← België

Arrest 154097 - - 24/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.097 Rolnummer: A. 169541/XII-4625 Zaak: Arrest 154097 - - 24/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-31 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 08:37 Fiche Arrest nr 154.097 van 24 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.097 van 24 januari 2006 in de zaak A. 169.541/XII-

  1. In zake : Serafijn (Francis) VAN DEN EYNDE, die woonplaats kiest bij advocaat F. De Roo, kantoor houdende te Berchem, Herculusstraat 2, bus 1 tegen : de UNIVERSITEIT GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Serafijn (Francis) Van den Eynde op 19 januari 2006 heeft ingediend waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van “de beslissing dd. 17.01.2006 strekkende tot intrekking van de op 11 oktober 2005 aan verzoeker verleende vergunning tot gebruik van een Universiteitslokaal in het gebouw Het Pand voor een evenement op 27 januari 2006”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 19 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 januari 2006, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaten P. De Roo en B. Siffert, die verschijnen voor verzoeker, en van advocaat P. Devers, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; XII-4625-1/5 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
  3. Overwegende dat de feiten dienstig voor de beoordeling van de vordering tot schorsing de volgende zijn : Op 30 september 2005 stuurt een fractiesecretaris van Vlaams Belang “de bevestiging, n.a.v. ons telefonisch gesprek, voor het gebruik van de Kapittelzaal in ‘Het Pand’ door het Vlaams Belang Gent”, per e-mail aan een personeelslid van verwerende partij, verantwoordelijke voor Het Pand. Met een schrijven van 11 oktober 2005 heeft de directeur van de directie gebouwen en milieu “het genoegen [aan verzoeker] mede te delen dat [zijn] verzoek om het gebruik van volgende lokalen ingewilligd wordt” met als reden “voordracht” en als “huurprijs lokaal” 350,00 euro. In de loop van de maand november wordt over het evenement nog heen en weer geschreven, onder meer over het facturatieadres, en op 1 december 2005 worden, nog steeds per mail, de namen van de sprekers -verzoeker en Frank Vanhecke- evenals het thema -start campagne gemeenteraadsverkiezingen- gepreciseerd. Omdat de zaal “maar geschikt is voor 120 personen” wordt door eerstbedoeld personeelslid van de verwerende partij in een eerste mail van 1 december 2005 een andere zaal in Het Pand voorgesteld; verzoeker repliceert dat hij “zoals afgesproken” de activiteit in een andere zaal laat doorgaan en “dat de huur 900 euro bedraagt”. Op 13 januari 2006 heeft een bijeenkomst plaats tussen verzoeker en, onder anderen, coördinatoren van veiligheid voor de politie van Gent en voor de universiteit. Hiervan wordt een verslag opgesteld dat op 16 januari 2006 per mail wordt verspreid. Het wordt door de persverantwoordelijke van de universiteit op 17 januari 2006 ook aan de rector bezorgd. Met een 17 januari 2006 aangetekend schrijven deelt de rector van de universiteit Gent aan verzoeker mee wat volgt : “Tot mijn spijt moet ik u meedelen dat ik de toestemming voor deze activiteit intrek. De initiële toestemming betrof immers een voordracht in de Kapittelzaal voor 215 personen. Later bleek het te gaan om een publieke verkiezingsmeeting voor XII-4625-2/5 400 personen in de Refter. Dit valt niet langer onder
  4. Overwegende dat de verwerende partij in de nota opwerpt dat tussen partijen een huurovereenkomst in de zin van artikel 1709 BW is tot stand gekomen, waarvan het e-mail verkeer het bewijs levert, welke betrekking heeft op de huur van de Refter in Het Pand op 27 januari 2006 vanaf 18.00 uur en tot maximaal 23.00 uur, middels de huurprijs van 900 euro, eventueel vermeerderd met 37,50 euro voor een extra uur huisbewaarder, dat het werkelijke voorwerp van het geschil dan ook de verplichting is die verzoeker wil afdwingen om de zo tot stand gekomen huurovereenkomst uit te voeren zodat de Raad van State onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen;
  5. Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting repliceert dat partijen inderdaad de kwalificatie “huur” hebben gebruikt en dat dit kan worden beschouwd als een overeenkomst, maar dat de rector het duidelijk niet als een contract ziet gelet op zijn eenzijdige beslissing om de toestemming voor de activiteit in te trekken; 4.
  6. Overwegende dat verwerende partij argumenteert dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten; dat voor die stelling steun is te vinden in de webstek van de universiteit die met betrekking tot de lokalen van Het Pand de algemene voorwaarden vermeldt waarvoor de zalen “uitsluitend verhuurd [worden]” en die de “Algemene huurvoorwaarden” vermeldt; Overwegende dat ook in het mailverkeer tussen partijen door beiden het gebruik van de lokalen wordt gekoppeld aan de betaling van een “huurprijs” en een wijziging van lokaal wordt bevestigd met de vermelding “reservatie aangepast”; Overwegende dat verzoeker zijnerzijds in het inleidend verzoekschrift ook meermaals de termen “contractsluiting” en “verhuurvoorwaarde” gebruikt en ter terechtzitting die kwalificatie niet ten gronde weerlegt; XII-4625-3/5 Overwegende dat de Raad dan ook in de huidige stand van de zaak, op basis van de hem voorgelegde gegevens, aanneemt dat voor het gebruik van een lokaal in Het Pand een overeenkomst is tot stand gekomen tussen verzoeker en verwerende partij; 4.
  7. Overwegende dat de bestreden beslissing er geen is waarbij de rector de activiteit verbiedt, bij voorbeeld om redenen van veiligheid; dat hij de “toestemming voor de activiteit intrekt” omdat de voorgenomen voordracht “niet langer” valt “onder de enige activiteiten waarvoor Het Pand verhuurd wordt”; dat de vraag of hij die toestemming mag intrekken de grond van het geschil uitmaakt; dat de beslissing evenwel in wezen de uitvoering lijkt te betreffen van een reeds tot stand gekomen overeenkomst; dat de Raad van dergelijke geschillen geen kennis mag nemen, aangezien zij op grond van de artikelen 144 en 145 van de Grondwet tot de uitsluitende bevoegdheid van de gewone rechter behoren; dat de exceptie in de huidige stand van het geschil wordt aangenomen, BESLUIT: Artikel
  8. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-4625-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4625-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.097 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.