id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.313 Rolnummer: A. 163618/XII-4478 Zaak: Arrest 153313 - Overheidsopdrachten - 06/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-09 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 08:07 Fiche Arrest nr 153.313 van 6 januari 2006 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.313 van 6 januari 2006 in de zaak A.163.618/XII-
- In zake : de VZW SPORT- EN RECREATIECENTRUM TER BORCHT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Defreyne, kantoor houdende te Izegem, Papestraat 9 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gelet op het verzoekschrift dat de VZW Sport- en Recreatiecentrum Ter Borcht op 24 juni 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 26 april 2005 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering tot gedeeltelijke vernietiging van het besluit van 2 juni 2004 van de gemeenteraad van Meulebeke houdende goedkeuring van de rekening 2003 en de begroting 2004 van de VZW Sport- en Recreatiecentrum Ter Borcht; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4478-1/5 Gelet op de beschikking van 24 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 november 2005, datum waarop de zaak werd uitgesteld naar de zitting van 6 december 2005, op welke datum de zaak opnieuw werd uitgesteld naar de zitting van 13 december 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Defreyne, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat S. Carton, die loco advocaat B. Staelens verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster het sportcentrum van de gemeente Meulebeke exploiteert, krachtens een 26 januari 1994 gedagtekende overeenkomst met de gemeente; dat volgens artikel 12 van de overeenkomst, verzoekster zich er toe verbindt het personeel aan te werven en te betalen, met dien verstande dat “[h]et aanwerven gebeurt met toepassing van dezelfde wervingsmodaliteiten en bezoldigingsregeling als deze van toepassing zijn op het statutair personeel van de gemeente, terwijl zulke aanwerving enkel uitwerking heeft na goedkeuring door de gemeenteraad in een gemotiveerd besluit”, en dat “[d]e wedden en lonen van het personeel van de VZW dienen in overeenstemming te zijn met de analoge wedde- en loonschalen van het gemeentepersoneel”; dat overeenkomstig het artikel 13 de begroting en de rekening van verzoekster worden goedgekeurd door de gemeenteraad, die “[i]n voorkomend geval, kan [...] een subsidie toekennen om het deficiet te dekken en/of de begroting in evenwicht te brengen”; Overwegende dat de gemeenteraad van Meulebeke op 2 juni 2004 de rekening 2003 van verzoekster goedkeurt; dat de gemeenteraad eveneens beslist de begroting 2004 van verzoekster goed te keuren én aan haar een “gemeentelijke toelage 2004” ten bedrage van 275.350 euro toe te kennen; dat de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen bij beslissing van 13 december 2004 het “gemeenteraadsbesluit van 2 juni 2004 houdende goedkeuring van de rekening 2003 en de begroting 2004 van de vzw. Ter Borcht” in zijn uitvoering schorst “wat betreft: - de vaststelling in de rekening 2003 van uitgaven voor een bedrag van 8.775,02 euro XII-4478-2/5 aan onrechtmatige verloning, zoals aangegeven in het overwegend gedeelte; - de vaststelling in de begroting 2004 van uitgaafkredieten voor een bedrag van 10.506,83 euro aan onrechtmatige verloning, zoals aangegeven in het overwegend gedeelte”; dat in genoemd overwegend gedeelte wordt toegelicht dat de onrechtmatige uitgaven of uitgaafkredieten betrekking hebben op de personeelsuitgaven in verband met de centrumbeheerder M. V. die, gelet op haar diploma, in strijd met het artikel 12 van de exploitatieovereenkomst “in het B-niveau” is aangesteld en bezoldigd; Overwegende dat de gemeenteraad de geschorste beslissing op 9 maart 2005 handhaaft, onder verwijzing naar een procedure tussen verzoekster en de centrumbeheerder bij de arbeidsrechtbank “waar precies de bezoldiging van Mevr. [V.] ter discussie staat”; dat de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering op 26 april 2005 besluit dat “[h]et gemeenteraadsbesluit van de gemeente Meulebeke van 2 juni 2004 houdende goedkeuring van de rekening 2003 en de begroting 2004 van de vzw Ter Borcht wordt vernietigd voor wat betreft: - de goedkeuring in de rekening 2003 van de vzw Ter Borcht van personeelsuitgaven voor een bedrag van 6.359,91 euro aan onrechtmatige verloning; - de goedkeuring in de begroting 2004 van de vzw Ter Borcht van kredieten voor personeelsuitgaven voor een bedrag van 7.745.95 euro aan onrechtmatige verloning”; dat bij vonnis van 25 mei 2005 de arbeidsrechtbank te Kortrijk, afdeling Roeselare, uitspraak doet in de voormelde procedure tussen verzoekster en de centrumbeheerder; dat wordt geoordeeld dat de vordering van verzoekster tot terugbetaling van het voor 2002 aan de centrumbeheerder teveel betaalde loon ongegrond is en dat verzoekster aan de centrumbeheerder het loon verschuldigd blijft waartoe zij zich in de arbeidsovereenkomst had verbonden, ongeacht het feit dat de gemeente als financierende derde van oordeel is dat verzoekster een verkeerd loon heeft toegekend aan de centrumbeheerder; Overwegende dat verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist; dat een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zich slechts zouden opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de XII-4478-3/5 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoekster uiteenzet dat zij door de bestreden beslissing haar subsidie vanwege de gemeente verminderd ziet, dat zij tot op vandaag een loon van niveau B aan de centrumbeheerder moet betalen, wijl de gemeente vanaf 1 januari 2003 slechts een loon van niveau C mag subsidiëren, dat verzoekster dus sinds 2,5 jaar een uitgave moet doen waarvoor zij geen subsidies krijgt, dat zij dat nog tot minstens augustus 2007 moet doen, dat immers, zelfs indien zij de arbeidsovereenkomst van de centrumbeheerder onmiddellijk zou beëindigen, dan nog een opzeggingstermijn van 25 maanden moet geëerbiedigd worden, dat een en ander een uitgave van 40.000 tot 45.000 euro betekent, dat verzoekster wel liquide middelen heeft, maar ze niet alleen voor één personeelslid kan aanwenden, dat zij haar verbintenissen niet zal kunnen nakomen en noodgedwongen in ontbinding zal moeten worden gesteld; Overwegende, ten eerste, dat vooralsnog met de verwerende partij wordt aangenomen dat de bestreden beslissing geen subsidiebeslissing is, noch een beslissing tot terugvordering en dat er geen direct causaal verband bestaat tussen het nadeel en de bestreden beslissing; dat verzoekster weliswaar beweert dat de gemeente over de subsidie “geen afzonderlijke beslissing” neemt, maar stuk 11 van het administratief dossier dit tegenspreekt; dat het op het eerste gezicht ook niet te rijmen zou zijn met het artikel 13 van de exploitatieovereenkomst, waarvan reeds in de eerste overweging sprake was; dat de bestreden beslissing wel gedeeltelijk de goedkeuring van verzoeksters rekening 2003 en begroting 2004 vernietigt, maar de expliciete toewijzing op 2 juni 2004 van de gemeentelijke toelage 2004 ten bedrage van 275.350 euro onverlet laat; dat, op zichzelf beschouwd, het aangevochten besluit evenmin iets zegt over de toelage 2003 die verzoekster destijds moet zijn toegekend door de gemeente; dat op grond van de thans beschikbare gegevens niet blijkt dat het bestreden besluit van de Vlaamse minister uit eigen kracht op de situatie van verzoekster ingrijpt; Overwegende, ten tweede, dat zelfs in de veronderstelling dat het aangevochten besluit uit zichzelf tot gevolg zou hebben dat verzoekster voor 2003 en 2004 respectievelijk 6.359,91 en 7.745,95 euro aan de gemeente dient terug te betalen, dan nog niet voldoende is aangetoond dat verzoekster er een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel door lijdt; dat zij over ruime “liquide middelen” blijkt te beschikken; dat zij tevergeefs het belang van die middelen tracht te minimaliseren door te verwijzen naar “nog andere investeringen” die ze te doen zou hebben, en naar de XII-4478-4/5 mogelijkheid om “met bepaalde andere noodzakelijke uitgaven” geconfronteerd te worden; dat zij noch de investeringen, noch de andere noodzakelijke uitgaven toelicht; dat de Raad er dan ook bezwaarlijk rekening mee kan houden; Overwegende, samenvattend, dat in de huidige stand van zaken niet aannemelijk wordt gemaakt dat verzoekster ten gevolge van specifiek de bestreden beslissing op zodanige financiële problemen dreigt te stuiten dat zij terecht moet vrezen te zullen verdwijnen; dat niet aan de tweede grondvoorwaarde voor een schorsing is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes januari 2006, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4478-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.313 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.083 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.