id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.308 Rolnummer: A. 165550/XII-4523 Zaak: Arrest 153308 - - 06/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-12 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 08:06 Fiche Arrest nr 153.308 van 6 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.308 van 6 januari 2006 in de zaak A. 165.550/XII-
- In zake : Brecht WALIS, wonende te Houthalen-Helchteren, Wilgenstraat 116 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Brecht Wallis op 29 augustus 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 1 juli 2005 van de minister van Binnenlandse Zaken om hem geen identificatiekaart uit te reiken voor het uitoefenen van bewakingsactiviteiten; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Keulen, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché D. Van Dam, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-4523-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de politie van Hasselt op 18 september 2002 tegen verzoeker een aanvankelijk proces-verbaal opstelt wegens overtreding van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten (thans de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en de bijzondere veiligheid), onder meer omdat hij bewakingsactiviteiten uitoefent zonder drager te zijn van de identificatiekaart; dat voor het eerst op 24 september 2002 voor hem een dergelijke identificatiekaart wordt aangevraagd; dat nieuwe aanvragen worden ingediend op 4 april 2003 en 2 oktober 2003; dat de minister van Binnenlandse Zaken op 1 juli 2005 weigert verzoeker een identificatiekaart te verlenen omdat hij “niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 6, lid 1, 8/ van de bewakingswet”; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede schorsingsvoorwaarde, dat verzoeker aanvoert wat volgt : “Vooreerst heeft deze beslissing een ernstig financieel nadeel voor verzoeker. Verzoeker werkt reeds sinds zijn achttiende als portier en zou graag verder gaan in die sector. Hij was ook tewerkgesteld door de bewakingsonderneming ULENAERS Dimitri en daarna door DE COLFF CVBA en door RD SECURITY CVBA, telkens in afwachting van een identiteitskaart. Dit geeft aan dat men verzoeker bekwaam acht als bewakingsagent en hij zou hier goed zijn brood mee kunnen verdienen, maar door deze beslissing zal hij dit werk niet langer kunnen doen. Het recht op arbeid wordt hem hiermee ontzegd. Verzoeker is topsporter en hij verkoos dit werk zodat hij overdag voldoende tijd had voor de sport. Door de beslissing worden ook deze ambities op de helling gezet. Wanneer verzoeker op die manier gedwongen wordt zijn ambities op te geven, zal dit ook ernstige psychologische gevolgen hebben”; XII-4523-2/4 Overwegende dat verwerende partij in de nota hoofdzakelijk antwoordt dat het bezit van een identificatiekaart een essentiële voorwaarde is vooraleer men gerechtigd is om ook maar énige activiteit van bewaking uit te oefenen, zodat verzoeker “het feit dat hij al reeds acht jaren zonder de nodige vergunningen gewerkt heeft niet [kan] aanhalen als moeilijk en ernstig te herstellen nadeel voor de Raad van State”; Overwegende dat het nadeel hierop neerkomt dat verzoeker “niet langer” als portier kan werken, met alle gevolgen op financieel, sportief en psychologisch gebied van dien; dat evenwel niet wordt betwist dat, gelet op artikel 8, § 3, van de reeds eerder vermelde wet van 10 april 1990, hij dat werk überhaupt niet mocht begonnen zijn zonder te beschikken over de identificatiekaart die de bestreden beslissing hem weigert; dat voorts niet wordt beweerd, laat staan nog blijkt, dat de verwerende partij tenminste gedoogd heeft dat hij ook zonder die kaart reeds als bewakingsagent optrad; dat in die omstandigheden verzoeker in essentie als nadeel tegen de weigering van de identificatiekaart doet gelden, het verlies van een voordeel dat slechts (rechtmatig) verkregen kan worden op voorwaarde van het bezit van juist die identificatiekaart; dat een dergelijk nadeel niet als ernstig in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan worden beschouwd; Overwegende dat alvast de tweede van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet is vervuld; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4523-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes januari 2006, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4523-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.308 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.179 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.