id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.955 Rolnummer: A. 85141/VII-18814 Zaak: Arrest 153955 - - 19/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-27 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 08:32 Fiche Arrest nr 153.955 van 19 januari 2006 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.955 van 19 januari 2006 in de zaak A. 85.141/VII-18.
- In zake : Alain GORET, die woonplaats kiest bij advocaat K. ERARD, kantoor houdende te SCHEPDAAL, Oudstrijdersstraat 30 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat 92 tussenkomende partij : Patrick LEGREVE, die woonplaats kiest bij advocaten J. DURNEZ en E. GOFFIN, kantoor houdende te OUD-HEVERLEE, Waversebaan 134 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Alain GORET op 1 juli 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 april 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij zijn beroep tegen het besluit van 26 november 1998 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Huldenberg houdende het verlenen aan Patrick LEGREVE van de vergunning voor het exploiteren van een inrichting voor het bereiden van roomijs en sorbet aan de Kleinwaverstraat 32 te Huldenberg, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit, mits precisering van het voorwerp van de vergunning, wordt bevestigd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 20 oktober 1999; Gelet op de beschikking van 3 november 1999 die de tussenkomst van Patrick LEGREVE toelaat; VII-18.814-1/3 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 5 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 15 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 januari 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. GABRIELS die, loco advocaat K. ERARD verschijnt voor de verzoeker, van advocaat V. SCHIPPERS die, loco advocaat K. VAN ALSENOY verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat R. VAN WERDE die, loco advocaat J. DURNEZ verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. SOURBRON ; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de raadsvrouw van de verzoeker, als antwoord op de vraag naar zijn actueel belang bij de gevorderde nietigverklaring hem gesteld door de auditeur-verslaggever, op 15 juli 2005 aan de Raad van State heeft meegedeeld wat volgt: “Terugkomend op voormelde zaak met verwijzing naar de laatste ontwikke- lingen, kan ik u bevestigen dat de heer LEGREVE zijn eigendom gelegen aan de Kleinwaverstraat 32 te HULDENBERG heeft verkocht. De juiste datum van eigendomsoverdracht is mij onbekend. De nieuwe eigenaars hebben een stedenbouwkundige vergunning aang- evraagd en bekomen met betrekking tot nieuwbouw van een vrijstaande eengezinswoning. VII-18.814-2/3 Blijkt dus dat de heer LEGREVE heeft afgezien van zijn project tot exploitatie van een inrichting voor het bereiden van ijs en sorbet. Cliënt heeft dus -gelet op deze tussengekomen ontwikkelingen- geen belang meer om verder de nietigheid van de voormelde exploitatievergunning te vorderen. Cliënt vordert nog wel dat de kosten van de procedure en rechtspleging worden ten laste gelegd van de tegenpartij en/of de tussenkomende partijen (...)”; dat ook in de laatste memorie de verzoeker vraagt dat de procedure “enkel en alleen”wordt voortgezet “teneinde de tussenkomende partij te horen veroordelen tot de kosten van de procedure”; Overwegende dat deze berichten van de verzoeker kunnen worden beschouwd als een afstand van het geding; dat de kosten van het beroep ten laste van het Vlaamse gewest kunnen worden gelegd, gelet op wat voorafgaat en mede gelet op het feit dat het beroep bij het indienen ervan niet kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond werd bevonden, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-18.814-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.955 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.