id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.952 Rolnummer: A. 119309/VII-26295 Zaak: Arrest 153952 - - 19/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-27 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-30 08:31 Fiche Arrest nr 153.952 van 19 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.952 van 19 januari 2006 in de zaak A. 119.309/VII-26.
- In zake : Marc BAL, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-72 tegen : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc BAL op 8 april 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 5 februari 2002 van de Commissie van Beroep, ingesteld bij de Dienst voor Geneeskundige Controle van het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering waarbij aan de verzekerings- instellingen verbod wordt opgelegd tegemoet te komen in de kosten der geneeskundi- ge verstrekkingen welke zullen worden verleend door de verzoeker over een periode van één maand; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoeker op 16 augustus 2002; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; VII-26.295-1/2 Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoeker de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de door de verzoeker toegestuurde memorie van wederantwoord niet binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, werd ingediend; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-26.295-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.952 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.