id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.582 Rolnummer: A. 111846/X-10624 Zaak: Arrest 153582 - - 12/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-15 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 08:13 Fiche Arrest nr 153.582 van 12 januari 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 153.582 van 12 januari 2006 in de zaak A. 111.846/X-10.
- In zake : Lieven LAMBRECHT, wonende te 8500 KORTRIJK, Tarweveld 14 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- tussenkomende partijen :
- de Katholieke Universiteit Leuven, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 BRUGGE - SINT-ANDRIES, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
- de Intercommunale Maatschappij voor Ruimtelijke Ordening, Economische Expansie en Reconversie van het Gewest Kortrijk, genoemd "LEIEDAL", die woonplaats kiest bij Advocaat B. VAN DORPE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Loofstraat
- ------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Lieven LAMBRECHT op 22 oktober 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 juli 2001 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Kortrijk op het grondgebied van de gemeenten Avelgem, Harelbeke, Kortrijk, Menen, Waregem en Zwevegem, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 augustus 2001, "voor zover dat besluit betrekking heeft op het wetenschapspark bedoeld in de bijlagen 5 en 6 (kaartbladen 29/5 en 29/6), de bijlage 8 (aanvullende stedenbouwkundige voorschriften gewestplan Kortrijk, artikel
- Wetenschapspark) en de bijlagen 13 en 14 (bestaande fysische en juridische toestand, kaartbladen 29/5 en 29/6)", van het advies van 15 februari 2001 van de streekcommissie van advies voor de ruimtelijke ordening en stedenbouw in West-Vlaanderen, "voor zover dit advies betrekking heeft X-10.624-1/4 op voormeld wetenschapspark", en van het besluit van 28 april 2000 van de Vlaamse regering houdende voorlopige vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Kortrijk, " voor zover dit besluit betrekking heeft op voormeld wetenschapspark"; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 1 februari 2002 ingediend door de Katholieke Universiteit Leuven; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 22 juli 2003 ingediend door de Intercommunale Maatschappij voor Ruimtelijke Ordening, Economische Expansie en Reconversie van het Gewest Kortrijk, genoemd "LEIEDAL"; Gelet op de beschikking van 27 februari 2002 die de tussenkomst van de Katholieke Universiteit Leuven toelaat; Gelet op de beschikking van 4 september 2003 die de tussenkomst van de Intercommunale Maatschappij voor Ruimtelijke Ordening, Economsiche Expansie en Reconversie van het Gewest Kortrijk, genoemd "LEIEDAL" toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 13 april 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 12 mei 2005; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-10.624-2/4 Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. X-10.624-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. D. LANGBEEN, hoofdgriffier. De hoofdgriffier, De voorzitter, D. LANGBEEN. J. BOVIN. X-10.624-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.582 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.