id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.944 Rolnummer: A. 165353/VII-34511 Zaak: Arrest 153944 - - 19/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-24 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 08:31 Fiche Arrest nr 153.944 van 19 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.944 van 19 januari 2006 in de zaak A. 165.353/VII-34.
- In zake :
- Marie Elisabeth ROSSENEU,
- Hannelore HOLLEVOET,
- Ans VANDONINCK, die woonplaats kiezen bij advocaat P. VAN ASSCHE, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan 128 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tasson-Snelstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marie Elisabeth ROSSENEU, Hannelore HOLLEVOET en Ans VANDONINCK op 23 augustus 2005 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 20 juni 2005 tot vaststelling van de criteria en de regels voor de selectie van de erkende kinesitherapeuten die het recht bekomen om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen (Belgisch Staatsblad 30 juni 2005); Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur J. STEVENS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 3 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 november 2005; VII-34.511-1/11 Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. VAN ASSCHE, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat J.-F. DE BOCK, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de vordering moet beoordeeld worden binnen de -niet betwiste- juridische context die zich in de huidige stand van de zaak als volgt aandient : 1.
- Op grond van artikel 21bis, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen ingevoegd bij de wet van 6 april 1995 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleeg- kunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de regeling van de uitoefening van de kinesitherapie, mag niemand de kinesitherapie beoefenen, noch de beroepstitel van kinesitherapeut dragen, dan wanneer hij houder is van een erkenning verleend door de minister tot wiens bevoegdheid de volksge- zondheid behoort. 1.
- Artikel 35novies van hetzelfde koninklijk besluit nr. 78, zoals het werd ingevoegd bij de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen, liet de Koning toe het globaal aantal kandidaten te bepalen dat jaarlijks toegang heeft tot het verkrijgen van de in artikel 21bis bedoelde erkenning als kinesitherapeut. 1.
- Het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van het globaal aantal kinesitherapeuten, opgesplitst per Gemeenschap, die toegang hebben tot de beroepstitel van kinesitherapeut, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 november 2000, bepaalt dat het globaal jaarlijks aantal kinesitherapeuten niet meer dan 450 mag bedragen in 2005, 2006, en 2007, nl. 270 en 180 voor de titularissen van diploma’s uitgereikt door respectievelijk de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Dit besluit werd nooit uitgevoerd. VII-34.511-2/11 1.
- Met de wet van 24 november 2004 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, wordt artikel 21bis van voormeld koninklijk besluit nr. 78 aangevuld en artikel 35novies, § 1, vervangen (Belgisch Staatsblad 9 maart 2005). Artikel 21bis, § 1, wordt aangevuld als volgt : "De houders van de erkenning, bedoeld in het eerste lid, die voldoen aan de criteria bedoeld in artikel 35novies, § 1, 4/, kunnen de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging verkrijgen, voor de in artikel 34, eerste lid, 1/, c), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkering, gecoördineerd op 14 juni 1994, bedoelde verstrekkingen". Artikel 35novies, § 1, wordt vervangen als volgt : "§
- Op gezamenlijk voorstel van de ministers die respectievelijk de Volksge- zondheid en Sociale Zaken onder hun bevoegdheid hebben, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1/ ... 2/ kan de Koning, na advies van de Planningscommissie, het globaal aantal kandidaten bepalen, die houders zijn van een diploma afgeleverd door een instelling die onder de bevoegdheid van de Franse of van de Vlaamse Gemeen- schap valt, opgesplitst per Gemeenschap, dat jaarlijks, na het behalen van de erkenning bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, toegang krijgt tot de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, voor de in artikel 34, eerste lid, 1/, c), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkering, gecoördineerd op 14 juli 1994, bedoelde verstrekkingen; 3/ ... 4/ kan de Koning de criteria en regels vastleggen voor de selectie van de in 1/, in 2/ en in 3/ bedoelde kandidaten". De Memorie van Toelichting bij deze bepalingen stelt (Parl. St. Kamer, Zitting 2003-2004, doc. nr. 51.1016/1, Memorie van toelichting, p. 5.) : "
- Kinesitherapie Niet alleen is het aantal kinesitherapeuten in België nu reeds te hoog, en de vooruitzichten van het aantal diploma's die in de komende jaren zullen worden uitgereikt wijzen erop dat deze situatie nog zal verergeren. Momenteel is de erkenning door de minister van Volksgezondheid zowel een voorwaarde om het beroep van kinesitherapeut te mogen uitoefenen als een voorwaarde om toegang te krijgen tot de terugbetaling van de zorg in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het is de bedoeling om de toegang tot het beroep mogelijk te maken, los van het bezit van een RIZIVnummer. Wie daarenboven toegang wil tot het beroep in het kader van de terugbetaling door het RIZIV, zal deel moeten uitmaken van de quota die zijn vastgelegd op grond van artikel 35novies van het koninklijk besluit nr.
- De contingentering zal slaan op die gediplomeerden die én de erkenning én de toegang tot het Riziv wensen te bekomen. De anderen die, via de erkenning, het beroep mogen uitoefenen zonder over een RIZIV-nummer te beschikken, kunnen terecht in het ruim tewerkstellingsdo- mein van het onderwijs of de welzijnssector zoals bijvoorbeeld gehandicapten- VII-34.511-3/11 zorg, revalidatiecentra of sportclubs. Dit betekent ook dat kinesitherapeuten die hun diploma bekomen hebben in België en er erkend zijn, het beroep van kinesitherapeut in een andere lidstaat mogen beoefenen. De beperking van het aantal kinesitherapeuten moest in principe in 2003 in werking treden. Op uitdrukkelijk verzoek van de Gemeenschappen is de toepassing echter uitgesteld tot 2005"; en "Artikel 4 wijzigt artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 78 ... Het heeft als doel twee soorten voorwaarden te creëren, al naar gelang het gaat om de gewone toegang tot de uitoefening van het beroep van kinesitherapeut of om de uitoefening van het beroep van kinesitherapeut in het kader van terugbetaling door het RIZIV. De gewone toegang tot het beroep vereist de erkenning. De toegang tot het beroep in het kader van de terugbetaling door het RIZIV vereist niet alleen de beroepstitel maar ook het voldoen aan de voorwaarden vastgelegd op grond van artikel 35novies van het besluit nr. 78, nl. deel uitmaken van de quota vastgelegd door de Koning en voldoen aan de kwaliteitscriteria vastgelegd door de Koning. Dit artikel geeft de Koning de bevoegdheid om de voorwaarden en modaliteiten voor het verkrijgen, het behouden en het intrekken van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging (lees : vast te leggen)". 1.
- Het -in deze zaak bestreden- koninklijk besluit van 20 juni 2005 tot vaststelling van de criteria en de regels voor de selectie van de erkende kinesitherapeuten die het recht bekomen om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen (Belgisch Staatsblad 30 juni 2005) bepaalt : "HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel
- §
- In dit besluit wordt verstaan onder : §
- De kandidaten die het recht bekomen om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, worden geselecteerd op basis van een vergelijkend examen. Dit recht is persoonlijk en onoverdraagbaar. §
- Het vergelijkend examen heeft betrekking op de kennis, bekwaamheid en attitudes van de kandidaten die noodzakelijk worden geacht voor het recht om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen in het kader van het beheer van een kinesitherapiepraktijk. §
- De bepalingen van huidig besluit zijn niet van toepassing op kandidaten die het diploma beoogd in artikel 4 § 2 behaalden voor 1 juni
- VII-34.511-4/11 HOOFDSTUK II. - Toekenning van bevoegdheden voor het vaststellen van de inhoud en de organisatiemodaliteiten van het vergelijkend examen. Art.
- (...) Art.
- (...) HOOFDSTUK III. - Inschrijving. Art.
- (...) HOOFDSTUK IV. - Het vergelijkend examen. Art.
- (...) Art.
- (...) HOOFDSTUK VI. - Het totaal aantal kandidaten houders van een diploma afgeleverd door een instelling die tot de Franse Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschap behoort, die het recht om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen bekomen. Art.
- §
- Het totaal aantal kinesitherapeuten dat, na het diploma te hebben behaald bedoeld in artikel 21bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, jaarlijks het recht heeft om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen bedoeld in artikel 35novies, § 1, 2/ mag voor de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 niet hoger zijn dan jaarlijks 450 en 350 voor het jaar 2009; §
- Per Gemeenschap is het aantal beoogd in artikel1 vastgesteld als volgt : 1/ wat het aantal kandidaten betreft dat een einddiploma afgeleverd door een universiteit of instelling van hoger onderwijs onder bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap heeft : jaarlijks 270 voor de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008, en 210 voor het jaar
- 2/ wat het aantal kandidaten betreft dat een einddiploma afgeleverd door een universiteit of instelling van hoger onderwijs onder bevoegdheid van de Franse Gemeenschap heeft : jaarlijks 180 voor de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008, en 140 voor het jaar
- Art.
- (...) HOOFDSTUK VII - Slotbepalingen. Art.
- (...) Art.
- Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art.
- Het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van het globaal aantal kinesitherapeuten, opgesplitst per Gemeenschap, die toegang hebben tot de beroepstitel van kinesitherapeut wordt opgeheven. Art.
- Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en onze Minister van Ambtenarenzaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit voor de materies die hen betreffen". 1.
- Het ministerieel besluit van 29 augustus 2005 (Belgisch Staatsblad 1 september 2005) tot vaststelling voor het jaar 2005 van de datum en organisatiemodaliteiten van het vergelijkend examen voor de selectie van de erkende kinesitherapeuten die het recht bekomen om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, bepaalt als datum van het desbetreffend vergelijkend examen 28 oktober
- Voorts bepaalt het de organisatiemodaliteiten van het vergelijkend examen; VII-34.511-5/11
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende, wat de voorwaarde inzake het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de partijen de volgende argumenten aanbrengen : 3.1.
- De verzoekende partijen adstrueren eerst hun belang bij de vordering : "
- De bestreden beslissing heeft betrekking op verzoekers en treft hen op een uiterst grievende wijze.
- De verzoekers zijn laatstejaars studenten kinesitherapie, aan wie in de loop van de maand juni 2005 het diploma in de kinesitherapie werd uitgereikt door een door de Belgische overheid erkende onderwijsinstelling. Vier (en meer) jaren na de aanvang van hun studies, op het moment dat zij hun diploma aan de hogeschool resp. universiteit behalen, worden verzoekers geconfronteerd met een beperking in de uitoefening van hun beroepsmogelijkheden.
- De verzoekers hebben vanzelfsprekend belang bij huidig verzoek tot schorsing. Verzoekers vallen immers onder toepassing van artikel 4, § 2 van de bestreden beslissing : zij zijn immers laatstejaarsstudenten kinesitherapie in het academiejaar 2004-2005, dat samenvalt met het jaar van het vergelijkend examen, in casu
- Verzoekers zullen bijgevolg in de loop van het jaar 2005, desgevallend een vergelijkend examen dienen af te leggen, alvorens zij de mogelijkheid krijgen om voor de door hen geleverde verstrekking terugbetaling te krijgen". Voorts voeren zij het volgende aan : "
- Verzoekers lijden een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel ingevolge de bestreden beslissing.
- Verzoekers zien zich immers in de volstrekte onmogelijkheid om met succes te solliciteren voor vacante betrekkingen in bestaande kinesitherapiepraktijken. Verzoekers zijn heden immers gediplomeerde in de kinesitherapie, maar kunnen nog steeds niet aan de slag als zelfstandig kinesitherapeut. Ongeacht of zij als zelfstandig kinesitherapeut tijdelijke erkenningen verkrijgen, hangt hun toekomst af van het feit of zij al dan niet het vergelijkend examen doorstaan, zoals het overigens letterlijk wordt gesteld in de correspondentie van het RIZIV. Verzoekers krijgen op heden slechts een tijdelijke erkenning, tot aan de bekendmaking van het vergelijkend examen. (...) De bestaande zelfstandige kinesitherapeuten engageren zich onder voormelde omstandigheden niet voor een samenwerking of associatie aan te gaan met verzoekers. VII-34.511-6/11 Integendeel, de ongelijkheid, zoals aangetoond in het eerste onderdeel van het eerste middel tussen de personen met het diploma in de kinesitherapie van vóór resp. na 1 juni 2005, zorgt ervoor dat zij die niet onder de toepassing van huidige regelgeving vallen voorrang zullen genieten voor de vacante betrekkingen op verzoekers. Zij zien zich immers niet geremd door de bestreden beslissing.
- Evenmin is het voor verzoekers mogelijk de nodige financiering voor een eigen praktijk te vinden. De onzekere situatie waarin zij zich heden bevinden beperkt hun mogelijkheden ten aanzien van potentiële investeerders. Verzoekers kunnen op heden geen toekomstige eigen praktijk of zelfstandige beroepsuitoefening garanderen, die de investering rechtvaardigt.
- Verzoekers zijn op heden evenmin in staat om een eigen cliënteel te verwerven. (...)
- De bestreden beslissing ontzegt aan verzoekers bijgevolg elke mogelijkheid zich als zelfstandig kinesitherapeut te vestigen, wat hen niet enkel financieel en professioneel nadeel oplevert door gemis aan ervaring, maar tevens hun verdere carrière bemoeilijkt, gelet op het feit dat op heden en zolang de bestreden beslissing geldt, zij benadeeld worden ten opzichte van personen die het gelijk(w)aardige diploma behaalden voor 1 juni
- Het nadeel is bijgevolg ernstig vermits de bestreden beslissing een carrièreachterstand veroorzaakt welke moeilijk zoniet onmogelijk kan worden hersteld. Verzoekers worden een zeer nadelige concurrentiële positie gedwongen welke onmiskenbaar een louter financieel nadeel overstijgt. De ongelijke behandeling die verzoekers ingevolge het bestreden besluit ondergaan houdt de facto een gedeeltelijk beroepsverbod in.
- Verzoekers lijden bijgevolg zonder twijfel een moeilijk te herstellen ernstig nadeel". 3.1.
- De verwerende partij antwoordt hier op : "II. BETREFFENDE DE ONTVANKELIJKHEID (...)
- In tegenstelling tot hetgeen verzoekende partijen beweren, beschikken ze terzake niet over het rechtens vereiste belang. Verzoekende partijen tonen niet aan dat de schorsing en/of de nietigverklaring van het bestreden besluit hen een voordeel zou verschaffen, integendeel. Volgens artikel 11 van het bestreden besluit wordt het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van het globaal aantal kinesitherapeuten, opgesplitst per Gemeenschap, die toegang hebben tot de beroepstitel van kinesitherapie opgeheven. Dit laatste besluit legde het jaarlijks aantal kinesitherapeuten vast die toegang hebben tot het dragen van de beroepstitel van kinesitherapeut (450 in 2005, 2006 en 2007). Dit regime werd door het bestreden besluit drastisch versoepeld nu de contingentering geen betrekking meer heeft op de erkenning als kinesitherapeut doch wel op het recht van erkende kinesitherapeuten om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering. Een schorsing en/of nietigverklaring zou leiden tot het opnieuw in het leven roepen van een ongunstiger regime, hetgeen bezwaarlijk als een voordelige situatie kan beschouwd worden. Bij gebrek aan voordeel bij schorsing en/of nietigverklaring kan er geen sprake zijn van belang. Verzoekende partijen tonen het rechtstreekse karakter van hun nadeel niet aan. In de mate dat het bezwaar van verzoekende partijen slaat op het principe van de contingentering van het aantal erkende kinesitherapeuten die het recht bekomen om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een VII-34.511-7/11 tussenkomst van de verplichte verzekering, vloeit de gewraakte situatie niet uit het bestreden besluit, doch wel uit de wet van 24 november 2004 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg. Artikel 21bis en 35novies van het KB nr. 78 voorzien voortaan in een regeling waarbij het globaal aantal erkende kinesitherapeuten die toegang krijgt tot de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging door de Koning wordt vastgelegd. Het ingeroepen nadeel volgt bijgevolg niet uit het bestreden besluit doch wel rechtstreeks uit de wet. (...) Bij gebrek aan belang dient de vordering als onontvankelijk te worden beschouwd. III. BETREFFENDE HET MOEILIJK TE HERSTELLEN ERNSTIG NADEEL (...) De argumentatie ontwikkeld in de discussie van het belang van verzoekende partijen geldt mutatis mutandis inzake het gebrek aan MTHEN. Bij gebrek aan rechtstreeks, actueel en zeker nadeel kan er ook geen MTHEN zijn. Wat het rechtstreeks nadeel betreft, kan er nog op gewezen worden dat er volgens vaste rechtspraak van Uw Raad aan de voorwaarden inzake MTHEN niet is voldaan wanneer vaststaat dat het aangevoerde nadeel niet uit de aangevochten rechtshandeling voortvloeit (R.v.St., nr. 38.360, 19 december 1991, Fauconnier t/ Gemeente Zele en Vlaams Gewest). Terzake blijkt dat het gewraakte stelsel rechtstreeks uit de wet voortvloeit en dat het bestreden besluit slechts een uitvoering is van de wettelijke bepalingen. Het aangevoerde nadeel is dan ook te vinden in de beslissing van de Wetgever om een stelsel te organiseren van contingentering van kinesitherapeuten die verrichtingen kunnen verstrekken met tegemoetkoming van het RIZIV. (...)
- Bovendien kan het standpunt van verzoekende partij niet worden bijgetreden omdat ze onjuiste gevolgen trekken uit de uitvoering van het bestreden besluit. In de eerste plaats worden kinesitherapeuten de mogelijkheid niet ontzegd hun beroep uit te oefenen. Ze worden niet belet hun diploma nuttig te gebruiken met het oog op de uitoefening van professionele activiteiten. Eens te meer dient te worden beklemtoond dat het bestreden besluit geen beperking oplegt inzake het dragen van beroepstitel De tegemoetkoming van het RIZIV is immers niet automatisch, doch zal plaatsvinden bij aanvraag van de patiënt. De mogelijkheid tot tussenkomst hangt dan ook af van de wil van de patiënt. Er wordt ook beklemtoond dat alle verrichtingen die niet geviseerd worden door de nomenclatuur sowieso buiten discussie zijn, nu ze niet vatbaar zijn voor de tegemoetkoming door het RIZIV. Deze verrichtingen zullen worden verricht door kinesitherapeuten, ongeacht het resultaat van het vergelijkend examen. Bovendien staat vast dat de verrichtingen die in de nomenclatuur VII-34.511-8/11 fysiotherapeutisch programma, met tegemoetkoming van het RIZIV, ongeacht het resultaat van het vergelijkend examen. Verzoekende partijen verliezen nog uit het oog dat het diploma van kinesitherapie nuttig kan worden aangevoerd bij aanwerving als loontrekkende in bijvoorbeeld ziekenhuizen of rusthuizen. Kinesitherapeutische verrichtingen zullen op die manier kunnen worden verricht, met tussenkomst van het RIZIV, ongeacht het al dan niet succesvol afleggen van het vergelijkend examen. Het diploma van kinesitherapeut zal ook in het onderwijs, in de medische delegatie of in sportclubs kunnen aangewend worden, zoals dit o.m. in de voorbereidende werken van de wet van 24 november 2004 werd benadrukt. Naast het feit dat het bestreden besluit de uitoefening van de kinesitherapie niet verhindert maar slechts bepaalde modaliteiten ervan regelt, dient te worden vastgesteld dat de beroepsmogelijkheden als kinesitherapeut veel meer omvatten dan hetgeen verzoekende partijen proberen te doen geloven. (...)
- In geen geval kan door verzoekende partijen gesteld worden dat ze het MTHEN en/of een vorm van contingentering van de kinesitherapie niet konden anticiperen. Zoals terecht in de uiteenzetting der feiten van de vordering tot schorsing wordt beklemtoond, werd het principe van de contingentering van het aantal erkende kinesitherapeuten, meer dan zes jaar geleden, vastgelegd in het KB nr.
- Deze re geling werd verder uitgewerkt in het KB van 3 mei
- Men weet sinds minstens vijf jaar dat een stelsel van contingentering vanaf 2005 in België zal worden toegepast. (...)"; 3.
- Overwegende dat uit de hierboven weergegeven juridische context van de zaak blijkt dat de regelgeving reeds sedert 1996 een beperking van het aantal erkende kinesitherapeuten mogelijk maakt en in 1999 en 2000 quota werden vastgesteld voor de toegang tot die beroepstitel; dat, ook al werd aan die regelingen aanvankelijk geen verdere concrete uitwerking gegeven, de studenten die de betrokken studies aanvatten, zeker vanaf 1999 moesten verwachten dat concrete maatregelen zouden worden uitgewerkt om de toegang tot het beroep te beperken; Overwegende dat met de wijziging bij de wet van 24 november 2004 de wettelijke regeling in die zin werd versoepeld dat geen beperking van de toegang tot het beroep meer geldt, maar wel een beperking van het aantal beroepsuitoefenaars die verstrekkingen mogen verrichten die terugbetaalbaar zijn in het raam van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering; dat het bestreden besluit, genomen ter uitvoering van die wettelijke bepaling, het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 1999 opheft -zodat geen quota meer gelden voor de toegang tot het beroep-, de contingentering van het aantal verstrekkers van terugbetaalbare verrichtingen vaststelt, en de selectie van de gegadigden regelt; dat, ook al moeten de kinesitherapeuten die dergelijke verrichtingen wensen te verstrekken op grond van die regeling een vergelijkend examen afleggen, die regeling globaal gunstiger is dan de opgeheven VII-34.511-9/11 regeling wat het principe van de toegang tot het beroep betreft, daar ze geen beperking meer inhoudt van het aantal beoefenaars van de kinesitherapie; Overwegende dat het principe van de contingentering van de kinesitherapeuten die terugbetaalbare prestaties willen leveren, voortvloeit uit de wettelijke regeling, en niet uit de bestreden akte; Overwegende dat uit het voorgaande moet worden besloten dat de verzoeksters niet aantonen dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijden, noch dat de aangevoerde nadelen rechtstreeks voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden koninklijk besluit; dat de vordering om die reden dient te worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-34.511-10/11 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-34.511-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.944 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.206 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.