← België

Arrest 153575 - - 12/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.575 Rolnummer: A. 116008/X-10768 Zaak: Arrest 153575 - - 12/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-15 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 08:12 Fiche Arrest nr 153.575 van 12 januari 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 153.575 van 12 januari 2006 in de zaak A. 116.008/X-10.

  1. In zake : Hubert CHARLIER, die woonplaats kiest bij Advocaten R. PEETERS en D. VANDENBULCKE, kantoor houdende te 3090 OVERIJSE, Duisburgsesteenweg 61 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de Hubert CHARLIER op 24 januari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 november 2001 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende, eensdeels inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing van 15 maart 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij zijn beroep tegen de beslissing van 2 oktober 2000 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse tot weigering van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een woning op een perceel gelegen te Overijse, Grotstraat, kadastraal bekend sectie E, nummer 26 k³, wordt ingewilligd, anderdeels vernietiging van voormelde beslissing van 15 maart 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant; Gelet op het arrest nr. 111.744 van 22 oktober 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 28 november 2002 ingediend door de verzoekende partij; X-10.768-1/3 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 4 mei 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 19 mei 2005; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, X-10.768-2/3 BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. D. LANGBEEN, hoofdgriffier. De hoofdgriffier, De voorzitter, D. LANGBEEN. J. BOVIN. X-10.768-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.575 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.111.744 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.