← België

Arrest 153193 - - 27/12/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.193 Rolnummer: A. 168491/XII-4602 Zaak: Arrest 153193 - - 27/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-29 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-03 07:10 Fiche Arrest nr 153.193 van 27 december 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.193 van 27 december 2005 in de zaak A. 168.491/XII-

  1. In zake : de NV ELECTRONIC DATA SYSTEMS-BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat D. Van Heuven, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 8b tegen : de BELGISCHE STAAT, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’Hooghe en R. Heyse kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertstraat 47-
  2. tussenkomende partij : de NV SIEMENS BUSINESS SERVICES , die woonplaats kiest bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Electronic Data Systems- Belgium op 9 december 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “
  4. Beslissing s.d. van Minister van Financiën, Didier Reynders, waarbij de overheidsopdracht genaamd
  5. Impliciete beslissing s.d. van Minister van Financiën, Didier Reynders, waarbij de overheidsopdracht genaamd ‘Kader Business Intelligence, Datawarehouse en Risicoanalyse’ niet toegewezen wordt aan EDS Belgium N.V.”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 december 2005, om 10.30 uur; XII-4602-1/11 Gezien het op 20 december 2005 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Siemens Business Services vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Van Heuven, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaten D. D’Hooghe, R. Heijse, en L. Devuyst, die verschijnen voor de verwerende partij, en van advocaat C. De Wolf, die verschijnt voor de tussenkomende partij ; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Procedure Overwegende dat de verzoekende partij vraagt de nota van de verwerende partij uit de debatten te weren. Overwegende dat luidens artikel 16 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, artikel 11 van hetzelfde besluit niet van toepassing is ingeval zoals te dezen een beroep wordt gedaan op de uiterst dringende noodzakelijkheid; dat in dit artikel 11 sprake is van de nota met opmerkingen van de verwerende partij in de gewone schorsingsprocedure, die geweerd wordt indien deze niet is ingediend binnen acht dagen na kennisgeving door de hoofdgriffier van de vordering tot schorsing; dat het aldus aan de Raad van State zelf toekomt om het lot van een nota te beoordelen die in een schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingediend; dat te dezen de Raad zelf de verwerende partij uitnodigde om een nota in te dienen; dat een dergelijke nota verantwoord is als tegengewicht voor verzoekschriften in zaken van overheidsopdrachten; dat de inleidende verzoekschriften in dergelijke XII-4602-2/11 zaken, zoals te dezen, doorgaans uitvoerig zijn en uiteenzettingen bevatten die, opdat de Raad van State ze zou begrijpen, op zijn minst een elementair inzicht vereisen in de technische achtergronden van de zaak; dat dit inzicht op meer evenwichtige wijze tot stand komt indien ook de verwerende partij de kans krijgt haar standpunt terzake toe te lichten; dat een mondelinge uiteenzetting ter terechtzitting daartoe doorgaans niet voldoende bijdraagt; dat te dezen de verwerende partij terecht wijst op de grote technische complexiteit van het dossier en het verzoekschrift, aangezien dit laatste zelfs een verslag bevat van een daartoe aangezochte deskundige; dat dienvolgens de nota niet uit het debat wordt geweerd; Gegevens van de zaak Overwegende dat de verwerende partij de doelstellingen en het voorwerp van de in het geding zijnde opdracht in het toepasselijke bestek als volgt beschrijft (blz.6-7) : “1.
  6. Doelstellingen De doelstellingen van deze opdracht zijn : - De levering, de installatie, de parametrering en het onderhoud van een volledige Business Intelligence-omgeving bovenop de algemene technische architectuur van de FOD Financiën. Deze B.I.-omgeving zal een technische basis vormen die herbruikbaar is in het kader van andere toekomstige projecten welke het gebruik van multi-dimensionele analysetechnieken of van elementen eigen aan de analytische wereld (trendanalyse, Data Warehouse, Data Mining...) nodig zouden maken. - De implementatie van een eerste versie van een volledig Data Warehouse (extractie-omvorming-Load der gegevens, georganiseerde opslag in een Data Warehouse-Datamarts, beheersoplossingen van het systeem, oplossingen voor de weergave van de gegevens) voor het risicobeheer, bijstand, controle en invordering. Deze realisatie zal gesteund zijn op de aanbevelingen geformuleerd binnen het kader van de voorstudie ‘Data Warehouse-Risicoanalyse’. Ze behelst tevens de integratie van nauw ermee verbonden projecten (toepassing preselectie, Data Mining BTW...) en de opleiding van een groep gebruikers en beheerders van het systeem. De implementatie zal tevens de uitwerking vergen van de use cases welke nodig zijn voor de verwezenlijking van de gegevensstromen, de modellering van de gegevens (oppuntstelling van het high level-model, fysieke modellering en uitvoering), de verwezenlijking van de ETL-processen en oplaadtesten. - De kwaliteitsopvolging van het project. - Het onderhoud en de waarborg van het ingevoerde systeem. 1.
  7. Voorwerp Deze opdracht slaat op de invoering van een volledige Business Intelligence-omgeving, evenals de verwezenlijking van een eerste versie van een volledig Data Warehouse-systeem (ETL-Data Warehouse/Datamarts-query- instrumenten-beheerstools).[...]”; XII-4602-3/11 dat daarbij gekozen wordt voor de procedure van de algemene offerteaanvraag met publicatie op Europees niveau; dat het volgens het bestek een “aanneming inzake leveringen en/of diensten” betreft; dat er vier inschrijvers waaronder de verzoekende partij en de tussenkomende partij een offerte indienen waarbij ze alle van de Franse taal gebruik maken; dat die inschrijvers en hun offertes door een commissie van zeven personen worden beoordeeld in een evaluatieverslag van 13 oktober 2005; dat dit verslag gelet op een opdruk meteen als nota aan de bevoegde minister dient en in de dossiers van de verzoekende en de verwerende partij in een Franstalige versie wordt neergelegd; dat voorts in het administratief dossier als stuk 7 de “beslissing van ongekende datum van de minister van Financiën” wordt neergelegd maar dat stuk slechts één bladzijde uitmaakt zonder handtekening van de minister; dat de verzoekende partij datzelfde stuk als stuk 9 in twee bladzijden neerlegt, met op een tweede bladzijde de ondertekening door de minister van Financiën; dat het stuk nergens enige datum bevat; dat die beslissing in haar motivering vermeldt dat de vier inschrijvers alle aan de kwalitatieve selectievoorwaarden voldoen en hun offertes regelmatig zijn, dat elke offerte beoordeeld is aan de hand van de voorwaarden bepaald in het bijzonder bestek en daarbij verwezen wordt naar het evaluatieverslag; dat de beslissing, overeenkomstig het voorstel in dat verslag, de opdracht toewijst aan de tussenkomende partij NV Siemens Business Services (hierna : SBS) die inschreef met een prijs van 14.364.302 euro BTW inbegrepen; Grondvoorwaarden voor schorsing Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in een eerste middel de schending inroept van “artikel 110 § 2 juncto artikel 89 van het K.B. van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken en van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en artikel 115 van het K.B. van 8 januari 1996 betreffende de XII-4602-4/11 overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten; schending van de besteksbepalingen; schending van het beginsel “patere legem quam ipse fecisti”; schending van het gelijkheidsbeginsel; schending van het vertrouwensbeginsel; schending van het rechtszekerheidsbeginsel”; dat in een eerste onderdeel de grief is: “door in te schrijven met een niet-platformonafhankelijke Microsoft (Wintel) softwareoplossing, voldoet de offerte van SBS NV duidelijk niet aan de technische voorwaarden van het bestek en diende zij derhalve als inhoudelijk onregelmatig beschouwd te worden”, in een tweede onderdeel : “niettegenstaande SBS inschrijft met een Microsoft.Net programmatie, wordt diens offerte toch ontvankelijk verklaard en meer nog, wordt de Microsoft.Net programmatie gunstiger geëvalueerd dan de SAS/Java-programmatie van de andere inschrijvers” en in een derde onderdeel : “niettegenstaande SBS inschrijft met een BI-systeem, waarbij de nog niet op de markt zijnde systemen van Microsoft SOL 2005, IBM-DB2, HAWK worden voorgesteld, wordt diens offerte toch ontvankelijk verklaard en meer nog, wordt dit voorstel in hoofde van SBS gunstiger dan andere systemen geëvalueerd door verwerende partij”; dat ter ondersteuning van die stellingen de verzoekende partij in haar verzoekschrift een verslag van 8 december 2005 van drie bladzijden opneemt van prof. dr. Theo D’Hondt - Laboratorium voor Programmeerkunde - Faculteit van de Wetenschappen - Vrije Universiteit Brussel - waarin hij zijn opdracht, zijn analyse en zijn besluit als volgt omschrijft : “ Opdracht : Mij werd gevraagd om als externe en niet betrokken deskundige de technische verenigbaarheid te toetsen van een bepaald antwoord op het lastenboek voor hogervermeld project. De indiener hiervan, Siemens Business Systems, werd door de interne evaluatiecommissie van het betrokken departement voorgesteld voor gunning. Een kritisch aspect van deze keuze, dat hier wordt onderzocht is de ogenschijnlijke discrepantie tussen de ICT-standaarden gehanteerd door Financiën enerzijds, en het bijzonder specifieke -en het van de richtlijnen uit het lastenboek afwijkende- karakter van de door de gegunde voorgestelde oplossing anderzijds. [...] Analyse : Het hogervermelde project beoogt de invoering van een business intelligence omgeving; dit wil zeggen dat een gecentraliseerde verzameling van grote volumes (in dit geval fiscale, financiële, etc) gegevens selectief via een filtermechanisme ter beschikking worden gesteld van een medewerker van Financiën. Bedoeling is om in deze grote massa gegevens patronen te herkennen ten einde impliciete informatie expliciet te maken. In het geval van Financiën kan dit aangewend worden om bij voorbeeld frauduleuze transacties te identificeren uitgaande van bepaalde (voor een domeinexpert, versterkt met computerkracht) herkenbare patronen. Dit vereist complexe, statistische en andere bewerkingen zoals bij voorbeeld multi-criteria analyse, welke tegelijkertijd zware eisen van performantie en interactiviteit aan de ICT infrastructuur opleggen. XII-4602-5/11 Financiën vraagt expliciet dat een maximum aan software componenten uit de voorgestelde oplossing centraal worden opgesteld (binnen de Atlas configuratie) en dat de interactie met de gebruikers gebeurt via een standaard web browser. Er worden expliciet drie varianten van browser opgesomd die in aanmerking komen en die -niet verassend- multi-platform zijn. Er wordt geëist dat een zogenaamde 3-tier benadering zou worden gebruikt, wat betekent dat het werkstation van de gebruiker vrij blijft van dataverwerking eigen aan het business intelligence systeem. Enkel in één geval (bij data mining, dat wil zeggen het ontsluiten van relevante informatie uit ruwe gegevens) wordt omwille van de hoge performantiebehoeften en interactiviteit toegestaan dat het werkstation van de eindgebruiker wordt ingeschakeld in de eigenlijke verwerking (zie thick client). In het kort vraagt Financiën een gecentraliseerd, platformonafhankelijk systeem waarbij het gros van de componenten ondersteund worden door de centrale Atlas infrastructuur, waarbij custom ontwikkelingen gebeuren in een JZEE context, en waarbij alle proprietary componenten die toegeleverd worden door gespecialiseerde onderaannemers ook zouden voldoen aan de notie van platformonafhankelijkheid. Bij analyse van het voorstel van SBS blijkt dat daarin op fundamentele wijze wordt afgeweken van deze eisen. De zogenaamde integratie in de Atlas infrastructuur komt er op neer dat deze gedupliceerd wordt in een tweede databanksysteem, maar nu van Microsoft signatuur. Dit betekent dan weer dat het business intelligence systeem haar informatie kan putten uit het tweede systeem, en op haar beurt voor het grootste deel uit Microsoft technologie bestaat. En dit betekent dat op radikale wijze wordt afgeweken van de eis tot platformonafhankelijkheid. Een significant deel van de voorgestelde softwareonderdelen zijn immers in de .net architectuur ontwikkeld en zijn dus per definitie beperkt tot Wintel systemen. Besluit : Dit is geen afweging van de .net architectuur tegen de JZEE architectuur. Beide zijn hoogwaardige softwaretechnologieën die reeds meermaals hun kwaliteiten hebben bewezen als raamwerk voor de ontwikkeling van grootschalige en complexe softwaresystemen. Het gaat hier over het inzetten van een manifest monoplatform product -en dat alsdusdanig door Microsoft wordt geprofileerd- in een antwoord op een lastenboek dat zeer uitgesproken platformonafhanklijkheid vooropstelt. Geen enkele software ingenieur kan op redelijke wijze argumenteren dat dit haalbaar is. De letter van het lastenboek voor het hogervermeld project is bijzonder duidelijk en kan onmogelijk verzoend worden met het voorstel van SBS. Maar ook de geest van het lastenboek, die gestoeld is op de principes van de Fedict ICT-standaard, wordt hier met de voeten getreden. En deze standaarden weerspiegelen een consistente aanpak van ICT projecten die direct te herleiden is naar een state-of-the-art aanpak van softwareontwikkeling die elders reeds meermaals zijn doelmatigheid heeft bewezen. We kunnen hier enkel stellen dat evaluatie van de antwoorden op het lastenboek voor ‘Business Intelligence-omgeving, Datawarehouse en Risico-analyse’ van het Ministerie van Financiën zeker voor wat betreft het voorstel op een verkeerde manier is gebeurd en ruimschoots onvoldoende heeft rekening gehouden met de eis tot platformonafhankelijkheid.”; dat het gehele middel is uitgewerkt over twaalf bladzijden; Overwegende dat de verwerende partij in haar nota, na een technische inleiding van vijf bladzijden, eveneens over twaalf bladzijden het eerste middel van antwoord dient; dat daarbij vooreerst wordt betoogd dat het verslag van XII-4602-6/11 professor D’Hondt “compleet irrelevant” is want vertrekt van een verkeerd uitgangspunt, omdat hij stelt dat uit het bestek zou blijken dat “Fedict - en dus in casu de FOD Financiën - de platformonafhankelijkheid heeft geponeerd”, hetgeen echter niet strookt “noch met de positie die Fedict in deze procedure bekleedt, noch met de visie van de FOD Financiën, noch met de concrete bewoordingen van het bijzonder bestek”; dat in verband met dit bestek, de verwerende partij verduidelijkt dat de FOD Financiën nooit de bedoeling heeft gehad “om complete “platformonafhankelijkheid” in de zin “gelijktijdig kunnen draaien op UNIX en Windowsbesturingssystemen” op te leggen en vervolgt met te stellen dat “indien dat de bedoeling zou geweest zijn, zou het bestuur gewoon om SAS software gevraagd hebben, omdat SAS nu eenmaal de enige is die specifieke applicaties kan bieden die gelijktijdig op UNIX en Windows kan draaien; dit zou evenwel enorm marktverengend zijn; daarom beoogde het bestuur alle mogelijke oplossingen te ontvangen, die een communicatie tussen Windows-gestuurde individuele werkposten en een Unix gestuurd Atlasplatform mogelijk maken”; dat de verwerende partij voorts de in het geding zijnde besteksbepaling (blz. 60 van het bestek) citeert : “De Business Intelligence-omgeving zal draaien op een platform dat compatibel is met de strategische keuzes van de FOD Financiën. Het platform dat ter beschikking wordt gesteld, is het back end-platform van het project ATLAS: besturingssysteem (OS) van het type Sun Solaris op Fujitsu SPARC-machine. De voorgestelde software moet dus compatibel en gecertificeerd zijn voor het OS van het ATLAS-systeem en bestaan voor platformen van de Unix-en Windowsfamilie. De eis is een verplichting waaraan moet worden voldaan, zoniet zal de offerte worden verworpen”; dat de verwerende partij daarbij opmerkt dat die bepaling niet mag worden gelezen in de zin dat de software exclusief en gelijktijdig op beide platformen moet kunnen draaien maar enkel dat deze zal moeten “communiceren tussen een platform met Unix en een platform met Windows”, dat zij moet geïnterpreteerd worden “in het licht van de bestaande ICT-architectuur van de FOD Financiën en de strategische keuzes die ze gemaakt heeft” en ook in overeenstemming moet zijn “met de gebruikelijke interpretatie die een doorsnee en onderlegd ICT ‘eraan zou geven in het licht van de strategische keuze van de FOD Financiën”; dat de verwerende partij voorts wijst op punt 10.2 van het bestek (blz. 11) waarin onder “Bepalingen die de uitvoering van de opdracht beheersen” vermeld zijn “10.
  8. Documenten eigen aan de opdracht [...] de verduidelijkingen verstrekt naar aanleiding van de infosessie (gestelde vragen en door de aanbestedende overheid verstrekte antwoorden)”; dat zij twee van die vragen en antwoorden aldus aanhaalt : XII-4602-7/11 “De onderneming EDS (verzoekende partij) heeft naar aanleiding van haar vragen (stuk 1§ en 17, het volgende antwoord ontvangen op één van haar vragen, die als vraag 51 is beantwoord (zie stuk 4, p 13) : Vraag 51 : Dient de inschrijver hardware en software kosten mee in de prijzen te rekenen voor ontwikkelingsstations, systeemadministrator werkposten en gebruikersstation ? Indien, Hoeveel ? Deze markt omvat geen enkele hardware. Deze Business Intelligence-omgeving zal draaien op een platform dat compatibel is met strategische keuzes van de FOD Financiën. Het platform dat ter beschikking wordt gesteld is het back end-platform van het project Atlas : het besturingssysteem (OS) van het type Sun Solaris op een Fujitsu Sparc-machine. Als enkele specifieke applicaties moeten op een wintel platform draaien, dan wordt de inschrijver verzocht om de specifieke architectuur voor te stellen welke toelaat die software te gebruiken, en uitleg te geven bij de gevolgen in termen van installatie, gecentraliseerd onderhoud per licenties, en tenslotte de argumenten aan te halen die dat standpunt verantwoorden, door de voordelen op te sommen die gekoppeld zijn aan het gebruik van een ander type architectuur. De kostprijs voor het materiaal en de basissoftware noodzakelijk voor dit tussenplatform en voor het aantal noodzakelijke processors (inbegrepen de eventueel noodzakelijke uitbreidingen) zal door de inschrijver worden gedragen. De kostprijs voor de installatie, parmetrisatie en onderhoud zal ook door de inschrijver worden gedragen en mag in geen geval worden gefactureerd aan de FOD Financiën. Het beheer van het systeemlaag (windows) van het systeem zal door het FOD Financiën gedragen worden.”; De onderneming CSC heeft vraag 172 gesteld (zie stuk 4, p 33) : “B.2.3.1.
  9. ‘Bestaan voor de platformen Unix- en Windowsfamilie’ : hoe moet die verstaan worden in de three tier architectuur vermeld op dezelfde bladzijde, m.a.w. welke platformen hebben betrekking op welke tier (client/middle/server) ? Het B.I. systeem moet compatibel met en gecertificeerd zijn voor de Atlas-omgeving (Solaris). Het zal inderdaad moeten functioneren op dit platform -en enkel op dit platform- welk één van de ICT-fundamenten van de FOD Financiën vormt. Indien er anderzijds cliënt-bestanddelen zouden moeten worden geïnstalleerd op cliënt-werkposten (zie in dit verband de paragraaf 2.1.
  10. Three Tier-infrastructuur), dan moeten die bestanddelen werken op een Linux-Unix-Windows-omgeving.”; dat de verwerende partij uit dit alles concludeert dat het eerste onderdeel van het middel niet ernstig is; dat betreffende het tweede onderdeel, de verwerende partij ontkent dat in de offerte van SBS een beroep wordt gedaan op “.Net programmatie” en daarentegen stelt dat de “interoperabiliteit Java-.Net gegarandeerd wordt via o.a. open standaards”; dat betreffende het derde onderdeel betoogd wordt dat “alle door SBS aangeboden tools - incl. IBM en Microsoft tools - bestaande systemen [zijn] die op het ogenblik van het indienen van de offerte volledig beschikbaar en operationeel waren op de markt”: XII-4602-8/11 Overwegende dat het beoordelen van het ernstig karakter van het eerste onderdeel van het eerste middel veronderstelt dat de Raad van State een - zij het in de huidige stand van de procedure prima facie - antwoord geeft op de vraag, of de besteksbepalingen toestaan hetgeen in de gekozen offerte wordt voorgesteld; dat een dergelijk antwoord interpretatie en invulling vereist van talrijke begrippen uit de informatica-technologie; dat het in dat verband tekenend is dat de verzoekende partij zich reeds in haar inleidend verzoekschrift laat ondersteunen door een deskundige terzake en de verwerende partij ervan gewag maakt, dat het bestek moet worden gelezen “met de gebruikelijke interpretatie die een doorsnee en onderlegd ICT’- er” eraan zou geven en dan nog in het licht van de “bestaande ICT-architectuur van de FOD Financiën”; dat de Raad van State zich niet aanmatigt de ICT-taal voldoende te begrijpen om de honderden bladzijden technische literatuur die bij het dossier horen en die soms in de Franse taal zijn gesteld, met inzicht te bestuderen, laat staan om op eigen gezag de betrokken technische twistvragen op te lossen en dit alles in een kort tijdsbestek dat wordt opgelegd door een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid; dat de zaak zich juist bij uitstek zou lenen tot de aanstelling van een onafhankelijke deskundige die als opdracht zou krijgen advies te geven bij die twistvragen en daartoe het bestek, de offertes en de technische argumenten van de partijen te lezen met kennis van zaken; dat dit te dezen des te meer noodzakelijk zou zijn, aangezien ter terechtzitting ook de partijen het niet eens leken op technisch vlak; dat de verzoekende partij zelfs de grafische voorstelling van de opgezette architectuur van de opdracht, voorgelegd door de verwerende partij, betwistte; dat de aanstelling van een deskundige echter zou ingaan tegen het uiterst dringend karakter van de procedure; dat aldus het eerste onderdeel van het middel niet ernstig is; dat een ernstig middel immers veronderstelt dat de kans op latere nietigverklaring groot is en te dezen de Raad van State zich juist wegens de gegeven technische twistvragen vooralsnog in geen enkele richting kan uitspreken; dat hetzelfde geldt voor het tweede onderdeel, waar analoge technische vraagstukken rijzen; dat ten slotte het derde onderdeel kennis van de markt van de aangeboden systemen lijkt te veronderstellen waarover de Raad van State eveneens niet beschikt; dat het middel in zijn geheel niet ernstig is; Overwegende dat de verzoekende partij in een tweede middel de schending inroept van “de artikelen 69, 69bis en 115 van het K.B. van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken en van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten; schending van het beginsel XII-4602-9/11 “patere legem quam ipse fecisti”; schending van het vertrouwensbeginsel; schending van het gelijkheidsbeginsel; schending van de besteksbepalingen”; dat zij daartoe betoogt dat de gekozen offerte van SBS niet regelmatig zou zijn omdat de verzoekende partij vermoedt dat één of meer van de medecontractanten of onderaannemers van SBS op de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes niet in orde was met haar sociale en fiscale verplichtingen; dat in een derde middel de schending wordt ingeroepen van het beginsel “patere legem quam ipse fecisti” en van de besteksbepalingen, doordat “het gerucht” de ronde doet dat SBS bij haar inschrijving een aantal curricula vitae voegde van personen met wie geen aannemingsovereenkomst gesloten werd, noch behoren tot het eigen personeel van SBS of diens onderaannemers; Overwegende dat, zoals bij het eerste middel de technische vraagstellingen een bezwaar waren om dat middel ernstig te noemen, het ernstig verklaren van het tweede en derde middel wordt bemoeilijkt door het feit dat het in wezen de Raad van State is die voor het eerst die middelen aan de hand van de offerte van de gekozen inschrijver zal dienen te onderzoeken, aangezien de verzoekende partij daar bij het opstellen van haar vordering tot schorsing niet over beschikte; dat het echter, zeker in een schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, niet aan de Raad van State is om middelen die eerst op veronderstellingen zijn gesteund, aan te vullen met vaststellingen gesteund op studie van het dossier indien zulks niet meteen en op snelle wijze kan gebeuren; dat de voorliggende zaak zich daartoe niet leent; dat bovendien te dezen de tussenkomende partij dan nog de grieven uit de twee middelen op gemotiveerde wijze tegenspreekt; dat het tweede en derde middel om deze redenen niet ernstig zijn; dat aldus niet is voldaan aan de tweede van de door het voornoemde artikel 17 gestelde voorwaarden die vervuld moeten zijn wil de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat in zaken betreffende overheidsopdrachten, waarin de middelen hetzij vaak technisch zijn of noodgedwongen op veronderstellingen moeten steunen die nog niet medegedeelde offertes betreffen, de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, hoewel in bepaalde gevallen wettelijk voorgeschreven bij artikel 21 bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, niet de best mogelijke rechtsbescherming biedt voor een inschrijver die zich onrechtmatig behandeld weet, XII-4602-10/11 BESLUIT: Artikel
  11. Het verzoek tot tussenkomst van de NV Siemens Business Services in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
  12. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  13. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten lasten van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig december 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4602-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.193 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.372 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.