← België

Arrest 153922 - - 19/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.922 Rolnummer: A. 103864/XII-3074 Zaak: Arrest 153922 - - 19/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-27 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-30 08:29 Fiche Arrest nr 153.922 van 19 januari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.922 van 19 januari 2006 in de zaak A. 103.864/XII-

  1. In zake : de NV VANERUM BELGIE, die woonplaats kiest bij advocaat J. Celis, kantoor houdende te Diest, Overstraat 49 tegen : de STAD DIEST, die woonplaats kiest bij advocaat K. Van Attenhoven, kantoor houdende te Scherpenheuvel, Kloosterstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Vanerum België op 25 april 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 21 december 2000 van de gemeenteraad van Diest tot heffing van een algemene belasting voor een termijn van een jaar, met ingang van 1 januari 2001; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 9 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekster; Gelet op de beschikking van 12 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3074-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Celis, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat K. Van Attenhoven, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster in een enig middel onder meer de schending aanvoert van artikel 464, 1/, van het Wetboek van de inkomsten- belastingen 1992 (hierna: W.I.B. 1992), doordat de in artikel 4 van de bestreden belasting gekozen grondslag, de totale gebruikswaarde, wordt gelijkgesteld aan het kadastraal inkomen en het voormeld artikel 464, 1/, de gemeente verbiedt, niet alleen om opcentiemen te heffen op de verschillende inkomstenbelastingen, maar ook om aan de inkomstenbelastingen gelijkaardige belastingen te heffen op de grondslag of op het bedrag van deze belastingen; Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord repliceert dat te dezen de belastingplichtige niet de eigenaar van het onroerend goed is die louter om reden van deze hoedanigheid wordt belast, maar de exploitant die het onroerend goed voor de exploitatie gebruikt, dat wanneer niet het eigendoms-recht de belastingplicht veroorzaakt, er eigenlijk geen sprake is van een belasting gelijkaardig aan de verschillende inkomstenbelastingen, zelfs indien de belasting desgevallend op het kadastraal inkomen zou worden berekend; Overwegende dat artikel 464 W.I.B. 1992 luidt als volgt : “De provincies, de agglomeraties en gemeenten zijn niet gemachtigd tot het heffen van: 1/ opcentiemen op de personenbelasting, op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting, en op de belasting van niet-inwoners of van gelijkaardige belastingen op de grondslag of op het bedrag van die belastingen, uitgezonderd evenwel wat de onroerende voorheffing betreft; 2/ belastingen op het vee”; Overwegende dat het bestreden belastingreglement voor het jaar 2001 een algemene belasting invoert ten laste van de natuurlijke personen, de rechtspersonen en de feitelijke verenigingen die op 1 januari van het belastingjaar een nijverheids-, landbouw- of handelsbedrijf exploiteren, een vrij beroep uitoefenen of XII-3074-2/4 optreden als zelfstandig vertegenwoordiger, makelaar, reiziger of gerant, en ten laste van de natuurlijke personen en rechtspersonen die op 1 januari van het aanslagjaar studenten, logementshuizen, hotels of rusthuizen exploiteren; dat de belasting volgens artikel 3 verschuldigd is per exploitatiezetel en volgens artikel 4 wordt vastgesteld rekening houdend met de totale gebruikswaarde van het onroerend goed dat door de belastingplichtige gebruikt wordt of tot zijn gebruik wordt voorbehouden, waarbij “[d]eze gebruikswaarde wordt gelijkgesteld aan het K.I.”; dat het bedrag van de verschuldigde belasting overeenkomstig de schaal in het artikel 5 oploopt van i i 49,58 tot 29.747,22, naargelang de gebruikswaarde toeneemt; Overwegende dat de verwerende partij bij gemeenteraadsbesluit van 27 augustus 1992 eenzelfde belasting ook heeft vastgesteld voor de periode van 1 januari 1992 tot 31 december 1994; dat de belasting bij arrest nr. 133.640 van 8 juli 2004 vernietigd is geworden omdat de gemeente het gegeven van het kadastraal inkomen als berekeningsgrondslag heeft gebruikt, het artikel 464 W.I.B. 1992 zulks uitsluit, de uitzondering waarin het artikel 464 -inzake opcentiemen op de onroerende voorheffing- voorziet niet van toepassing is en het zonder belang is dat formeel niet de eigenaar van het onroerend goed wordt getroffen; Overwegende dat die redengeving ook in de onderhavige zaak van toepassing is en moet gelden; dat bijgevolg verzoeksters middel in de besproken mate gegrond is, BESLUIT: Artikel
  3. Vernietigd wordt het besluit van 21 december 2000 van de gemeenteraad van Diest tot heffing van een algemene belasting voor een termijn van een jaar, met ingang van 1 januari
  4. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 173,50 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Het door verzoekster teveel gekweten zegelrecht van 12,39 euro dient haar te worden terugbetaald. XII-3074-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3074-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.922 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.