← België

Arrest 153970 - - 19/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.970 Rolnummer: A. 154306/XIV-20301 Zaak: Arrest 153970 - - 19/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-30 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 08:33 Fiche Arrest nr 153.970 van 19 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 153.970 van 19 januari 2006 in de zaak A. 154.306/XIV-20.

  1. In zake : XXX, wonende te 2018 ANTWERPEN, Plantin en Moretuslei 8 bus 53 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 22 juli 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 25 juni 2004 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hem als vluchteling te erkennen; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 3 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 december 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. DE GRAUWE die, loco Advocaat M. VANHOOF verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; XIV-20.301-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegrondheid van het beroep. 1.
  3. Overwegende dat in een enig middel, afgeleid uit de schending van artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), verzoeker aanvoert dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen meent dat hij zijn identiteit niet bewijst terwijl “er slechts één exemplaar bestaat van zijn identiteitsboekje en een paspoort op veel eenvoudigere wijze kan aangevraagd worden”, en dat, wat zijn vrees voor vervolging betreft, de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen zich ertoe beperkt de motieven van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen en zijn eigen argumenten hiertegen weer te geven, stellende dat deze de bemerkingen van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen niet “pareren”, doch nergens motiveert waarom zijn argumenten niet afdoende zijn; 1.
  4. Overwegende dat blijkens de motivering van de bestreden beslissing de aanvraag van verzoeker wordt verworpen omdat hij geen reis- of identiteitsbewijzen voorlegt, omdat hij geen vrees voor vervolging aannemelijk maakt en omdat de voorgelegde documenten geen bewijswaarde hebben; dat het uitsluitend aan de feitenrechter toekomt om te oordelen over de mogelijkheid van de asielzoeker om (originele) identiteitsdocumenten voor te leggen en over de aannemelijkheid van zijn verklaringen voor het ontbreken hiervan; dat het de Raad van State als administratieve cassatierechter niet toekomt deze beoordeling over te doen; dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen er zich toe kon beperken te stellen dat verzoekers repliek “de bemerkingen van de Commissaris-generaal niet pareert” omdat -zo blijkt uit de bestreden beslissing en het beroepschrift- voormelde “repliek” bestaat uit het opsommen van de feiten op grond waarvan verzoeker meent als vluchteling te moeten worden erkend, doch geen weerlegging inhoudt van de motieven van de beroepen beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, te weten dat het zeer bevreemdend is dat verzoeker wél en Mahboubi Arash niet werd vervolgd ondanks het feit dat deze laatste, in tegenstelling tot verzoeker, een aanhanger was van het Baha’i-geloof, dat hij drie jaar na de feiten nog steeds geen documenten kan voorleggen die zijn arrestatie en vermaning kunnen staven, dat het feit dat hij door eenvoudige omkoping zou worden vrijgesproken reeds een indicatie is van de beperkte ernst van de tegen hem geuite beschuldigingen, dat hij zijn vermoeden te zullen worden gearresteerd niet aannemelijk maakt omdat hij zijn ideeën op de conferentie, weliswaar op een erg afgezwakte manier, had geuit en deze door de meeste aanwezigen werden aanvaard, dat het weinig geloofwaardig is dat leden van “Nirouye Entezami” eerst een huiszoeking uitvoerden en hem pas enkele dagen later zouden komen arresteren, en dat hij niet aantoont dat de in beslag genomen boeken XIV-20.301-2/3 verboden zouden zijn in Iran; dat het enig middel, in de mate dat het ontvankelijk is, niet gegrond is;
  5. Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari tweeduizend en zes, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-20.301-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.970 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.