← België

Arrest 153307 - - 06/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.307 Rolnummer: A. 135028/XIV-14516 Zaak: Arrest 153307 - - 06/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-24 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 08:06 Fiche Arrest nr 153.307 van 6 januari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.307 van 6 januari 2006 in de zaak A.135.028/XIV-14.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat H. DE PONTHIERE, kantoor houdende te 8900 IEPER, Lombaardstraat 23 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 25 september 1966 en van Armeense nationaliteit, op 5 april 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 9 maart 2003, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op dezelfde datum; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 15 april 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag d.d. 24 juni 2005 opgemaakt door Auditeur M. STERCK, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; en overgemaakt aan de bevoegde kamer op 30 juni 2005; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-14.516-1/3 Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 12 oktober 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat H. DE PONTHIERE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat voor wat de voornaamste gegevens van de zaak betreft, wordt verwezen naar de bladzijden 2 en 3 van het Auditoraatsverslag die bij deze als uitdrukkelijk herhaald wordt beschouwd;
  3. Overwegende dat krachtens artikel 14 van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen, verblijvend op het grondgebied van het Rijk (Regularisatiewet) niet zal worden overgegaan tot een maatregel van verwijdering, tot een definitieve beslissing over een regularisatieaan- vraag is genomen; dat de vernietiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken tot weigering van regularisatie van 19 december 2001, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 22 maart 2002, bij arrest nr. 132.471 van 16 juni 2004, van de VIIde kamer van de Raad van State, tot gevolg heeft dat er opnieuw over de regularisatieaanvraag moet worden beslist; dat de rechtszekerheid vereist dat het thans bestreden bevel, dat steunt op de verwerping van voornoemde regularisatieaanvraag, wordt vernietigd; dat de nietigverklaring wordt uitgesproken op basis van een wettelijke bepaling, zodat het middel van verzoeker niet dient te worden onderzocht, XIV-14.516-2/3 BESLUIT: Artikel
  4. Vernietigd wordt het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 9 maart 2003, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op dezelfde datum. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes januari tweeduizend en zes, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET . D. MOONS. XIV-14.516-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.307 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.