← België

Arrest 153968 - - 19/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.968 Rolnummer: A. 166246/XII-4538 Zaak: Arrest 153968 - - 19/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-01 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 08:33 Fiche Arrest nr 153.968 van 19 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.968 van 19 januari 2006 in de zaak A. 166.246/XII-

  1. In zake : Sonja DE SMEDT, die woonplaats kiest bij advocaat J. De Brabanter, kantoor houdende te Asse, Stationsstraat 69 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, die woonplaats kiest bij advocaten P. De Maeyer en T. Vandenput, kantoor houdende te Brussel, Tedescolaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sonja De Smedt op 22 september 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 14 juli 2005 van het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, waarbij zij met ingang van 1 september 2005 ter beschikking wordt gesteld wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 8 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 januari 2006; XII-4538-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. Aelbrecht, die loco advocaat J. De Brabanter verschijnt voor verzoekster, en van advocaat E. Jacubowitz, die loco advocaten P. De Maeyer en T. Vandenput verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster vast benoemd is in het hoger onderwijs voor sociale promotie, met een opdracht van tien uur/week belast in de afdeling toeristische gidsen van het CVO Elishout COOVI; Overwegende dat het college van de Vlaamse Gemeenschaps- commissie op 14 juli 2005 de thans bestreden beslissing neemt tot ambtsontheffing van verzoekster in het belang van de dienst; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoekster stelt wat volgt : “
  3. Aangezien door de bestreden beslissing verzoekende partij in haar eer en reputatie wordt aangetast vermits zij nog in andere centra voor volwassenonderwijs als lerares optreedt en ook in de toeristische sector op freelance basis; Als freelance gids treedt verzoekende partij geregeld op voor andere organisaties die ook onder de Vlaamse Gemeenschapscommissie vallen; Het spreekt vanzelf dat deze organisaties zich vragen stellen wanneer zij eens te meer vernemen dat verzoekster bij ordemaatregel ter beschikking werd gesteld wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst, hetgeen voor gevolg heeft dat verzoekende partij minder opdrachten zal ontvangen; XII-4538-2/5 Aangezien ook de gezondheid van verzoekster onder de situatie, die lange tijd aansleept, erg lijdt;
  4. Aangezien op termijn ook een ernstig financieel nadeel bestaat; Aangezien bij toepassing van art. 6 van het KB van 22/03/69 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inlichtingen [lees : inrichtingen] voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaal onderwijs van de staat alsmede in der naten [lees : internaten] die van deze inlichtingen [lees : inrichtingen] afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inlichtingen [lees : inrichtingen], het personeelslid dat wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst ter beschikking is gesteld, een wachtgeld geniet dat de eerste twee jaar gelijk is aan zijn laatste activiteitswedde; Dat echter vanaf het derde jaar het wachtgeld wordt verminderd door het bedrag van het pensioen dat de betrokkene zou bekomen indien ze vervroegd op pensioen werd gesteld; Dat het wachtgeld kan worden ingetrokken wanneer betrokkene aan de voorwaarden voldoet om op zijn verzoek op pensioen te worden gesteld; Dat vanaf het derde jaar het wachtgeld ieder jaar met 20% wordt verminderd alhoewel het niet lager kan zijn dan 1/60, 1/55 of 1/50 van de laatste activiteitswedde als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikking- stelling dienstjaren telt, naargelang de voor de berekening van het pensioen in aanmerking genomen breuken 1/60, 1/55 of 1/50 is; Dat hieruit blijkt dat op lange termijn ook verzoekster een financieel nadeel ondergaat”; Overwegende dat verzoekster een financieel en een moreel nadeel doet gelden; Overwegende, wat het moreel aspect betreft, dat verzoekster niet beweert dat haar tewerkstelling in andere centra voor volwassenonderwijs als rechtstreeks gevolg van de voorliggende beslissing in het gedrang komt, terwijl de bewering dat andere organisaties -die zij niet specificeert- “zich vragen stellen” en haar daarom minder freelance opdrachten zullen geven, louter hypothetisch is; dat hierbij ook wordt bedacht dat de ambtsontheffing in het belang van de dienst geen tuchtmaatregel is, zodat de vermeende aantasting van verzoeksters eer en reputatie bij derden niet zomaar inherent is aan die beslissing zelf; dat de schade aan de gezondheid van verzoekster niet nader omschreven is, laat staan dat aannemelijk wordt gemaakt dat zij een rechtstreeks gevolg is van de bestreden beslissing; dat door de vaagheid van haar uiteenzetting, verzoekster de Raad er niet van overtuigt dat het eventuele morele nadeel, zo het al ernstig is, niet wordt goedgemaakt door de morele genoegdoening van een later met terugwerkende kracht tussen te komen vernietiging van de bestreden beslissing; XII-4538-3/5 Overwegende, wat het financieel aspect betreft, dat dit in beginsel steeds herstelbaar is; dat het andermaal aan de verzoekende partij toevalt, om aan te tonen dat het in haar zaak uitzonderlijk anders is; dat verzoekster ook zulks niet doet; dat verzoekster aan de Raad niet de minste becijfering verstrekt van haar financiële situatie; dat zij integendeel aangeeft nog elders les te geven, wat de Raad doet veronderstellen dat zij daar inkomsten uit ontvangt, en zij, met verwijzing naar de wachtgeldregeling, het financieel nadeel zélf maar “op lange termijn” ziet opdoemen; dat niet kan worden beoordeeld of het pecuniair nadeel dermate ernstig én moeilijk herstelbaar is, dat niet kan worden gewacht op de afloop van de procedure ten gronde; Overwegende dat niet voldaan is aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4538-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4538-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.968 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.928 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.