← België

Arrest 154150 - - 26/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.150 Rolnummer: A. 162867/XII-4463 Zaak: Arrest 154150 - - 26/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-03 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 08:39 Fiche Arrest nr 154.150 van 26 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.150 van 26 januari 2006 in de zaak A. 162.867/XII-

  1. In zake : Léon HELSEN, wonende te Hallaar (Heist-op-den-Berg), Hallaaraard 10 tegen :
  2. het GEMEENSCHAPSONDERWIJS,
  3. de VLAAMSE GEMEENSCHAP. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Léon Helsen op 27 mei 2005 heeft ingediend om “een dwangsom op te leggen lastens de verwerende partijen wegens het in gebreke blijven van deze laatsten om het arrest nr 111.844 dd. 24/10/02 ten uitvoer te leggen, en dit zelfs nadat het betrokken arrest hen op 29/10/2002 door de griffie werd betekend en nadat sedert de aangetekende ingebrekestellingen dd. 10/01/2005 van verzoeker een termijn van meer dan drie maand is verstreken. Dit geldt evenzeer voor het samenhangend arrest nr. 137.641 van 25/11/04 jegens de Vlaamse Gemeenschap”; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4463-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Maes die verschijnt voor verzoeker, van advocaat M. Stommels die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van adjunct van de directeur M. Broucke die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, en artikel 36 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak
  4. Overwegende dat de Raad van State bij arrest nr. 111.844 van 24 oktober 2002, wegens schending van de redelijke-termijn-eis, besluit tot de vernietiging van de beslissing van 5 december 1996 van de centrale raad van de Argo, waarbij verzoeker met ingang van 15 april 1986 wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst ter beschikking wordt gesteld; Overwegende dat verzoeker op 18 augustus 2003 een pensioen- aanvraag indient; dat hem op 23 juni 2003 wordt meegedeeld dat hij zijn rechten op een rijkspensioen kan doen gelden en op eigen aanvraag eervol ontslagen wordt uit zijn ambt met ingang van 1 juni 2004; Overwegende dat de Raad van State bij arrest nr. 137.641 van 25 november 2004, wegens onbevoegdheid van de steller van de akte, besluit tot de vernietiging van de beslissing van de Vlaamse Gemeenschap, die blijkt uit een brief van 24 december 2002, waarbij verzoeker vanaf 12 november 2002 ter beschikking gesteld wordt wegens ziekte; Overwegende dat verzoeker met een brief van 10 januari 2005 de Vlaamse Gemeenschap met verwijzing naar artikel 36 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State aanmaant tot “bijkomend herstel”, met name “de reconstructie van de loopbaan”; dat de Vlaamse Gemeenschap in haar antwoord van 13 januari 2005, onder verwijzing naar de voormelde arresten, haar bevoegdheid om een beslissing te nemen afwijst, meedeelt “dat de administratie ten aanzien van u geen werkgever is en bijgevolg ook niet kan beslissen in welke administratieve stand u zich op welk ogenblik ook, bevindt”, dat zij verder “alle bijkomende periodes die voor de XII-4463-2/5 berekening van de loopbaan in aanmerking kunnen komen, aan de loopbaanfiche toegevoegd [heeft]” en dat zij de werkgever gevraagd heeft “ook in deze een beslissing te nemen”, maar nog geen antwoord heeft gekregen; Overwegende dat het college van directeurs van scholengroep 5 op 4 februari 2005 aan verzoeker een brief bezorgt “in verband met de uitvoering van het arrest van de Raad van State en een beslissing van het college van directeurs”; dat die brief laat weten dat het college van directeurs ter uitvoering van het arrest nr. 137.641 van 25 november 2004 op 20 januari 2005 de beslissing heeft genomen om verzoeker voor de periode van 12 november 2002 tot 31 december 2002 ter beschikking te stellen wegens ziekte; dat verzoeker tegen die beslissing een annulatieberoep indient, gekend onder het nummer A.161.461/XII-4426; Overwegende dat verzoeker op 16 februari 2005 wordt aangeschreven door de afdeling personeel van “GO-centraal”, waarbij hem wordt gemeld dat, naar aanleiding van het arrest nr. 111.844 van 24 oktober 2002, voor de periode van 15 april 1986 tot 5 december 1996 “met akkoord van het departement Onderwijs, een regeling uitgewerkt [is] waardoor deze volledige periode als dienstactiviteit zal worden in aanmerking genomen” en dat de periode van 5 december 1996 tot 11 november 2002 “niet evident is” en overlegd wordt “met onze verzekeraar”; dat voorts wordt herinnerd aan de beslissing van het college van directeurs genomen ter uitvoering van het arrest van 25 november 2004 “om uw administratieve toestand te regulariseren”; Overwegende dat het college van directeurs op 10 mei 2005 beslist, “in uitvoering van het arrest Raad van State nr. 111.844 dd 24-10-2002”, tot regularisatie van verzoekers administratieve toestand als leraar aan het KTA Heist- op-den-Berg voor de periode van 15 april 1986 tot 11 november 2002 als volgt: "
  5. wat de periode van 15-04-1986 tot 04-12-1996 betreft, is de heer Leonard Helsen ontheven van zijn ambtsbevoegdheid ingevolge het voorstel van de directeur-generaal van het departement onderwijs. Dit voorstel werd nadien bevestigd door de minister van onderwijs op 13 augustus 1986 :'betrokkene wordt ontheven van zijn ambtsbevoegdheid gedurende de beroepsprocedure en met ingang van 1 september 1986'. De periode van 15 april 1986 tot 4 december 1996 wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  6. ingevolge de vernietiging van de beslissing van de centrale raad dd 05-12-1996 wordt de heer Helsen voor wat de periode van 05-12-1996 tot 04-12-2001 betreft, ter beschikking gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden, gelet op het feit dat betrokkene geen effectieve prestaties in het onderwijs heeft verricht. XII-4463-3/5
  7. wat de periode van 05-12-2001 tot 11-11-2002 betreft, wordt de heer Helsen in de stand non-activiteit geplaatst, gelet op het feit dat betrokkene geen effectieve prestaties in het onderwijs heeft verricht en er geen andere wettiging mogelijk is van de afwezigheid.
  8. deze beslissing zal aan betrokkene worden meegedeeld en aan het departement onderwijs. Het departement onderwijs wordt gevraagd de loopbaanfiche van betrokkene conform te maken aan deze beslissing en ze voor verder gevolg over te maken aan de administratie der pensioenen. Het departement onderwijs wordt tevens gevraagd om de geldelijke loopbaan aan te passen en, waar nodig, achterstallen uit te betalen"; Overwegende dat verzoeker ook tegen deze beslissing een annulatieberoep indient bij de Raad van State, welk is gekend onder het nummer A.164.380/XII-4498; De vordering tot opleggen van een dwangsom
  9. Overwegende dat verzoeker in de inleidende akte na het feitenrelaas de tekst van zijn verzoekschrift in de zaak A.161.461/XII-4426 integraal overneemt;
  10. Overwegende dat de eerste verwerende partij onder meer antwoordt dat de arresten niets zeggen over de inhoud van de beslissing die de overheid na de vernietiging zal moeten nemen, dat het bestuur nadien wel degelijk beslissingen heeft genomen voor de hele duur van de betwiste periode en dat het feit dat verzoeker misschien liever een andere beslissing van het bestuur had gezien, niet betekent dat een dwangsom kan worden opgelegd; Overwegende dat ook de tweede verwerende partij herinnert aan de ondertussen genomen beslissingen waarvan volgens haar vooralsnog niet blijkt dat zij het gezag van gewijsde van ’s Raads arresten hebben geschonden en dat zij stelt dat verzoeker, indien hij meent dat een en ander niet een correcte uitvoering inhoudt van die arresten, hiervan de nietigverklaring kan vorderen; dat zij insgelijks besluit dat de omstandigheid dat het bestuur aan de door het vernietigingsarrest herstelde wettigheid niet de door verzoeker gewenste uitvoering geeft, de Raad van State niet toelaat om een dwangsom op te leggen;
  11. Overwegende dat de zienswijze van verwerende partijen wordt bijgevallen; dat overeenkomstig het artikel 36, § 1, eerste lid, eerste zin, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de persoon op wiens verzoek de XII-4463-4/5 nietigverklaring is uitgesproken, de Raad van State mag vragen een dwangsom op te leggen “bij in gebreke blijven van de overheid”; dat het feitenrelaas genoegzaam aantoont dat de overheid na de uitgesproken vernietigingen niet “in gebreke” is gebleven, maar dat wel degelijk nieuwe beslissingen zijn genomen die uitdrukkelijk beogen uitvoering te geven aan bedoelde arresten; dat verzoeker niet aantoont, en de Raad spontaan ook geen reden ziet om te vermoeden dat het bestuur onwillig is om de arresten uit te voeren; dat verzoekers grief dienvolgens niet de niet-uitvoering van de arresten betreft, maar wel de wijze -al dan niet correct- waarop zij voor zoveel als nodig zijn uitgevoerd; dat echter de vraag of die beslissingen zelf rechtmatig zijn, beoordeeld moet worden binnen het raam van de door verzoeker ingestelde annulatieberoepen; dat er evenwel geen sprake meer is van een “in gebreke blijven” in de zin van meervermeld artikel 36, zodat daarvoor geen beroep kan worden gedaan op de dwangsomprocedure, BESLUIT: Enig artikel. De vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig januari 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4463-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.150 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.