← België

Arrest 153357 - - 09/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.357 Rolnummer: A. 91731/IX-2367 Zaak: Arrest 153357 - - 09/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-17 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 08:09 Fiche Arrest nr 153.357 van 9 januari 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.357 van 9 januari 2006 in de zaak A. 91.731/IX-

  1. In zake : de NV REDERIJ JACOBUS, die woonplaats kiest bij advocaat G. VANQUATHEM, kantoor houdende te KNOKKE-HEIST, Invalidenlaan 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Land- bouw en Middenstand, thans het Vlaamse Gewest, vertegenwoor- digd door de Vlaamse Regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV REDERIJ JACOBUS op 15 mei 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de in een brief van 28 april 2000 neergelegde beslissing waarbij de minister van Landbouw haar meedeelt dat : - zij voor haar vaartuig Z. 35 gedurende de periode van 1 juli 1999 tot en met 31 december 1999 niet voldaan heeft aan de voorwaar- den van het koninklijk besluit van 3 februari 1999 noch aan de bepalingen vervat in de brief van 22 december 1999; - zij haar visvergunning op 29 mei 2000 dient in te leveren bij de dienst Zeevisserij wegens effectieve schorsing van 21 opeenvol- gende dagen; - het voormelde vaartuig in 2000 maximaal 264 vaartdagen mag realiseren waarvan maximaal 218 in de Noordzee; Gelet op het arrest nr. 89.989 van 3 oktober 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 31 oktober 2000 ingediend door de verzoekende partij; IX-2367-1/3 Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 25 augustus 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 5 september 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, IX-2367-2/3 BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen januari 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-2367-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.357 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.89.989 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.