id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.623 Rolnummer: A. 80666/VII-17257 Zaak: Arrest 153623 - - 12/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-24 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 08:14 Fiche Arrest nr 153.623 van 12 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.623 van 12 januari 2006 in de zaak A. 80.666/VII-17.
- In zake : de stad GENT tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : Stephane VERCRUYSSE, wonende te MENEN, Kortrijksestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de stad GENT op 12 oktober 1998 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 13 augustus 1998 inzake het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent van 19 februari 1998, waarmee aan Stephane VER- CRUYSSE de milieuvergunning wordt geweigerd voor het exploiteren van een lunapark aan de Vlaanderenstraat 119 te Gent; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 25 maart 1999; Gelet op de beschikking van 19 april 1999 die de tussenkomst van Stephane VERCRUYSSE toelaat; Gezien de memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; VII-17.257-1/3 Gelet op de beschikking van 14 november 2005, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 1 december 2005; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. DEKIMPE die, loco Advocaat B. SMAGGHE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de voorliggende betwisting als voorwerp heeft de door de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen aan de tussenkomende partij verleende milieuvergunning voor de exploitatie van een lunapark aan de Vlaanderenstaat te Gent; Overwegende dat met een brief van 25 augustus 2004 de Auditeur- verslaggever aan de verzoekende partij de volgende vraag heeft gesteld : "(...) Om nu een verslag te kunnen maken op grond van de actuele gegevens wil ik U vragen mij te laten weten of zich in deze zaak nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan die een weerslag kunnen hebben op de beoordeling van het beroep. Als mijn informatie correct is werd de inrichting nooit in gebruik genomen, en werd het gebouw waarin de inrichting zou worden geëxploiteerd intussen gesloopt, zodat de bestreden vergunning geen voorwerp meer lijkt te hebben. Mag ik vragen, indien U het beroep zou willen verderzetten, mij in elk geval het actueel belang van de stad te willen toelichten, rekening houdend met genoemde omstandigheden? (...)"; Overwegende dat de verzoekende partij met een schrijven van 28 september 2005 de Raad van State in kennis heeft gesteld van de stedenbouwkun- dige vergunning, verleend door het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent op 30 april 2003, en waarbij de toelating wordt verleend, enerzijds voor het bijna volledig slopen van de panden waarin de milieuvergunningsaanvrager een VII-17.257-2/3 lunapark wenste te exploiteren, en anderzijds voor het bouwen van twee winkelruim- tes, zes appartementen en drie studio’s aldaar; dat alleszins moet worden vastgesteld dat de aangevochten milieuvergunning is vervallen op grond van artikel 28, § 1, 3/, van het milieuvergunningsdecreet van 28 juni 1985, zodat het beroep doelloos is en moet worden verworpen; Overwegende dat, gelet op wat voorafgaat en gelet op het feit dat het beroep initieel niet kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond werd bevonden, het gepast voorkomt de kosten van het beroep ten laste te leggen van het Vlaamse Gewest, B E S L U I T :: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, A. WIJNANTS. griffier De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-17.257-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.623 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.