← België

Arrest 153365 - - 09/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.365 Rolnummer: A. 163357/X-12343 Zaak: Arrest 153365 - - 09/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-12 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 08:09 Fiche Arrest nr 153.365 van 9 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.365 van 9 januari 2006 in de zaak A. 163.357/X-12.

  1. In zake : Filip DE KERF, die woonplaats kiest bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen :
  2. de stad GENT,
  3. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  4. tussenkomende partij : de v.z.w. VINCENTHOF, die woonplaats kiest bij Advocaat D. MATTHYS, kantoor houdende te 9000 GENT, Sint-Annaplein
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Filip DE KERF op 16 juni 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : "• het besluit dd. 30 september 2004 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Gent houdende afgifte van een stedenbouwkundige vergunning aan de v.z.w. VINCENTHOF, met kantoren te 9041 Oostakker, (Gent), Gasthuisstraat 10 en strekkende tot het oprichten van 7 seniorenflats met 5 afzonderlijke carports en een tuin- en fietsberging, na het slopen van een ééngezinswoning met garage en het rooien van 15 bomen, gelegen te 9041 Oostakker (Gent), Meerhoutstraat 94, kadastraal gekend onder 17/ afdeling, sectie B, nr. 567f/deel (...), • het besluit dd. 18 november 2004 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Gent houdende handhaving van de stedenbouwkundige vergunning dd. 30 september 2004 (...)"; X-12.343-1/5 Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 september 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. ROELANDTS die verschijnt voor verzoeker, van Advocaat S. KEMPINAIRE die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat P. AERTS die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat F. DEVOS die loco Advocaat D. MATTHYS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de v.z.w. VINCENTHOF met een verzoekschrift van 5 juli 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de eerste verwerende partij en de tussenkomende partij bij exceptie de tijdigheid van het beroep betwisten; Overwegende dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning noch bekendgemaakt, noch aan derden diende betekend te worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoekende partij er kennis van heeft gehad of geacht moet worden er kennis van te hebben gehad; dat het evenwel niet in de macht van een potentiële verzoekende partij mag liggen, wanneer zij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die zij eventueel X-12.343-2/5 met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling buiten weten, zowel van de overheid van wie zij uitgaat, als van alle andere belanghebbenden, in het ongewisse wordt gehouden, met alle nadelige gevolgen vandien; dat het beginsel volgens hetwelk voorkomen moet worden dat de gelding van administratieve beslissingen te lang onzeker blijft, en dat aan voormeld artikel 4 van de procedureregeling ten grondslag ligt, eensdeels, de noodzaak van een evenwichtige bescherming van de belangen én van de bouwheer én van de omwonenden en andere belanghebbende personen, anderdeels, meebrengen dat degene die meent te worden benadeeld door een stedenbouwkundige vergunning en die het bestaan van die vergunning moet vermoeden, de verplichting heeft om binnen een redelijke termijn gebruik te maken van de op dat ogenblik bestaande mogelijkheid die hem door artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, gewijzigd bij de wetten van 22 april 1970 en 22 december 1970, geboden werd om ten gemeentehuize kennis te nemen van de inhoud van de afgegeven stedenbouwkundige vergunning; dat eens die redelijke termijn verstreken, de termijn van 60 dagen om annulatieberoep - en om een vordering tot schorsing als accessorium - in te dienen, een aanvang neemt; Overwegende dat de op 18 november 2004 gehandhaafde stedenbouwkundige vergunning tot voorwerp heeft het oprichten van acht seniorenflats met vijf afzonderlijke carports en een tuin- en fietsberging, na het slopen van een eengezinswoning en het rooien van vijftien bomen; dat de afbraakwerken een onderdeel vormen van de bestreden stedenbouwkundige vergunning; dat de eerste verwerende partij aan de hand van de overgelegde plannen doet gelden dat de verzoekende partij de ingediende bouwplannen met vermelding "bouwen van seniorenflats na slopen bestaande eengezinswoning met garage" heeft ondertekend; dat in deze stand van het geding mag worden aangenomen dat de verzoekende partij de draagwijdte van de bouwaanvraag kende of geacht werd die te kennen; Overwegende dat uit de stukken overgelegd door zowel de eerste verwerende partij als de tussenkomende partij blijkt dat de vergunde afbraakwerken een aanvang namen op 10 februari 2005 en beëindigd werden op 18 februari 2005; dat op dat ogenblik de verzoekende partij, die naast het bouwperceel woont en rekening houdend met haar voorkennis van de inhoud van de plannen, kon X-12.343-3/5 vermoeden dat een vergunning was verleend; dat rekening houdende met de hiervoor geschetste redelijke termijn van inzage, in deze stand van het geding de vordering die op 16 juni 2005 werd ingediend, laattijdig is; dat de bewering van de verzoekende partij dat pas op 18 april 2005 gestart werd met de grondwerken geen afbreuk doet aan het voorgaande; dat de aangevoerde exceptie van laattijdigheid in deze stand van het geding wordt aangenomen; dat de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  6. Het verzoek tot tussenkomst van de v.z.w. VINCENTHOF in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  7. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.343-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen januari 2006, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.343-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.365 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.099 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.