id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.690 Rolnummer: A. 167336/VII-35083 Zaak: Arrest 154690 - - 09/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-22 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 08:58 Fiche Arrest nr 154.690 van 9 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.690 van 9 februari 2006 in de zaak A. 167.336/VII-35.
- In zake : de n.v. Noël KEYSERS, die woonplaats kiest bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan van Rijswijcklaan 16 tegen : de gemeente BRECHT, die woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. Noël KEYSERS op 31 oktober 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerleg- ging van "het Besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Brecht dd. 19 september 2005 waarbij de stopzetting werd bevolen van de activiteiten betrekking hebbende op een helihaven gelegen te 2960 BRECHT, Molenstraat 107"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 11 januari 2006 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 26 januari 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; VII-35.083-1/6 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. BOSQUET die, loco Advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat K. VAN WYNSBERGE die, loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. SOURBRON; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Het graaf- en constructiebedrijf n.v. KEYSERS Noël exploiteert haar inrichting aan de Molenstraat 107 te Brecht. Tot het maatschappelijk doel van de vennootschap behoren luidens de gepubliceerde statuten : "- Onderneming voor de verwerking en de verwijdering van afvalstoffen; het reinigen van tanks, ketels, reservoirs, het saneren van vervuilde gronden; het vervaardigen en verkopen van alle soorten ketels (reservoirs) zowel bovengronds als ondergronds; - het vervaardigen en verkopen van alle metaalconstructies; - alle graaf- en grondwerken, bronmalingen en droogzuigingen; - de vervaardiging, het assembleren en monteren van benzinestations, waaronder de fabricatie en de plaatsing van ondergrondse opslagtanks voor vloeibare of gasaardige brandstoffen, het installeren en fabriceren van het pompmechanisme, de plaatsing en de controle, het ijken en onderhouden van de pompmechanismen, alsook het telmechanisme; - het automatiseren, onderhouden, installeren en verbeteren van alle mogelijke pomp- en telmechanismen voor benzinestations en verkooppunten van brandstoffen; - het vervaardigen en verkopen van alle bouwmaterialen; - de groot- en kleinhandel in alle toebehoren bij bovenvermelde werkzaamheden; - management en adviesbureau; - het voeren van bestuur (waaronder beheer) over, en het geven van adviezen aan andere vennootschappen of ondernemingen; - het verwerven, bezitten en vervreemden van aandelen in andere vennootschappen of ondernemingen; - transport voor derden; het voor eigen rekening of voor rekening van derden verzorgen van vervoer van allerhande goederen". VII-35.083-2/6 1.
- Op het bedrijfsterrein wordt een opstijg- en landingsplaats voor helikopters aangelegd. Voor die activiteit dient de verzoekende partij op 30 juni 2005 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brecht een milieuvergunningsaanvraag in met als vermelding Vlarem-indelingsrubriek 57.1.
- 1.
- Op 13 september 2005 stuurt de verzoekende partij aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brecht een aangetekend schrijven met de volgende inhoud : "Ingevolge gewijzigde omstandigheden waarover ik pas nu beschik, wens ik de milieuvergunningsaanvraag ingediend door de nv Keysers tot het exploiteren van een landingsplaats voor helicopters : rubriek 57.1.
- en door uw bestuur ontvankelijk verklaard 30 juni 2005 in te trekken, dit om na studie en aanpassing het dossier in zijn gewijzigde vorm opnieuw in te dienen. Mag ik u dan ook vragen om hiervan kennis te willen nemen en mij de originele aanvraag en zijn bijlagen zo spoedig als mogelijk terug te bezorgen. Van zodra dit dossier is vervolledigd zal het opnieuw bij uw bestuur worden ingediend". 1.
- Voormeld schrijven leidt tot de bestreden akte van 19 september
- Deze luidt als volgt : "(...) Hierbij delen wij u mee dat wij kennis hebben genomen van de intrekking van uw milieuvergunningsaanvraag klasse 2 voor het exploiteren van een helihaven te Brecht, Molenstraat
- Uw dossier zal zonder verder gevolg geklasseerd worden. Wij zien alvast het aangepast dossier tegemoet. Gezien de inrichting thans nog niet beschikt over de nodige vergunningen verzoeken wij u bij deze met aandrang tot de onmiddellijke stopzetting van alle activiteiten betrekking hebbende op de helihaven. Namens het college van burgemeester en schepenen, (...)".
- De ontvankelijkheid van het beroep 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar nota volgende exceptie van onontvankelijkheid van de vordering opwerpt : "
- Een voor de Raad van State te bestrijden beslissing moet niet alleen een administratieve rechtshandeling tot voorwerp hebben, doch deze handeling dient tevens uitvoerbaar te zijn, d.w.z. dat zij rechtsgevolgen moet hebben of moet verhinderen dat rechtsgevolgen ontstaan. Een beslissing is uitvoerbaar wanneer deze wijzigingen aanbrengt in een bestaande rechtsregel of rechtstoestand of zodanige wijziging beoogt te beletten. De definities van rechtshandeling en 'uitvoerbare' rechtshandeling lopen doorheen de rechtspraak van de Raad van State samen. De Raad van State overwoog het volgende : VII-35.083-3/6 ''4.2.1 - Overwegende dat een vordering tot schorsing, zoals een annulatieberoep slechts ontvankelijk is wanneer het gericht is tegen een uitvoerbare beslissing, d.w.z. een handeling waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen in het leven te roepen of te beletten dat zij tot stand komen, of nog anders gezegd waarbij wordt beoogd de bestaande rechtstoestand te wijzigen of dergelijke wijziging te beletten'; of nog: '4.2.
- Overwegende dat een vordering tot schorsing, zoals een annulatieberoep slechts ontvankelijk is wanneer het gericht is tegen een uitvoerbare beslissing, d.w.z. een handeling waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen in het leven te roepen of te beletten dat zij tot stand komen, of nog anders gezegd waarbij wordt beoogd de bestaande rechtstoestand te wijzigen of dergelijke wijziging te beletten; dat handelingen die aan de beslissingen voorafgaan en deze voorbereiden, zoals ingebrekestellingen, verwittigingen en aanmaningen slechts voor vernietiging vatbaar zijn in de mate dat zij de tot beslissen bevoegde overheid binden of haar beoordelingsvrijheid beperken; dat ook het vaststellen van een onwettigheid op zich geen rechtsgevolgen heeft en de rechtstoestand niet wijzigt, tenzij als aan de overtreding van normen ook een effectief nadelig gevolg voor de betrokkene wordt gehecht, bijvoorbeeld indien een sanctie wordt opgelegd; dat, gezien van de kant van het vereiste belang, dit onderworpen is aan de voorwaarden dat het een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig karakter vertoont en dat de eventueel uit te spreken nietigverklaring aan de verzoekende partij een direct en persoonlijk voordeel kan verschaffen, hoe miniem ook'.(...)
- In casu is de aangevochten rechtshandeling geen uitvoerbare administratieve rechtshandeling. Verzoekende partij diende een milieuvergunningaanvraag in op 30 juni
- Bij brief van 13 september 2005 werd die door verzoekende partij ingetrokken. Het aangevochten besluit gaat niet om een dwangbevel tot stopzetting, maar om een verzoek tot stopzetting. Het bestuur verwacht een aangepast dossier. Er wordt vastgesteld dat er nog geen vergunning is en dan ook geen activiteit zal worden ontwikkeld. Het gaat om een verzoek zich in regel te stellen en een nieuwe aanvraag in te dienen zoals verzoekende partij zelf voorstelde. In afwachting van die aanvraag wordt verzocht de niet vergunde activiteit stop te zetten.
- De brief a quo kan onmogelijk als een uitvoerbare administratieve handeling worden aanzien"; 2.
- Overwegende dat de raadsman van de verzoekende partij ter terechtzitting nog stelt dat de rechtszekerheid voor zijn cliënt voldoende is hersteld, indien de Raad van State zou oordelen dat de bestreden brief niet te beschouwen is als een uitvoerbare administratieve rechtshandeling; 2.
- Overwegende dat aan de oorsprong van de bestreden "akte" ontegensprekelijk de brief ligt van de verzoekende partij van 13 september 2005 waarbij de kort voordien ingediende milieuvergunningsaanvraag wegens "gewijzigde omstandigheden" wordt ingetrokken; dat het daaropvolgend schrijven van 19 september 2005, dat door de burgemeester ondertekend is namens het college van burgemeester en schepenen, zich in hoofdzaak laat bezien als een kennisname door VII-35.083-4/6 het bestuur van de intrekking van de vergunningsaanvraag waarmee de lopende vergunningsprocedure wordt beëindigd; dat die brief eindigt met de volgende zin : "Gezien de inrichting thans nog niet beschikt over de nodige vergunningen verzoeken wij u bij deze met aandrang tot de onmiddellijke stopzetting van alle activiteiten betrekking hebbende op de helihaven"; dat de zienswijze van de verzoekende partij dat voormelde zin van aard is om de brief van 19 september 2005 als een aanvechtbaar bevel tot stopzetting te kwalificeren, prima facie niet opgaat om volgende redenen : Vooreerst wijst de hierboven beschreven context waarin meervermelde brief tot stand is gekomen er niet op dat de burgemeester gebruik heeft gemaakt van de dwangmaatregelen die in het milieuvergunningsdecreet en in het Vlarem I-besluit voorzien zijn wanneer hij vaststelt dat een vergunningsplichtige inrichting zonder de vereiste vergunning wordt geëxploiteerd. Ook inhoudelijk bekeken lijkt de brief van 19 september 2005 geen absoluut bevelend karakter te hebben. Er wordt volgens de gebruikte bewoordingen namelijk tot onmiddellijke stopzetting van de activiteiten "verzocht". Een verzoek, zelfs al wordt het "met aandrang” geformuleerd, is echter nog geen "bevel" in de zin van artikel 65 van Vlarem I. Met zijn schrijven van 19 september 2005 geeft de burgemeester dan ook slechts mededeling van zijn zienswijze omtrent de actuele rechtstoestand van de helihaven en van de daarmee samenhangende gevolgen op het vlak van de verdere exploitatie van de inrichting die voortvloeien uit het milieuvergunningsdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat prima facie dient te worden besloten dat de bestreden brief van 19 september 2005 geen uitvoerbare beslissing is die voor vernietiging vatbaar is; dat de exceptie kan worden aangenomen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. VII-35.083-5/6 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen februari tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-35.083-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.690 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.013 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.