← België

Arrest 154159 - - 26/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.159 Rolnummer: A. 126535/XII-3648 Zaak: Arrest 154159 - - 26/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-06 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 08:40 Fiche Arrest nr 154.159 van 26 januari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.159 van 26 januari 2006 in de zaak A. 126.535/XII-

  1. In zake : Anne GALOWICH, die woonplaats kiest bij advocaat F. Judo, kantoor houdende te Brussel, Keizerslaan 3 tegen : de HOGESCHOOL ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat W. Van Caeneghem, kantoor houdende te Antwerpen, Quinten Matsijslei
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Anne Galowich op 9 september 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “
  3. De beslissing van onbekende datum van de artistieke opleidingsraad muziek van de Hogeschool Antwerpen waarbij wordt beslist de kandidatuur van verzoekende partij voor de vacature van leraar klavecimbel niet te weerhouden;
  4. de beslissing van onbekende datum van de departementsraad dramatische kunst, muziek en dans van de Hogeschool Antwerpen, waarbij de heer Ewald Demeyere wordt aangesteld tot leraar klavecimbel in het studiegebied Gelet op het arrest nr. 114.024 van 20 december 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek van verzoekster tot voortzetting van de procedure; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; XII-3648-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 19 juli 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 30 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 januari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Judo, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat L. Moreau, die loco advocaat W. Van Caeneghem verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : Aan de Hogeschool Antwerpen, departement dramatische kunst, muziek en dans, koninklijk conservatorium Antwerpen, wordt in de loop van de maand juni 2002 een oproep gedaan tot de kandidaten voor een betrekking van leraar klavecimbel voor indiensttreding op 1 oktober
  5. Verzoekster en E. Demeyere stellen zich kandidaat. XII-3648-2/6 Op 30 juni 2002 beoordeelt de artistieke opleidingsraad de kandidaten waarbij de puntenverdeling van de jury in het voordeel uitvalt van E. Demeyere, maar een verdere beslissing “wordt uitgesteld tot vergadering donderdag 4 juli 2002”. Op 4 juli 2002 neemt dezelfde artistieke raad de volgende beslissing : “Klavecimbel [...] Op basis van: - de objectieve cijfers (puntenresultaat zie verslag 2002-06-30) - het advies van de externe deskundigen - de evaluatie van het huidige functioneren van de heer Demeyere in het conservatorium en zijn loyaliteit t.o.v. de instelling - het standpunt van elk individueel lid van de artistieke raad wordt beslist Ewald Demeyere de taak van leraar klavecimbel toe te vertrouwen.”. Op de departementsraad van 28 augustus 2002 wordt blijkens de notulen enkel mededeling gedaan van het resultaat van de voornoemde selectieprocedure, aldus : “Mededelingen [...]
  6. Resultaat selectieprocedure leraars pianoforte, klavecimbel en trombone : Volgende gastprofessoren werden geselecteerd: [...] - klavecimbel : Ewald Demeyere [...]”. Bij schrijven van 5 juli 2002 wordt aan verzoekster medegedeeld dat “haar kandidatuur voor de vacature van leraar clavecimbel niet werd weerhouden”; De ontvankelijkheid en het voorwerp van het beroep Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord verklaart zich naar de wijsheid van de Raad te gedragen, wat de ontvankelijkheid van het beroep en het belang van verzoekster betreft; dat in het auditoraatsverslag “over het juiste voorwerp van het beroep en het belang van verzoekster bij het bestrijden ervan” wordt vastgesteld dat wat verzoekster bestrijdt is dat E. Demeyere -en niet zij- de aanstelling als titularis klavecimbel heeft gekregen, XII-3648-3/6 en wordt dienvolgens besloten dat het werkelijke voorwerp van het beroep de beslissing is van de artistieke raad van 4 juli 2002 om E. Demeyere “als gastprofessor” de opdracht van leraar klavecimbel toe te vertrouwen; dat verwerende partij die conclusie in de laatste memorie niet tegenspreekt; dat zij in de memorie van antwoord wel preciseerde -en het opnieuw zo doet in de laatste memorie- dat E. Demeyere reeds een voltijdse opdracht als assistent had, dat een bijkomende opdracht als gastprofessor dan ook onnodig was en dat hij aangesteld bleef “als assistent”; dat de Raad, hiermee rekening houdende, als voorwerp van het beroep in aanmerking neemt, de beslissing van 4 juli 2002 van de artistieke raad om E. Demeyere de taak van leraar klavecimbel toe te vertrouwen; De gegrondheid van het beroep Overwegende dat de vraag rijst, ambtshalve, of de artistieke raad binnen de hogeschool het bevoegde orgaan is om de bestreden beslissing te nemen; Overwegende dat volgens de toentertijd geldende regeling, artikel 278, 1/, juncto artikel 268, 6/, van het hogescholendecreet van 13 juli 1994, de departementsraad belast was met de tijdelijke aanstelling van het onderwijzend personeel, welke door het bestuurscollege diende te worden bekrachtigd; Overwegende dat de verwerende partij in de laatste memorie de onbevoegdheid van de artistieke raad tegenspreekt, wegens “de specifieke situatie in dit dossier”; dat zij verduidelijkt dat E. Demeyere “sinds 1 oktober 1998 statutair aangesteld [is] als fulltime assistent, sedert 1 januari 2004 statutair docent voor een opdracht van 70%, en [...] ten slotte sinds 1 november 2004 voor een opdracht van 70% als vast benoemd docent en 30% als tijdelijk docent”; dat er volgens haar “met andere woorden”, “in casu geen aanstellingsbeslissing [diende] te worden genomen, vermits de heer Demeyere reeds statutair aangesteld was”, dat hij tijdens het academiejaar 2002-2003 behalve klavecimbel ook schriftuur en algemene muziektheorie tot zijn onderwijs- en begeleidingsactiviteiten mocht rekenen “als assistent”, dat “[d]e beslissing zoals genomen door de artistieke raad om [E.] Demeyere voor het academiejaar 2002-2003 de taak van leraar klavecimbel toe te vertrouwen [...] dus enkel [kadert] in de interne organisatie van het departement, met name in het bepalen van de verschillende taakomschrijvingen en verdeling van de lesuren onder de aanwezige personeelsleden”, dat de departementsraad XII-3648-4/6 dienvolgens geen nieuwe aanstellingsbeslissing moest nemen en deze ook niet door het bestuurscollege diende te worden bekrachtigd; Overwegende dat het verweer niet overtuigt; dat de rechts- positionele toestand van E. Demeyere “sedert 1 januari 2004” en “sinds 1 november 2004” zonder belang is voor de zaak, waarin een beslissing voorligt van 4 juli 2002; dat ten tijde van die beslissing E. Demeyere statutair assistent was; dat de “specifieke situatie in dit dossier” precies de omstandigheid is dat de verwerende partij een open oproep “vacatures voor instrumentleraars” lanceerde, die onder andere een “te begeven” plaats betrof voor een leraar klavecimbel; dat de departementsraad overigens op 8 mei 2002 blijkens zijn notulen van die vergadering dan ook terecht preciseerde “dat de geselecteerde kandidaat voorgedragen wordt aan de departementsraad”; dat de artistieke raad dienvolgens geen bevoegdheid was toevertrouwd, daargelaten of zulks binnen het hogeschooldecreet zou passen, om zélf een definitieve beslissing te nemen wanneer zoals te dezen de volgens hem best geplaatste kandidaat een personeelslid van de hogeschool blijkt te zijn, maar enkel om het resultaat van de selectie voor verder gevolg voor te leggen aan de departementsraad; dat zulks niet is gebeurd; dat voor het nemen van de bestreden beslissing de artistieke raad onbevoegd is, BESLUIT: Artikel
  7. Vernietigd wordt de beslissing van 4 juli 2002 van de artistieke raad van de Hogeschool Antwerpen, departement dramatische kunst, muziek en dans, koninklijk conservatorium Antwerpen, om Ewald Demeyere de taak van leraar klavecimbel toe te vertrouwen. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-3648-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig januari 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3648-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.159 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.114.024 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.