← België

Arrest 153325 - - 09/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.325 Rolnummer: A. 144627/IX-3994 Zaak: Arrest 153325 - - 09/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-23 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 08:08 Fiche Arrest nr 153.325 van 9 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.325 van 9 januari 2006 in de zaak A. 144.627/IX-

  1. In zake : XXXX die woonplaats kiest bij advocaten M. STORME en I. ROGIERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Verenigingstraat 28 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door het College van de Federale Ombudsmannen, die woonplaats kiest bij advocaat A. COOLSAET, kantoor houdende te ANTWERPEN, Arthur Goemaerelei
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 28 november 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 september 2003 van het college van de federale ombudsmannen waarbij zij zonder vooropzeg wordt ontslagen; Gelet op het arrest nr. 131.469 van 17 mei 2004 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt bevolen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 23 juni 2004 door de verwerende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-3994-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 20 januari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 december 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. ROGIERS, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat A. COOLSAET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Over de gegrondheid van de vordering. Overwegende dat de bestreden beslissing bij artikel 1 van het besluit van het college van de federale ombudsmannen van 25 november 2005 met “onmiddellijke ingang” is ingetrokken; dat luidens artikel 2 van hetzelfde besluit “de nodige maatregelen worden getroffen om de gevolgen van de beslissing dd. 25 september 2003 ongedaan te maken”; dat verzoekster ter zitting bij monde IX-3994-2/4 van haar raadsman vraagt toch de nietigverklaring van de bestreden beslissing te bevelen om morele genoegdoening te verkrijgen; Overwegende dat verzoekster evenwel niet de bijzondere gegevens aanwijst die van aard zouden zijn niettegenstaande de intrekking van de beslissing toch de nietigverklaring ervan uit te spreken; dat de intrekking bijgevolg een ruimschoots voldoende morele genoegdoening verleent; dat bovendien de intrekking van de bestreden beslissing in deze wat de gevolgen betreft gelijkstaat met de vernietiging ervan, zodat evenzeer zij geacht wordt nooit te hebben bestaan; dat er bijgevolg geen redenen zijn om in te gaan op de vraag van verzoekster; Overwegende dat de vordering aldus doelloos is geworden;
  4. Over het verzoek tot anonimiteit. Overwegende dat verzoekster vraagt dat haar naam onder meer niet zou worden vernoemd in de stukken die openbaar worden gemaakt; Overwegende dat luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten van de Raad van State, iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt op elk moment van de rechtspleging en tot wanneer het arrest wordt uitgesproken, kan, eisen dat bij de publicatie daarvan de identiteit van de natuurlijke personen die zij aanwijst niet zou worden opgenomen; dat te dezen niets zich tegen inwilliging van verzoeksters vraag verzet, IX-3994-3/4 BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. Bij de publicatie van dit arrest zal geen melding gemaakt worden van de identiteit van verzoekster. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen januari 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3994-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.325 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.469 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.