← België

Arrest 153962 - - 19/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.962 Rolnummer: A. 159655/X-12194 Zaak: Arrest 153962 - - 19/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-20 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 08:32 Fiche Arrest nr 153.962 van 19 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.962 van 19 januari 2006 in de zaak A. 159.655/X-12.

  1. In zake :
  2. Dymphna BROSENS,
  3. Marc WENS,
  4. Jef STOFFELS, die woonplaats kiezen bij Advocaten Y. LOIX en H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27 tegen : de stad HOOGSTRATEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dymphna BROSENS, Marc WENS en Jef STOFFELS op 16 maart 2005 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 17 januari 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Hoogstraten waarbij aan de v.z.w. Minderhoutse Voetbalvereniging de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het aanleggen van een toegangsweg, parkeerterreinen en tijdelijke verhardingen, het bouwen van een clublokaal met uitrustingen, staantribunes, een kassa, een nutsgebouw en fietsenstalling en het plaatsen van verlichtingspalen, omheiningen en ballenvangnetten op een terrein gelegen te Hoogstraten (Minderhout), Heistraat 2 A, op percelen kadastraal bekend Sectie A, nrs. 338 B, 340 H, 364 D, 343 K, 359 V en 359 Y; Gelet op het arrest nr. 140.277 van 7 februari 2005 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen en de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ten laste van de verzoekende partijen worden gelegd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur J. CLEMENT; X-12.194-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 22 augustus 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 oktober 2005; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2005 waarbij bovenvermelde beschikking wordt ingetrokken en de zaak in behandeling wordt genomen op de openbare terechtzitting van 14 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaten Y. LOIX en N. ANSONS die verschijnen voor verzoekers, van Burgemeester A. VAN APEREN en Secretaris E. PALMANS die verschijnen voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de v.z.w. Minderhoutse Voetbalvereniging op 29 november 2004 bij het College van burgemeester en schepenen van de stad Hoogstraten een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het aanleggen van een toegangsweg, parkeerterreinen en tijdelijke verhardingen, het bouwen van een clublokaal met uitrustingen, staantribunes, een kassa, een nutsgebouw en fietsenstalling en het plaatsen van verlichtingspalen, omheiningen en ballenvangnetten op een terrein gelegen te Hoogstraten, Heirstraat 2 A, kadastraal bekend Sectie A, nr. 338 B, 340 H, 364 D, 343 K, 359 V en 359 Y; dat dit terrein volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied; dat het tevens is gelegen binnen het beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg nr. 14 "Sportvelden Heistraat" genaamd, van de stad Hoogstraten, definitief aangenomen bij besluit van de gemeenteraad van 17 november 2003 en goedgekeurd bij besluit van 26 april 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie; dat X-12.194-2/6 eerste en derde verzoekende partij een beroep tot nietigverklaring hebben ingesteld tegen dit ministerieel besluit en het eraan voorafgaand besluit van de gemeenteraad van de stad Hoogstraten (zaak A. 153.665/X-11.983); dat zij de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan niet hebben gevorderd; dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Hoogstraten bij besluit van 16 augustus 2004 aan de v.z.w. Minderhoutse Voetbalvereniging de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend voor nivellerings- en drainagewerken op voormeld terrein; dat eerste en derde verzoekende partij ook tegen dit besluit een beroep tot nietigverklaring hebben ingesteld (zaak A 156.797/X-12.104); dat zij van dit besluit evenmin de schorsing van de tenuitvoerlegging hebben gevorderd; dat het College van burgemeester en schepenen bij het bestreden besluit van 17 januari 2005 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; dat verzoekende partijen op 1 februari 2005 de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid ervan hebben gevorderd; dat deze vordering is verworpen bij 's Raads arrest nr. 140.277 van 7 februari 2005; dat verzoekende partijen op 16 maart 2005 bij afzonderlijke verzoekschriften een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een beroep tot nietigverklaring van hetzelfde besluit hebben ingesteld; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke X-12.194-3/6 tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat elk van de verzoekende partijen zich wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft beroepen op visuele hinder, overlast, en verkeershinder die de vergunde handelingen en werken voor hen tot gevolg zullen hebben; dat zij tevens stellen dat deze werken reeds zijn aangevat en vlug kunnen worden beëindigd; Overwegende dat het bijzonder plan van aanleg nr. 14 "Sportvelden Heistraat" genaamd, van de stad Hoogstraten, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie van 26 april 2004 het terrein waarop de vergunde handelingen en werken worden voorzien bestemt tot respectievelijk zone voor recreatiegebouwen, zone voor polyvalent gebruik, zone voor onverharde openluchtterreinen, zone voor verharde openluchtterreinen, zone voor parking, zone voor buffer, zone voor landschappelijke buffer, zone voor waterlopen, zone voor interne wegenis, zone voor openbare wegenis, en zone voor wandel- en fietspad; dat het ministerieel besluit houdende goedkeuring van dit bijzonder plan van aanleg en het daaraan voorafgaand besluit van de gemeenteraad van de stad Hoogstraten houdende definitieve aanneming van dit plan door onder meer eerste en derde verzoekende partij met een annulatieberoep bij de Raad van State (zaak G/A 153.665/X-11.983) werd aangevochten, zonder dat tegelijk de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan werd gevorderd; dat op 16 augustus 2004 een stedenbouwkundige vergunning werd verleend voor de nivellerings- en drainagewerken op het terrein; dat ook deze beslissing door -onder meer- dezelfde verzoekers werd aangevochten met een beroep tot nietigverklaring (G/A 156.797/X-12.104), zonder dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van deze vergunning ervan werd gevorderd; dat zoals blijkt uit de gegevens van de zaak en de overwegingen van zowel het besluit van 17 november 2003 van de gemeenteraad van de stad Hoogstraten houdende definitieve aanneming van het ontwerpplan als van het ministerieel besluit van 26 april 2004 houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg, dit plan werd vastgesteld met het oog op de aanleg van drie voetbalvelden met de nodige accommodatie; dat dit ook voor de verzoekende partijen niet onbekend was zoals blijkt uit de feitenuiteenzetting in het verzoekschrift tot nietigverklaring van het bijzonder plan van aanleg, dat zij in bijlage bij huidig X-12.194-4/6 verzoekschrift hebben gevoegd; dat verzoekende partijen niet aanvoeren dat de thans aangevoerde nadelen hun rechtstreekse oorzaak vinden in een schending door de bestreden stedenbouwkundige vergunning van de voorschriften van het bijzonder plan van aanleg; dat zij de door hen aangevoerde nadelen hadden kunnen trachten te voorkomen door ook de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het ministerieel besluit houdende goedkeuring van dit bijzonder plan aanleg; dat zij dit niet hebben gedaan en derhalve hebben berust in de nadelen die deze bestemmingsvoorschriften zouden kunnen berokkenen; dat deze nadelen thans niet meer dienstig kunnen worden ingeroepen om de schorsing van de tenuitvoerlegging te verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning die de aan het betrokken plangebied gegeven bestemming realiseert; dat de uiteenzetting van de verzoekende partijen geen concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-12.194-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.194-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.962 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.277 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.