← België

Arrest 153387 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.387 Rolnummer: A. 165490/XII-4522 Zaak: Arrest 153387 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 08:10 Fiche Arrest nr 153.387 van 10 januari 2006 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.387 van 10 januari 2006 in de zaak A. 165.490/XII-

  1. In zake : Kristien DEVOLDER, die woonplaats kiest bij advocaat D. Matthys, kantoor houdende te Gent, Sint-Annaplein 34 tegen : de STAD BRUGGE, die woonplaats kiest bij advocaat D. De Clerck, kantoor houdende te Brugge, Hoogstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Kristien Devolder op 26 augustus 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2005 van de stad Brugge, waarbij voor het schooljaar 2005-2006 binnen het goedgekeurde lestijdenpakket 27 uur/week pianobegeleiding wordt goedgekeurd; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van hetzelfde besluit; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 14 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 december 2005, zitting waarop de zaak is uitgesteld naar de zitting van 13 december 2005; XII-4522-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Matthys, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaten H. Deprez en D. De Clerck, die verschijnen voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De feitelijke gegevens van de zaak
  3. Overwegende dat de gegevens die aanleiding gaven tot de voor- liggende vordering kunnen worden samengevat als volgt : Verzoekster en haar collega J.H. zijn vast benoemde pianobegeleiders aan het stedelijk conservatorium te Brugge, verzoekster met een opdracht van 14 uren, haar collega met een opdracht van 20 uren. Tijdens het eerste trimester van het schooljaar 2004-2005 is verzoekster met zwangerschapsverlof. Aansluitend neemt zij ouderschapsverlof van januari 2005 tot juli
  4. Tijdens haar afwezigheid ontspint zich een discussie over het aantal uren pianobegeleiding en de wijze van invulling ervan: naar verklaring van verzoekster werd tot dan 30% van de opdracht beschouwd “als studietijd om de verschillende muziekpartituren in te studeren met het oog op een optimale begeleiding van de leerlingen”. Als verzoekster verneemt dat uren geschrapt dreigen te worden, neemt zij in de loop van de maand september 2004 contact met de schepen van onderwijs en richt zij onder meer op 8 juni 2005 een schriftelijk bezwaar tot het college van burgemeester en schepenen van Brugge. Tussendoor komt de aanwending van het lestijdenpakket ter sprake op overlegvergaderingen tussen de beleidsverantwoordelijken, de stedelijke diensten en de school, op de personeelsraad, op vergaderingen met de pianobegeleiders en op vergaderingen bij het syndicaal overleg. XII-4522-2/7 Op 28 juni 2005 neemt de gemeenteraad de bestreden beslissing;
  5. Overwegende dat verzoekster de huidige vordering heeft ingeleid op 26 augustus 2005; dat na die datum nog volgende, voor de beoordeling van de vordering relevante feiten zijn te signaleren : Bij raadsbesluit van 6 september 2005 overweegt de gemeenteraad “dat [verzoekster] een aanvraag ingediend heeft tot het bekomen van een volledige loopbaanonderbreking te rekenen met 1 september 2005 en voor de duur van het schooljaar 2005/2006” en besluit hij : “Te rekenen met 1 september 2005 en voor de duur van het schooljaar 2005/2006 wordt aan mevrouw Kristien Devolder, vastbenoemd lerares pianobegeleiding in het stedelijk conservatorium met 14 u/w, toelating verleend om haar loopbaan met 14 u/w te verminderen in het kader van volledige loopbaanonderbreking in het onderwijs”. Met een 6 oktober 2005 gedateerd schrijven wordt verzoekster meegedeeld dat zij met ingang van 1 september 2005 ter beschikking gesteld wordt wegens ontstentenis van betrekking voor 7u/w “gezien u onder de vastbenoemde personeelsleden binnen het ambt van begeleider die het ambt in hoofdambt uitoefenen beschikt over de kleinste dienstanciënniteit”. Ook wordt aan verzoekster een vrijwillige wedertewerkstelling aangeboden als leraar instrument/piano in de lagere graad voor 7 u/w. Met een brief van 14 oktober 2005 vraagt verzoekster wedertewerkstelling als lerares viool en verklaart zij zich bereid de taak van pedagogisch begeleider op te nemen. Met een brief van 20 november 2005 protesteert zij tegen de toebedeling van twee uren viool aan een collega, en eist zij die uren in wedertewerkstelling op; De ontvankelijkheid
  6. Overwegende dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; XII-4522-3/7 De schorsingsvoorwaarden
  7. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 5.
  8. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoekster doet gelden wat volgt : “Door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing zal verzoekster zonder enige twijfel reeds vanaf het academiejaar 2005/2006, dat in de zeer nabije toekomst een aanvang neemt, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijden. Het feit dat de vervanging van verzoekster slechts op papier is gebeurd tijdens de evaluatieperiode heeft voor haar een meer dan beledigend karakter. Bovendien was deze vervanging in strijd met de regelgeving, vervat in de omzendbrief PV/2005/7, en bijgevolg onwettig. Het beledigend karakter voor verzoekster is nog groter wanneer de gemanipuleerde cijfers worden onder ogen genomen die aan de leden van het B.O.C. werden voorgelegd. Bovendien werd dit alles, zoals reeds in het feitenrelaas uiteengezet, misbruik gemaakt van het zwangerschaps- en ouderschapsverlof van verzoekster. Gezien het specifiek karakter van het ambt van pianobegeleider heeft de beslissing van de gemeenteraad die thans wordt aangevochten als onvermijdelijk gevolg dat verzoekster ter beschikking zal worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, en dit terwijl het totaal aantal uren in het conservatorium zal toenemen. Dit legt uiteraard een hypotheek op de carrièremogelijkheden van verzoekster als pianobegeleidster. Wie niet de volledige achtergrond kent zal er kunnen van uitgaan dat verzoekster ontslagen werd om welke reden ook, maar zeker niet omwille van een ontstentenis van betrekking die, zoals reeds duidelijk uiteengezet, op artificiële basis werd gecreëerd. De door de auditeur van het conservatorium gecreëerde negatieve sfeer waarin verzoekster wordt afgeschilderd als Voor verzoekster blijft anders geen keuze over dan terug te vallen naar een loopbaanonderbreking om te vermijden dat zij er psychisch onderdoor gaat en aldus haar toekomst volledig hypothekeert. Bij dit alles hoeft het geen betoog dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de maatregel ook een rechtstreekse financiële negatieve impact zal hebben”; XII-4522-4/7 5.
  9. Overwegende dat verwerende partij in de nota met opmerkingen repliceert dat er geen voldoende geïndividualiseerde band is tussen de bestreden beslissing en verzoekster, dat het beweerde nadeel niet direct voortvloeit uit de bestreden beslissing, dat het beweerd nadeel niet actueel noch zeker is, dat het enkele feit zich beledigd te voelen op zich geen nadeel vormt en zeker geen moeilijk te herstellen nadeel en dat elk financieel nadeel herstelbaar is; dat zij ter terechtzitting, met verwijzing naar de nieuwste evoluties in het dossier, opmerkt dat de door verzoekster zelf gevraagde loopbaanonderbreking haar geen financieel nadeel kan opleveren en dat de wedertewerkstelling als leraar piano een hoger bezoldigd ambt is zodat verzoekster zelfs zónder de loopbaanonderbreking geen financieel nadeel geleden zou hebben in het schooljaar 2005-2006;
  10. Overwegende dat verzoekster in de inleidende akte een financieel en een moreel nadeel doet gelden; Overwegende, wat het financieel aspect betreft, dat verzoeksters raadsman ter terechtzitting uitdrukkelijk verklaart dat het financieel nadeel niet meer voorwerp is van discussie; dat dienvolgens nog enkel aandacht moet worden gegeven aan het moreel aspect; dat in beginsel evenwel een moreel nadeel steeds herstelbaar is, en wel door de morele genoegdoening die een annulatie oplevert; dat het aan een verzoekende partij toekomt om aan te tonen dat het in haar zaak anders is; Overwegende dat een desgevallend slechts “papieren vervanging” van verzoekster tijdens het schooljaar 2004-2005 geen rechtstreeks verband vertoont met de thans voorliggende beslissing, die betrekking heeft op het schooljaar 2005- 2006 en ook énkel op dat schooljaar; Overwegende dat de andere als beledigend ervaren elementen, subjectieve gevoelens zijn van verzoekster waarvan niet valt in te zien waarom het als moreel nadeel niet herstelbaar zou zijn met een eventueel uit te spreken vernietigingsarrest; dat bovendien wordt vastgesteld dat die gegevens stoelen op beweerd gemanipuleerde cijfergegevens en laakbare uitspraken over haar, die niet aan de gemeenteraad zijn toe te schrijven en waarvan evenmin is aangetoond dat ze het bestreden gemeenteraadsbesluit determineren; dat een en ander niet veroorzaakt wordt door het bestreden besluit, maar dat het vooral de relatie betreft tussen verzoekster en haar directie en refereert aan een “negatieve sfeer”, waarvan men zich overigens mag afvragen hoe een schorsing van de tenuitvoerlegging van het XII-4522-5/7 bestreden raadsbesluit er aan kan remediëren; dat de gemeenteraad daarenboven het voorstel van die directie om 22 uren goed te keuren niet heeft ingewilligd, maar een eigen beslissing heeft genomen over het aantal beschikbare uren; Overwegende dat verzoekster niet concretiseert op welke andere carrière-kansen een hypotheek wordt gelegd door de bestreden beslissing, buiten het eventuele risico op terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking; dat dit laatstgenoemde nadeel ten tijde van de bestreden beslissing nog virtueel is zodat, indien het wordt geconcretiseerd door een latere individuele beslissing, zij daartegen beroep zal kunnen instellen; dat, meer nog, ondertussen inderdaad een effectief genomen, concrete beslissing over verzoeksters statutaire toestand tijdens het schooljaar 2005-2006 op 6 oktober 2005 aan verzoekster is meegedeeld; dat die beslissing evenwel niet binnen het bereik ligt van de huidige vordering, zodat de hier gevorderde schorsing ook enkel de tenuitvoerlegging van het raadsbesluit van 28 juni 2005 naar de toekomst bevriest, en niet meer de totstandkoming van de reeds besloten terbeschikkingstelling kan voorkomen; dat de Raad van State uit die latere beslissing voorts onthoudt dat verzoekster nog steeds voor een aantal uren vast benoemd is en, voor de uren waarvoor zij ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, evenveel uren wedertewerkstelling aangeboden krijgt waarvan zelfs niet wordt tegengesproken dat zij financieel interessanter zijn; dat ten slotte, zo verzoekster gehecht is aan haar carrière als pianobegeleidster en door de bestreden beslissing vreest specifiek die ervaring of werksatisfactie te moeten missen, de Raad slechts kan vaststellen dat zij door vrijwillig loopbaanonderbreking aan te vragen voor het lopende schooljaar, zelf heeft verhinderd dat een eventuele schorsing haar nog voor dat nadeel kan behoeden; Overwegende dat de Raad niet is overtuigd dat de aangevoerde nadelen het ernstig en moeilijk te herstellen karakter vertonen dat is vereist opdat van een verzoekende partij niet moet worden gevraagd de afloop van de annulatieprocedure af te wachten;
  11. Overwegende dat aan ten minste één van de voorwaarden die cumulatief vervuld moeten zijn om een schorsing te bevelen, niet is voldaan, BESLUIT: XII-4522-6/7 Artikel
  12. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  13. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien januari 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4522-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.387 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.441 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.