← België

Arrest 153309 - - 06/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.309 Rolnummer: A. 163355/XII-4473 Zaak: Arrest 153309 - - 06/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-13 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 08:06 Fiche Arrest nr 153.309 van 6 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.309 van 6 januari 2006 in de zaak A. 163.355/XII-

  1. In zake : Jozef GORISSEN, die woonplaats kiest bij advocaat W. Vandenbussche, kantoor houdende te Harelbeke, Tuinstraat 37 tegen :
  2. de STAD BRUGGE,
  3. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jozef Gorissen op 16 juni 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van Brugge van 15.10.04 en van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van Brugge van 04.03.05 houdende de introductie van het managementteam op basis van een herwerkt organigram van de stadsdiensten”, evenals van “het besluit van 19.04.05 van Gouverneur Paul Breyne waarin werd beslist dat er geen redenen voor handen zijn die een optreden van zijn ambt rechtvaardigen naar aanleiding van een door verzoeker ingediend bezwaarschrift tegen voormelde beslissingen van het College van Burgemeester en Schepenen van Brugge”; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; XII-4473-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. Vandenbussche, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat S. Michelt, die loco advocaat R. Michelt verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat S. Carton, die loco advocaat B. Staelens verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker hoofdingenieur-directeur bij de dienst infrastructuur en openbare werken (hierna: DIRO) van de stad Brugge is, en als zodanig belast met de algemene leiding van die dienst; dat op 15 oktober 2004 het college van burgemeester en schepenen van Brugge goedkeuring verleent aan een voorstel tot vaststelling van een nieuw organigram van de stadsdiensten, op basis van negen clusters, en tot oprichting van een managementteam; dat volgens het voorstel DIRO verdwijnt en de hoofdingenieur-directeur wordt belast met ad hoc-opdrachten; dat verzoeker met een brief van 31 januari 2005 tegen de collegebeslissing bezwaar indient bij de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen; dat op 4 maart 2005 het schepencollege besluit “[d]e verdere werkwijze inzake clusterwerking en managementteam goed te keuren”; dat met een brief van 19 april 2005 de provinciegouverneur aan verzoeker antwoordt op zijn bezwaar van 31 januari 2005 dat er geen redenen aanwezig zijn die een optreden tegen het collegebesluit van 15 oktober 2004 rechtvaardigen; dat de gouverneur tevens meedeelt wat volgt : “Tenslotte heb ik bij het college van burgemeester en schepenen van Brugge benadrukt dat de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 15 oktober 2004 die het voorstel inzake wijzigingen aan het organogram en aan de functiebeschrijvingen goedkeurt en de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 4 maart 2004 [lees: 2005], slechts principe- beslissingen zijn die maar kunnen worden uitgevoerd indien ten gronde alle procedures stipt zijn gevolgd”; XII-4473-2/4 Overwegende dat de eerste verwerende partij in de nota opwerpt dat de beslissingen genomen door het schepencollege niet voor schorsings- en vernietigingsberoep vatbaar zijn, dat het voorbereidende beslissingen betreft, dat het aan de gemeenteraad toekomt te gepasten tijde en waar nodig de definitieve beslissing te nemen, dat de gemeenteraad nog niets beslist heeft aangezien de voorbereidingsfase nog niet is beëindigd; Overwegende dat de exceptie in het auditoraatsverslag voorlopig gegrond wordt bevonden; dat verzoeker ter terechtzitting uitdrukkelijk verklaart geen enkele reactie op het verslag te hebben; dat de Raad vooralsnog de exceptie en het auditoraatsverslag bijvalt; dat de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is in zoverre zij de besluiten van 15 oktober 2004 en 4 maart 2005 van het college van burgemeester en schepenen betreft; Overwegende dat volgens de tweede verwerende partij, in de nota, de vordering ook onontvankelijk is wat het derde voorwerp ervan betreft; dat wordt toegelicht dat wanneer de toezichthoudende overheid tot het inzicht komt dat er geen reden is om ten opzichte van een onder toezicht staande overheid gebruik te maken van haar toezichtsbevoegdheid, zij dan niet geacht wordt op het ogenblik dat zij tot deze overtuiging komt een administratieve beslissing te nemen; Overwegende dat, in zijn verslag, de auditeur de exceptie gegrond bevindt; dat hij van mening is dat de onthouding van de gouverneur om van zijn facultatieve schorsingsbevoegdheid gebruik te maken geen voor vernietiging vatbare handeling is, ook niet wanneer hij zijn onthouding in een brief aan de bezwaarindiener meedeelt; dat, ofschoon ter terechtzitting uitdrukkelijk naar een reactie daarop gevraagd, verzoeker die reactie niet geeft; dat de Raad vooralsnog de exceptie en het auditoraatsverslag bijvalt; dat de vordering tot schorsing aldus evenmin ontvankelijk is wat de zogezegd in de brief van 19 april 2005 vervatte “beslissing” van de gouverneur betreft; Overwegende dat de vordering in al haar onderdelen niet- ontvankelijk voorkomt, XII-4473-3/4 BESLUIT: Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes januari 2006, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4473-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.309 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.306 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.