id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.158 Rolnummer: A. 125646/XII-3630 Zaak: Arrest 154158 - - 26/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-03 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 08:40 Fiche Arrest nr 154.158 van 26 januari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.158 van 26 januari 2006 in de zaak A. 125.646/XII-
- In zake : Heidi DESMET, wonende te Denderleeuw, Lindestraat 189 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 9 - Ringscholen, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Heidi Desmet op 20 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Raad van Bestuur van Scholengroep 9 (Ringscholen), d.d. 25 juni 2002, waarbij besloten werd de verzoekende partij niet vast te benoemen in het ambt van directeur van de basisschool van het gemeenschapsonderwijs te Asse, maar haar proeftijd met een periode van 12 maanden te verlengen met ingang van 1 juli 2002”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 19 juli 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 18 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 december 2005; XII-3630-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. Conruyt, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : Verzoekster, voordien vast benoemd als onderwijzeres aan de basisschool Zilverberk Sint Rochus Halle, wordt met ingang van 1 juli 2001 toegelaten tot de proeftijd in de betrekking van directeur aan de basisschool Asse. Op 21 mei 2002 brengt de schoolraad in het kader van de bespreking van de vaste benoeming van verzoekster in het ambt, een negatief advies uit over haar functioneren. Op 24 mei 2002 brengt de pedagogisch adviseur een positief advies uit over verzoeksters functioneren. Een 30 mei 2002 gedateerd verslag van de algemeen directeur in een gesprek met een aantal leerkrachten “i.v.m. het functioneren van [verzoekster]” is over het algemeen vrij gunstig. Ook de projectleider van het “Netwerk - Technologische Opvoeding in het Basisonderwijs” stelt in de loop van de maand mei 2002 over verzoekster een gunstig verslag op betreffende de goede samenwerking. XII-3630-2/6 Met brieven van 25 mei 2002 en 6 juni 2002 brengen een moeder en een ouderpaar bij de algemeen directeur hun ongenoegen over betreffende verzoeksters optreden. Op 10 juni 2002 beslist het college van directeurs, unaniem, om verzoekster voor te dragen voor vaste benoeming. Op 11 juni 2002 beslist de raad van bestuur om verzoekster te horen alvorens een beslissing te nemen. In de loop van de maand juni 2002 ontvangt de directie van de scholengroep van het betrokken CLB, van de steunpuntcoördinator van het provinciaal integratiecentrum en van een aantal ouders brieven ter ondersteuning van verzoekster, evenals een ongunstig schrijven van de voorzitter van de schoolraad. Op 25 juni 2002 wordt verzoekster gehoord door de raad van bestuur. Diezelfde dag beslist de raad van bestuur “de proeftijd van [verzoekster] in de BS Asse met 12 maanden te verlengen en dit met ingang van 1 juli 2002”. Met schrijven van 14 augustus 2002 deelt verzoekster haar ontslag mee als directeur van de basisschool te Asse; De ontvankelijkheid van het beroep
- Overwegende dat het belang, waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en dat hij dat belang moet behouden tot aan de uitspraak; dat de aard van het belang weliswaar kan evolueren maar dat een verzoeker minstens aannemelijk moet maken dat de vernietiging hem nog een concreet voordeel oplevert; dat dit voordeel meer moet zijn dan de genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing; Overwegende dat reeds voordat zij het voorliggend beroep bij de Raad van State heeft aangebracht, verzoekster bij verwerende partij haar ontslag had ingediend, en dit zonder enig voorbehoud; dat de vraag dan rijst welk belang zij toentertijd nog meende te hebben met de gevorderde nietigverklaring en welk voordeel zij zag -en nog ziet- bij een voor haar gunstige uitspraak; XII-3630-3/6
- Overwegende dat de raadsman van verzoekster, over deze kwestie door het bevoegde lid van het auditoraat om opheldering gevraagd, bij brief van 4 april 2005 aan de Raad meedeelt :: “In antwoord op uw brief van 1 april j.l. kan ik U melden dat mijn cliënte, Mevr. Heidi Desmet, is benoemd in het ambt van directeur B.S. De Nieuwe Arend. Om in dit ambt te kunnen worden toegelaten tot de proeftijd, diende mijn cliënte ontslag te geven als directeur van de GBS te Asse. Door de bestreden beslissing werd mijn cliënte niet alleen financieel geschaad, doch verloor zij onherroepelijk twee jaar aan graadanciënniteit. Wat de benoeming als dusdanig betreft, heeft zij geen actueel belang meer. Niettemin blijft er, zoals hierboven uiteengezet, een blijvende schade en is er tevens het aspect van de gerechtskosten”;
- Overwegende dat verwerende partij in de laatste memorie opwerpt dat verzoekster, gelet op hetgeen zij zelf schrijft in de aangehaalde brief, zonder actueel belang is;
- Overwegende dat verzoekster blijkens het administratief dossier op 1 september 2002 een verlof verkrijgt om van 1 september 2002 tot 31 augustus 2003 tijdelijk een ander ambt uit te oefenen, met name dat van directeur van de basisschool De Nieuwe Arend te Aalst; dat verzoekster volgens verwerende partij, hierin niet tegengesproken, de directeur aldaar vervangt die afwezig is wegens ziekte; dat dienvolgens, in tegenstelling tot hetgeen verzoekster laat uitschijnen in de brief van 4 april 2005, een vaste benoeming in het ambt van directeur, of zelfs de toelating tot de proeftijd, noodzakelijk van latere datum, geen verklaring kunnen zijn voor haar reeds op 14 augustus 2002 gegeven ontslag bij de basisschool Asse; Overwegende dat “graadanciënniteit” als begrip in het toepasselijke rechtspositiedecreet onbekend is; dat verzoekster niet beweert, laat staan aantoont dat haar opeenvolgende diensten -tijdelijk of in proeftijd- als directeur niet in aanmerking zouden komen als ambtsanciënniteit of dienst-anciënniteit; Overwegende dat de raad van bestuur ook niet definitief weigert om verzoekster te benoemen, maar slechts haar proeftijd met een jaar verlengt; dat het bijgevolg niet de bestreden beslissing, maar wel het door haarzelf vrijwillig gegeven ontslag is, dat haar eventueel financieel of anciënniteitsverlies berokkent of een definitieve benoeming als directeur in Asse in de weg staat; XII-3630-4/6 Overwegende dat verzoekster thans hoe dan ook vast benoemd directeur is; Overwegende, samenvattend, dat uit de door verzoekster gegeven toelichting niet blijkt dat wat zij nastreeft uit méér bestaat dan het voordeel om derden te overtuigen van haar initieel gelijk of om op grond daarvan een eis tot schadevergoeding in te stellen bij de burgerlijke rechter; dat een dergelijk belang slechts een onrechtstreeks karakter heeft dat niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat immers dat beoogde voordeel niet verbonden is aan het verdwijnen van het bestreden besluit uit het rechtsverkeer maar enkel aan het horen gegrond verklaren van een middel; dat verzoekster dus, zoals zij zelf schrijft “geen actueel belang meer [heeft]”; dat de exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. XII-3630-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig januari 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3630-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.158 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.