw- kundige vergunning reeds in ontvangst hebben genomen. Zij hebben tevens een postkaart 'aanvang der werken' en een postkaart 'voltooiing der werken' ontvangen. Zulks laat vermoeden dat de aanvang (en voltooiing) der werken niet lang op zich zal laten wachten. Om die reden moet er worden aangenomen dat een gewone vordering tot schorsing niet volstaat om de verwezenlijking van het M.T.H.E.N. te vermij- den."; Overwegende dat uit een vergelijking van het bij de bestreden stedenbouwkundige vergunning gevoegde grondplan "gelijkvloers" op schaal 1/100 (plannummer 05/14) dat de bestaande toestand aangeeft, en het grondplan "principe gelijkvloers" op dezelfde schaal (plannummer 08/14) dat de nieuwe toestand aangeeft zoals vergund bij het bestreden besluit, blijkt dat het betrokken plat dak waarop het terras wordt voorzien niet wordt aangelegd op een bestaand plat dak, maar op een volledige nieuwbouw na afbraak van de bestaande achterbouw waarvan niets wordt behouden; dat dit ten overvloede ook blijkt uit de beschrijvende nota gevoegd bij de aanvraag waarin uitdrukkelijk sprake is van een "nieuwe achterbouw (...) over de volledige breedte van beide tuinen (...) in tegenstelling tot de bestaande situatie waar de garage de buffer is tussen woning en tuin", evenals uit de bewoordingen van de X-12.606-3/5 bestreden stedenbouwkundige vergunning waarin bij de beschrijving van de aangevraagde werken wordt vermeld: "Er wordt een nieuwe achterbouw voorzien over de breedte van de 2 panden die volledig aangesloten wordt met de hoekwoning N/ 37"; dat in de gegeven omstandigheden het door de verzoekende partijen aangevoerde argument dat het terras op de eerste verdieping "binnen de kortste termijnen kan worden aangelegd" en "naar alle redelijkheid op hoogstens één dag (kan) geschieden", dat er blijkbaar ten onrechte van uitgaat dat de bestaande achterbouw wordt behouden, niet aannemelijk is en niet aantoont dat een gewone vordering tot schorsing niet zou volstaan; dat de uiteenzetting van de verzoekende partijen geen afdoende argumenten bevat ter verantwoording van de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering tot schorsing; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. X-12.606-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig december 2005, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.606-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.