← België

Arrest 154499 - - 06/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.499 Rolnummer: A. 85495/IX-5010 Zaak: Arrest 154499 - - 06/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-17 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 08:53 Fiche Arrest nr 154.499 van 6 februari 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.499 van 6 februari 2006 in de zaak A. 85.495/IX-

  1. In zake :
  2. Fethi OZKAN,
  3. Hayrettin OZCAN,
  4. Battalgazi AKGÜNGÖR, die woonplaats kiezen bij advocaten W. MERTENS en G. DE GROOTE, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten P. TRAEST en F. VAN NUFFEL, kantoor houdende te BRUSSEL, Brederodestraat 13 tussenkomende partij : het EXECUTIEF VAN DE MOSLIMS VAN BELGIË, dat woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Fethi OZKAN, Hayrettin OZCAN en Battalgazi AKGÜNGÖR op 16 juli 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende erkenning van het EXECUTIEF VAN DE MOSLIMS VAN BELGIË, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 mei 1999, en "van alle besluiten tot erkenning van de individuele leden die als vertegenwoordigers van de Islamitische geloofsgemeenschap zullen optreden, alsook de vernietiging van alle beslissingen die de Executieve heeft genomen, neemt of zal nemen"; Gelet op het arrest nr. 88.537 van 29 juni 2000 waarbij het verzoek tot tussenkomst van het EXECUTIEF VAN DE MOSLIMS VAN BELGIË in het administratief kort geding wordt ingewilligd en de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; IX-5010-1/3 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 1 augustus 2000 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 5 januari 2001 van het EXECUTIEF VAN DE MOSLIMS VAN BELGIË; Gelet op de beschikking van 19 januari 2001 die de tussenkomst van het EXECUTIEF VAN DE MOSLIMS VAN BELGIË toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 22 september 2005, die de neerleg- ging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 29 september 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; IX-5010-2/3 Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. De kosten van het beroep, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Artikel
  8. Het bedrag van 49,58 euro van de, op het verzoekschrift tot tussenkomst in de vordering tot schorsing, teveel aangebrachte fiscale zegels dient haar te worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes februari 2000 en zes, door : de H. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-5010-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.499 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.88.537 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.