id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.740 Rolnummer: A. 164549/X-12395 Zaak: Arrest 153740 - - 13/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-20 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 08:18 Fiche Arrest nr 153.740 van 13 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.740 van 13 januari 2006 in de zaak A. 164.549/X-12.
- In zake : Nancy TIELS, die woonplaats kiest bij Advocaat F. DE PRETER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen :
- de gemeente GOOIK, die woonplaats kiest bij Advocaat K. GODDEAU, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Prins van Luiklaan 81,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. GARAGE-CARROSSERIE CHRISTIAENS P., die woonplaats kiest bij Advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Nancy TIELS op 25 juli 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 4 april 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Gooik, waarbij aan P. Christiaens de wijziging van een verkavelingsvergunning wordt toegestaan, en van een besluit van 18 april 2005 van hetzelfde College van burgemeester en schepenen van Gooik, waarbij aan P. Christiaens namens de b.v.b.a. Garage-Carrosserie Christiaens P. de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend om een benzinestation op te richten aan de Ninoofsesteenweg 105 A te Leerbeek- Gooik, op een perceel kadastraal bekend onder Sectie A, nr. 187 s; Gezien de nota's van de verwerende partijen; X-12.395-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 11 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 oktober 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. DE PRETER die verschijnt voor de verzoekster, van Advocaat K. GODDEAU die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat G. HAVET die loco Advocaat Ph. DECLERCQ verschijnt voor de tweede verwerende partij en van Advocaat K. VAN DE SIJPE die loco Advocaat W. DE CUYPER verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GARAGE-CARROSSERIE CHRISTIAENS P. met een op 17 augustus 2005 ter post aangetekend verzoekschrift heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- Overwegende dat de tussenkomende partij eigenares is van een perceel gelegen te Gooik, Ninoofsesteenweg 105 A, kadastraal bekend onder Gooik, 2de afdeling, Sectie A, nr. 187 s; dat zij op dat perceel een garage-carrosseriebedrijf exploiteert; Overwegende dat het bedoelde perceel gelegen is in een verkaveling waarvoor op 14 oktober 1968 een vergunning is verleend; dat de tussenkomende partij een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een wijziging van die vergunning, met het oog op het bouwen van een benzinestation; dat die wijziging door het College van burgemeester en schepenen van de gemeente X-12.395-2/5 Gooik bij besluit van 4 april 2005 is toegestaan; dat dit besluit het eerste voorwerp vormt van de voorliggende vordering; Overwegende dat de tussenkomende partij vervolgens een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het oprichten van het benzinestation; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Gooik de gevraagde vergunning bij besluit van 18 april 2005 heeft verleend; dat dit besluit het tweede voorwerp vormt van de voorliggende vordering; Overwegende dat de verzoekster woont aan de overkant van het bedoelde perceel;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
- Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoekster erkent dat het ontworpen benzinestation ingeplant zal worden langs een belangrijke verkeersweg en dat het een eerder beperkte omvang (namelijk voor twee voertuigen) zal hebben; dat zij echter aanvoert dat zij, ten gevolge van het verkeer van en naar het benzinestation, hinder van uiteenlopende aard zal ondervinden; dat zij in de eerste plaats lawaaihinder inroept, in het bijzonder 's avonds, 's nachts, in het weekend en op feestdagen, van stoppende en vertrekkende voertuigen, openende en dichtslaande portieren, autoradio’s en luidruchtige conversaties; dat zij voorts lichthinder in haar woning aanvoert, ten gevolge van de koplampen van wagens die 's avonds of 's nachts het benzinestation verlaten; dat zij ook nog wijst op de verkeersonveiligheid, meer bepaald voor het fietspad aan de zijde van de straat waar het benzinestation wordt ingeplant; dat zij ten slotte een parkeerprobleem aanvoert, ten gevolge van het feit dat het personeel en de bezoekers van het garagebedrijf hun wagens niet meer zullen kunnen parkeren op de plaats waar het benzinestation zal komen; dat te verwachten valt dat er veelvuldig geparkeerd zal worden aan de overzijde, d.w.z. aan de woning van de verzoekster, waar er een X-12.395-3/5 parkeerstrook is, hetgeen voor de verzoekster een bijkomende hinder met zich zal brengen; Overwegende dat bij de beoordeling van het aangevoerde nadeel rekening gehouden moet worden met de bestaande situatie; dat de verzoekster woont langs een drukke gewestweg; dat de hinder langs die weg nu al aanzienlijk moet zijn; Overwegende dat de oprichting van een benzinestation weliswaar voor bijkomende lawaaihinder kan zorgen; dat dit lawaai overdag echter vaak overstemd zal worden door het geluid van de stroom voorbijrijdende auto’s; dat dit lawaai 's nachts niet minder storend zal zijn dan dat van de discontinu voorbijrijdende wagens; Overwegende dat de aangevoerde lichthinder niet van die aard lijkt te zijn dat zij de tolerantie van de verzoekster overmatig op de proef zal stellen; Overwegende dat de gevaarlijke situatie die voor de fietsers op het fietspad wordt gecreëerd, niet van bijzondere aard is; dat van normaal voorzichtige bestuurders en fietsers verwacht mag worden dat zij hun rijgedrag aanpassen aan het feit dat wagens het fietspad moeten kruisen om het benzinestation te naderen of ervan weg te rijden; Overwegende dat de verzoekster niet aannemelijk maakt dat de parkeerproblemen aan de kant van de straat waar zij woont onaanvaardbare proporties zullen aannemen; dat er aan die kant thans reeds een parkeerstrook is; dat de bijkomende hinder ten gevolge van het omvormen aan de overkant van een ruimte voor parkeren tot een benzinestation er hoogstens toe kan leiden dat de parkeerstrook aan de zijde van de verzoekster meer gebruikt zal worden voor het doel waarvoor die strook altijd al bestemd is geweest en waarmee de verzoekster nu al vertrouwd is; Overwegende dat de door de verzoekster aangevoerde hinder niet ernstig is; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de X-12.395-4/5 schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. GARAGE- CARROSSERIE CHRISTIAENS P. in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien januari 2006, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.395-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.740 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.220 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.