id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.098 Rolnummer: A. 169619/XIV-24568 Zaak: Arrest 154098 - - 24/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 08:37 Fiche Arrest nr 154.098 van 24 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 154.098 van 24 januari 2006 in de zaak A. 169.619/XIV-24.
- In zake : XXX verblijvende te 1820 STEENOKKERZEEL, Transitcentrum 127bis Jozef Goorislaan 80 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 27 oktober 1979 en van Marokkaanse nationaliteit, op 22 januari 2006 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing tot repatriëring voorzien op maandag 23 januari 2006 om 9.35 uur naar Marokko, vlucht met bestemming Casablanca”, en tot het bekomen van voorlopige maatregelen, met name de afgifte van een bijlage 35 en de veroordeling van de Belgische Staat tot de betaling van een som van 1000 euro per dag vertraging, te rekenen vanaf de datum van het tussen te komen arrest; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op dinsdag 24 januari 2006 om 14.00 uur; Gelet op de beschikking van 23 januari 2006 waarbij de persoonlijke verschijning van verzoeker wordt bevolen; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; XIV-24.568-1/4 Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, die in persoon verschijnt, en van Advocaat G. COOLSAET, die loco Advocaat C. DECORDIER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- Verzoeker is van Marokkaanse nationaliteit, geboren te Casablanca op 27 oktober
- 1.
- Naar aanleiding van een politionele controle dd. 28 september 2005 werd betrokkene aangetroffen in illegaal verblijf, waarbij werd vastgesteld dat hij reeds vijf jaar illegaal in het Rijk verbleef. 1.
- Op 28 september 2005 werd aan verzoeker bevel gegeven om het grondgebied te verlaten, met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde. 1.
- Verzoeker diende een op 3 oktober 2005 gedateerde aanvraag in om machtiging tot verblijf overeenkomstig art. 9, § 3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). Op 7 november 2005 verklaarde de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken deze aanvraag onontvankelijk. Dezelfde dag diende verzoeker een nieuwe aanvraag in om machtiging tot verblijf op grond van art. 9, § 3 van de Vreemdelingenwet. Ook deze aanvraag werd onontvankelijk verklaard bij beslissing van 24 november
- 1.
- Op 9 november 2005 werd een repatriëring voorzien om 13.05 uur, die niet doorging en waartegen verzoeker een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft gevoerd die aanleiding gaf tot het arrest nr. 151.118 van 9 november 2005 van de XIVde kamer van de Raad van State, anders samengesteld. 1.
- Een nieuwe repatriëring van verzoeker werd voorzien op 26 november
- Tegen deze uitvoeringsmaatregel leidde verzoeker opnieuw een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in bij de Raad van State, die uitmondde in het arrest nr. 151.901 van 29 november 2005 van de VIIde kamer van de Raad van State. XIV-24.568-2/4 1.
- Een nieuwe repatriëring van verzoeker werd voorzien op 19 december 2005 om 9.35 uur, waartegen andermaal een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd gevoerd, die aanleiding gaf tot het arrest nr. 153.068 van 21 december 2005 van de XIVde kamer van de Raad, anders samengesteld. 2.
- Overwegende dat het ingediende verzoekschrift niet is ondertekend door verzoeker of door een Advocaat, zodat het juridisch onbestaande is, overeenkomstig artikel 19, tweede lid, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, en overeenkomstig de vaste rechtspraak van de Raad van State; 2.
- Overwegende dat verzoeker op het verzoekschrift niet de zegels heeft aangebracht die worden voorzien door de artikelen 70 en 71 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State en door artikel 32 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat hij evenmin het door artikel 33 van hetzelfde koninklijk besluit voorziene voordeel van de rechtsbijstand heeft aangevraagd; dat hij ter terechtzitting evenmin heeft aangeboden om het verschuldigde recht te betalen, zoals voorgeschreven door artikel 32, 3/ van het voornoemd koninklijk besluit van 9 juli 2000, noch het voordeel van de rechtsbijstand heeft aangevraagd; dat deze vaststelling op zich reeds volstaat om de ingestelde vordering onontvankelijk te verklaren; 2.
- Overwegende bovendien dat uit het verzoekschrift blijkt dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wegens uiterst dringende noodzakelijkheid is gericht tegen de “beslissing tot repatriëring voorzien op maandag 23 januari 2006”; dat de beslissing tot repatriëring een uitvoeringsmaatregel is van het eerder aan verzoeker, op 28 september 2005, gegeven bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat verzoeker, ondanks zijn pogingen, sedertdien geen verblijfstitel heeft bekomen; dat dergelijke uitvoeringsmaatregel niet vatbaar is voor een beroep tot nietigverklaring; dat de daartegen ingediende vordering tot schorsing derhalve niet ontvankelijk is; dat dit tevens geldt voor de vraag tot afgifte van een bijlage 35 en voor de gevraagde veroordeling tot de betaling van een bedrag van 1000 euro per dag vertraging, te rekenen vanaf de datum van het tussen te komen arrest, vermits het gaat om accessoria bij huidige vordering, XIV-24.568-3/4 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, en het verzoek tot het bekomen van voorlopige maatregelen, worden onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari tweeduizend en zes, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-24.568-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.098 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.