← België

Arrest 153920 - - 19/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.920 Rolnummer: A. 72213/XII-826 Zaak: Arrest 153920 - - 19/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-27 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 08:29 Fiche Arrest nr 153.920 van 19 januari 2006 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.920 van 19 januari 2006 in de zaak A. 72.213/XII-

  1. In zake : Joël DEVLIEGHERE, die woonplaats kiest bij advocaat K. Gobin, kantoor houdende te Tielt, Kasteelstraat 96 tegen : het VLAAMSE GEWEST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Joël Devlieghere op 25 november 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van “Het Vlaamse Gewest [...], gedateerd op 24.09.1996, [...] tot het aanleggen van vluchtheuvels op de Beernemsteenweg, N 370, ter hoogte van de in- en uitrit van het bedrijf van verzoeker”; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 27 januari 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 25 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-826-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat C. De Wolf, die loco advocaat K. Gobin verschijnt voor verzoeker; Gehoord het advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker met een brief van 24 oktober 1996 aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap vraagt om een afschrift van de beslissing die heeft geleid tot de aanleg, ter hoogte van zijn bedrijf aan de Beernemsteenweg te Wingene, van een verkeerseiland; dat het afdelingshoofd van het departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Wegen en Verkeer, afdeling West- Vlaanderen, hem op 5 november 1996 antwoordt dat de beslissing genomen werd “door de wegbeheerder, met name het Vlaamse Gewest”, “na overleg in de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid dd. 24/9/96”; dat het in een brief van 22 november 1996 van hetzelfde afdelingshoofd heet dat “[d]e aanleg van twee vluchtheuvels langs de N370 te Wingene, met bijhorende punctuele en openbare verlichting werd beslist in de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid in zitting van 24/9/96”; dat onder meer wordt toegelicht “dat deze vluchtheuvels integraal deel uitmaken van de weginfrastructuur en dat er geen aanvullend reglement noodzakelijk is”; dat bij de brief een uittreksel is gevoegd uit een verslag van de vergadering van 24 september 1996 van de provinciale commissie verkeersveiligheid van West-Vlaanderen; dat daaruit blijkt, onder “Overzicht eindadviezen”, dat de provinciale commissie op 24 september 1996 besloot : “
  2. ADVIES PCV: 1.
  3. Plaatsing van punctuele verlichting thv de oversteek aan de school. 1.
  4. Plaatsing lichtzuilen + inwendig verlichte D1d op de vluchtheuvels. 1.
  5. Openbare verlichting voor de omgeving van de poorten”; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de onontvankelijkheid van het beroep wordt opgeworpen omdat de beslissing om een vluchtheuvel aan te leggen louter feitelijke gevolgen heeft en de bestaande rechtstoestand niet wijzigt, noch zodanige wijziging belet; XII-826-2/3 Overwegende dat de beoordeling van de exceptie niet buiten het onderzoek van het in het verzoekschrift aangevoerde “Enig middel” kan; dat in dat middel verzoeker immers doet gelden dat ten gevolge van de bestreden beslissing noodzakelijkerwijze wegmarkeringen worden aangebracht, een permanente toestand wordt gecreëerd, het tracé van de rijbaan wordt gewijzigd en het gebod/verbod van artikel 9.2 van de wegcode wordt ingesteld, en dat daartoe overeenkomstig artikel 3 van de gecoördineerde wetten betreffende de politie over het wegverkeer door de bevoegde minister een aanvullend reglement moest zijn vastgesteld en aan de gemeenteraad om advies over de voorgenomen wijzigingen zijn gevraagd, hetgeen niet is gebeurd; dat, indien dit juist mocht blijken, de bestreden beslissing bezwaarlijk ontzegd kan worden voor vernietiging vatbaar te zijn, BESLUIT: Artikel
  6. De debatten worden heropend. Artikel
  7. Het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-826-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.920 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.079 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.