← België

Arrest 153328 - - 09/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.328 Rolnummer: A. 162228/IX-4881 Zaak: Arrest 153328 - - 09/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-17 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 08:08 Fiche Arrest nr 153.328 van 9 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.328 van 9 januari 2006 in de zaak A. 162.228/IX-

  1. In zake : Hendrik HOUBEN, die woonplaats kiest bij het VSOA, gevestigd te BRUSSEL, Lang Levenstraat 27-29 tegen : de POST, die woonplaats kiest bij advocaat C. VAN OLMEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hendrik HOUBEN op 26 april 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen : "
  3. van de beslissing van onbekende datum, uitgaande van een onbekende overheid, waarbij werd overgegaan tot de reconversie van de dienst 'Audit', hierna 'de reconversiebeslissing' genoemd.
  4. van de beslissing van onbekende datum, uitgaande van een onbekende overheid, waarbij expliciet werd beslist om de functie van Senior Field Auditor in te stellen en toe te wijzen en impliciet werd beslist om de betrekking van verzoeker - eerstaanwezend inspecteur- af te schaffen, hierna 'de afschaffingsbeslissing' genoemd.
  5. van de beslissing van onbekende datum, uitgaande van een onbekende overheid, waarbij verzoeker expliciet 'niet geslaagd' wordt verklaard voor het eerste deel (assessment) van de selectieprocedure voor de functie van Senior Field Auditor en van de daarin impliciet besloten weigering om verzoeker te laten deelnemen aan het tweede deel (...) van de selectieprocedure voor de functie van Senior Field Auditor, hierna 'de nietgeslaagdverklaring' genoemd.
  6. van de beslissing van onbekende datum, uitgaande van een onbekende overheid, waarbij bepaalde -voor verzoeker onbekende- kandidaten expliciet 'geslaagd' worden verklaard voor het eerste deel (assessment) van de selectieprocedure IX-4881-1/3 voor de functie van Senior Field Auditor en van de daarin impliciet besloten toelating van de betrokken(en) tot het tweede deel (...) van de selectieprocedure voor de functie van Senior Field Auditor, hierna 'de geslaagdverklaring' genoemd.
  7. van de expliciete dan wel impliciete weigering om de titels en verdiensten van verzoeker met het oog op de toewijzing van de functie van Senior Field Auditor op een objectieve wijze te onderzoeken, hierna 'de weigering tot objectieve selectie' genoemd.
  8. Van de expliciete dan wel impliciete weigering om de functie van Senior Field Auditor toe te wijzen aan verzoeker, hierna 'de weigering tot toewijzing aan verzoeker' genoemd.
  9. van de beslissing tot toewijzing van de functie van Senior Field Auditor, hierna 'de toewijzingsbeslissing' genoemd." ; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 8 augustus 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd IX-4881-2/3 artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt, BESLUIT: Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen januari 2000 en zes, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-4881-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.328 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.