← België

Arrest 154287 - - 30/01/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.287 Rolnummer: A. 142088/IX-3944 Zaak: Arrest 154287 - - 30/01/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-09 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 08:45 Fiche Arrest nr 154.287 van 30 januari 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 154.287 van 30 januari 2006 in de zaak A. 142.088/IX-

  1. In zake :
  2. Hendrik VAN DER AUWERA,
  3. Jean-Jacques VAN DER AUWERA,
  4. de VZW STICHTING TER DONCK, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hendrik VAN DER AUWERA, Jean-Jacques VAN DER AUWERA en de VZW STICHTING TER DONCK op 26 september 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 18 juli 2003 van de Vlaamse regering betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2008 ; Gelet op het arrest nr. 149.970 van 10 oktober 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 18 oktober 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-3944-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voort- zetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor één derde. IX-3944-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig januari 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-3944-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.287 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.970 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.