id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.368 Rolnummer: A. 169162/VII-35177 Zaak: Arrest 153368 - - 09/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-10 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 08:10 Fiche Arrest nr 153.368 van 9 januari 2006 - Beslissing : Voorlopig bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 153.368 van 9 januari 2006 in de zaak A. 169.162/VII-35.177 In zake : XXX die woonplaats kiest bij advocaat Y. MALOLO, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louisalaan 391 bus 15 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Angolese nationaliteit, op 4 januari 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot terugdrijving van de minister van Binnenlandse Zaken van 2 januari 2006, met beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats te dien einde; Gelet op de beschikking van 5 januari 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 januari 2006 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 6 januari 2006 om 10.30 u; Gelet op de beschikking van 6 januari 2006 waarbij de voortzetting van de terechtzitting van 6 januari 2006 wordt bepaald op 9 januari 2006 om 15.00 u; VII-35.177-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van de advocaten M. KIWAKANA en Y. MALOLO, die verschijnen voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het anders luidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten 1.
- Verzoeker kwam België binnen op 2 januari 2006 in de luchthaven van Zaventem. Hij was houder van een Schengen-visum geldig voor 21 dagen. 1.
- Hij mocht de grenscontrole passeren en werd toegelaten op het grondgebied. Er werd een desbetreffende stempel aangebracht in zijn paspoort. 1.
- In de aankomsthal werd hij echter opnieuw onderschept en naar de transitzone teruggebracht. Uit het proces-verbaal, opgemaakt door de Federale Politie, dat werd overgelegd op de zitting van 9 januari 2006, blijkt het volgende: “In de aankomsthal merken wij dadelijk XXX terug op. Hij staat tussen een groep van een tiental personen dewelke hem zo te zien komen afhalen. Wanneer wij korterbij komen beginnen deze opwachtende personen naar alle richtingen af te druipen. Van deze groep personen kunnen wij twee personen staande houden. Eveneens XXX dewelke in vlugge tred naar de uitgang gaat, kunnen wij tegenhouden. V. C. is geen spoor meer. Wij brengen alle personen over naar onze burelen voor verder onderzoek. Daar er wel degelijk een verband tussen alle passagiers bestaat, en dat deze passagiers volhouden dat zij elkaar niet kennen niettegenstaande dat er zoveel overlappende punten zijn, gaan wij over tot het opstellen van een grensverslag onder het nummer BN/7/06 voor onduidelijk reismotief. Daar wij eerder betrokkene toegang verleenden tot het Rijk, maar aangezien de nieuwe elementen dewelke aan het licht kwamen, gaan wij over tot annulatie van de binnenkomststempel (dubbele schuine streep over de stempel met daartussen ANNULEE + een stempel van onze eenheid).” 1.
- Aan de verzoekende partij werd dan een beslissing tot terugdrijving betekend, alsmede een beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats te dien einde. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: “Niet in het bezit van passende documentatie waaruit het doel en de omstandigheden van het verblijf blijken (art. 3, eerste lid, 3/). Betrokkene verklaart VII-35.177-2/5 naar België te komen voor de aankoop van voertuigen. Op hetzelfde ogenblik worden 2 andere personen onderschept waarbij na controle blijkt dat hun visa- en vliegtuigticketnummers mekaar opvolgen. Betrokkene ontkent deze andere personen te kennen en verklaart bovendien enkel naar België voor de aankoop van voertuigen. Na controle op niveau aankomst wordt betrokkene effectief opgewacht door derden maar deze personen onttrekken zich aan een identiteitscontrole door het op een lopen te zetten. Hieruit blijkt dat betrokkene opzettelijk informatie achterhoudt om zodoende een degelijke controle op zijn effectieve reisdoel te ontlopen.” Dit is de bestreden beslissing.
- Beoordeling 2.
- Algemeen Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- De uiterst dringende noodzakelijkheid De repatriëring van verzoeker, die van zijn vrijheid werd beroofd, was voorzien op 8 januari
- De uiterst dringende noodzakelijkheid is dus voorhanden; 2.
- De middelen 2.3.1 Verzoeker roept de schending in van artikel 3, eerste lid, 3/ van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). Hij voert aan dat de bestreden beslissing werd genomen nadat hij de grescontrole was gepasseerd en op hert grondgebied van het Rijk werd toegelaten, zoals trouwens blijkt uit de stempel die in zijn paspoort werd aangebracht. Verzoeker stelt dat de beslissing tot terugdrijving niet kon worden genomen ten aanzien van iemand die effectief op het grondgebied werd toegelaten. 2.3.
- De stelling van verzoeker lijkt op het eerste gezicht overtuigend. Het valt immers moeilijk in te zien hoe een beslissing tot terugdrijving kan worden genomen ten aanzien van iemand die op regelmatige wijze tot het grondgebied is toegelaten. Het middel is ernstig. VII-35.177-3/5 2.
- Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel De bestreden beslissing veroorzaakt uiteraard een moeilijk te herstellen ernstig nadeel veroorzaakt. Het beperkt immers de bewegingsvrijheid van de betrokkene en de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan zal voor gevolg zal hebben dat verzoeker zijn voorgenomen verblijf in België niet kan verderzetten, hoewel hij in het bezit was van een regelmatig visum, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing tot terugdrijving van de minister van Binnenlandse Zaken van 2 januari 2006, met beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats te dien einde. Artikel
- De kosten van de vordering, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Artikel
- Bevolen wordt de onmiddellijke tenuitvoerlegging van dit arrest. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen januari tweeduizend en zes, door de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, VII-35.177-4/5 staatsraad, W. HUYGHEBAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, W. HUYGHEBAERT. E. BREWAEYS. VII-35.177-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.368 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div