← België

Arrêt / Arrest 154029 - / - 20/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.029 Rolnummer: A. 169352/AGAV-105 Zaak: Arrêt / Arrest 154029 - / - 20/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-20 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-30 08:50 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 154.029 van 20 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing Nederlandse tekst (titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973) RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE Nr. 154.029 van 20 januari 2006 A. 169.352/VIII-5350 In zake: de stad Namen, die woonplaats heeeft gekozen bij Mr. Bruno LOMBAERT, advocaat, Louizalaan 106 1050 Brussel, tegen: het Waals Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, dat woonplaats hebben gekozen bij Mr. Philippe COENRAETS, advocaat, Terkamerenlaan 27 1000 Brussel. Tussenkomende partij: DARVILLE Hector, die woonplaats heeft gekozen bij Mr. Jean BOURTEMBOURG, advocaat, Zwitserlandstraat 24 1060 Brussel. DE VOORZITTER VAN DE VIIIe KAMER, RECHTSPREKEND IN KORT GEDING, Gezien het op 12 januari 2006 ingediende verzoekschrift, waarbij de stad Namen volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit d.d. 4 januari 2006 van de Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken van het Waals Gewest houdende nietigverklaring van het besluit d.d. 5 oktober 2005 van de gemeenteraad van Namen waarbij Hector DARVILLE wordt afgezet; VIII - 5350 - 1/5 Gezien het op 19 januari 2006 ingediende verzoekschrift, waarbij Hector DARVILLE vraagt als tussenkomende partij te mogen optreden in de procedure in kort geding wegens uiterst dringende noodzakelijkheid; Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier; Gelet op de beschikking van 13 januari 2006, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij de partijen worden opgeroepen om te verschijnen op 19 januari 2006 om 14.30 uur; Gehoord het verslag van de heer GEUS, kamervoorzitter; Gehoord de opmerkingen van Mr. LOMBAERT, advocaat, die voor de verzoekende partij verschijnt, van Mr. LEPINOIS, loco Mr. COENRAETS, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt, en van Mr. BOURTEMBOURG, advocaat, die voor de tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van de heer NEURAY, eerste auditeur - afdelingshoofd bij de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Hector DARVILLE bij een op 19 januari 2006 ingediend verzoekschrift vraagt als tussenkomende partij te mogen optreden in de rechtspleging in kort geding; dat er grond is om dit verzoek in te willigen; Overwegende dat de feitelijke omstandigheden dienstig voor het onderzoek van de vordering tot schorsing als volgt kunnen worden samengevat:

  1. Hector DARVILLE is vastbenoemd ambtenaar bij de stad Namen. Hij heeft de graad van technisch beambte en oefent de taak van controleur van werken uit.
  2. Sedert juni 1994 is hij aangesteld als hoofd van de cel Onderzoeken en Inspecties.
  3. Op 1 oktober 1998 voert de rijkswacht in betrokkenes dienst en bij hem thuis huiszoekingen uit. Hij wordt vervolgens in voorlopige hechtenis geplaatst. VIII - 5350 - 2/5
  4. Op 5 oktober 1998 besluit het college van burgemeester en schepenen betrokkene preventief te schorsen met verlies van wedde. Deze maatregel wordt op gezette tijden verlengd tot 2 september 2003, de datum waarop het schepencollege daaraan een eind maakt "om evidente redenen van sociale en familiale aard", op de grond dat de duur van de strafprocedure onredelijk is.
  5. De correctionele rechtbank te Namen veroordeelt Hector DARVILLE bij een vonnis van 2 mei 2005 tot twaalf maanden gevangenisstraf, met uitstel wat de ondergane voorlopige hechtenis te buiten gaat. Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank enerzijds rekening gehouden met "de lange inbreukperiode, de omvang van de geldverduistering, de intrinsieke ernst van de daden van valsheid, de omkoping en de oplichting, maar ook met het feit dat de beklaagde Hector DARVILLE door zijn gedrag ten aanzien van allen de goede naam van het bestuur en de ambtenaren heeft geschaad", en anderzijds met het feit dat de redelijke termijn van de strafprocedure overschreden was.
  6. De gemeentesecretaris van de stad Namen heeft op 31 mei 2005 een tuchtverslag opgesteld. Diezelfde dag heeft het college van burgemeester en schepenen Hector DARVILLE opgeroepen om op 7 september 2005 te worden gehoord door de gemeenteraad.
  7. Op laatstgenoemde datum is betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, gehoord door de gemeenteraad.
  8. Op 5 oktober 2005 heeft de gemeenteraad de tuchtstraf afzetting uitgesproken.
  9. Op 25 oktober 2005 heeft Hector DARVILLE een bezwaarschrift ingediend bij de toezichthoudende overheid.
  10. Op 4 januari 2006 heeft de Waalse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken het besluit van de gemeenteraad waarbij Hector DARVILLE wordt afgezet, vernietigd wegens schending van artikel L 1215- 16, § 2, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, nadat was vastgesteld dat twee leden van de gemeenteraad het betwiste besluit mede hadden aangenomen terwijl ze niet aanwezig waren op betrokkenes verhoor; Overwegende dat de verzoekende partij, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft dat het bestreden ministerieel besluit haar zou berokkenen, aanvoert dat dit besluit rechtstreeks tot gevolg heeft dat ze VIII - 5350 - 3/5 Hector DARVILLE opnieuw moet opnemen in haar diensten, wat, in een zaak die veel aandacht heeft gekregen in de media, haar reputatie ten aanzien van de bevolking en de ambtenaren van de stad ernstig zal schaden; dat ze eveneens aanvoert dat indien betrokkene in zijn ambt wordt hersteld, zulks concrete problemen zal doen rijzen op het gebied van het personeelsbeheer; dat ze ten slotte beweert dat "de Raad van State aanvaardt dat een overheidsinstantie een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondervindt wanneer de uitoefening van bevoegdheden die haar zijn erkend door de Grondwet, door een handeling van een andere overheidsinstantie wordt belemmerd of onmogelijk wordt gemaakt"; Overwegende dat het de verzoekende partij volkomen vrij staat om het ontstaan van het beweerde nadeel te voorkomen, eerst door Hector DARVILLE preventief te schorsen, en vervolgens door een nieuw besluit aan te nemen; dat dit nadeel aldus niet te wijten is aan de enkele tenuitvoerlegging van het betwiste ministerieel besluit; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten, die vervuld moeten zijn opdat de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden handeling kan bevelen; dat de vordering tot schorsing niet kan worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
  11. Het verzoek tot tussenkomst in de procedure in kort geding wegens uiterst dringende noodzakelijkheid, ingediend door Hector DARVILLE, wordt ingewilligd. Artikel
  12. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden handeling wegens uiterst dringende noodzakelijkheid wordt afgewezen. Artikel
  13. De kosten, bepaald op 300 euro, komen ten laste van de verzoekende partij ten belope van 175 euro, en van de tussenkomende partij ten belope van 125 euro. VIII - 5350 - 4/5 Artikel
  14. Overeenkomstig artikel 3, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, zal van dit arrest per fax kennis worden gegeven. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting, op twintig januari tweeduizend zes door: de Hr. GEUS, kamervoorzitter, Mevr. LEJEUNE, griffier. De Griffier, De Voorzitter, L. LEJEUNE J.-Cl. GEUS VERTALING OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 63, EERSTE LID, VAN DE WETTEN OP DE RAAD VAN STATE, GECOÖRDINEERD OP 12 JANUARI
  15. VIII - 5350 - 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.029 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.727 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.