id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.821 Rolnummer: A. 167076/IX-5096 Zaak: Arrest 154821 - Personeel van de rechterlijke orde - 13/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-22 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 09:04 Fiche Arrest nr 154.821 van 13 februari 2006 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.821 van 13 februari 2006 in de zaak A. 167.076/IX-
- In zake : Paul DE BAERE, die woonplaats kiest bij advocaat C. DE WOLF, kantoor houdende te MAARKEDAL, Etikhovestraat 6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177/
- tussenkomende partij : Guido VAN DE VELDE, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul DE BAERE op 21oktober 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 24 augustus 2005 waarbij Guido VAN DE VELDE benoemd wordt tot hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van hetzelfde besluit; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; IX-5096-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 januari 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van advocaten C. DE WOLF en J. TIMMERMANS, die verschijnen voor verzoeker, van advocaat J. MOSSELMANS, die loco advocaat P. PEETERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- In het Belgisch Staatsblad van 10 maart 2005 wordt de vacature bekendgemaakt van de betrekking van hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde. 1.
- Zeven personen, onder wie de verzoekende en de tussenkomende partij, stellen zich kandidaat. Verzoeker is griffier bij de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde. De tussenkomende partij is hoofdgriffier van het vredegerecht van het kanton Ninove. IX-5096-2/7 1.
- Beide kandidaten krijgen het advies “zeer gunstig” van de procureur des Konings te Oudenaarde. 1.
- De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde geeft het advies “uiterst gunstig” over verzoeker en “zeer gunstig” over de tussenkomende partij. De voorzitter van de rechtbank stelt in zijn advies dat verzoeker “de beste kandidaat is (langste staat van dienst binnen de griffie, volkomen vertrouwdheid met de plaatselijke werking en onmiddellijke inzetbaarheid) dit naast eerder subjectieve wegingsfactoren (persoonlijkheid, bekwaamheid, inzet en werkkracht, integrale steun van het personeel)”. 1.
- Bij koninklijk besluit van 24 augustus 2005 wordt de tussenkomende partij benoemd tot hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde.
- Overwegende dat Guido VAN DE VELDE met een verzoekschrift van 10 november 2005 vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussen- komen; dat aangezien Guido VAN DE VELDE de begunstigde is van het bestreden besluit, op die vraag kan worden ingegaan;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
- Overwegende dat verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij vreest te zullen ondergaan als volgt beschrijft : “(...) Hierbij beroept Verzoekende Partij zich inzonderheid op het zeer substantieel moreel nadeel dat voor hem voortvloeit uit de Bestreden Beslissing. Hoewel in het benoemingscontentieux uw Raad als algemene regel hanteert dat een moreel nadeel wordt hersteld door de morele genoegdoening welke een nietigverklaring met terugwerkende kracht verleent, wordt eveneens onder uitzonderlijke omstandigheden door uw Raad aangenomen dat een moreel nadeel enkel door een schorsing van de Bestreden Beslissing kan worden IX-5096-3/7 weggenomen of vermeden, met name in de gevallen waarvoor daarvoor specifieke redenen gelden. Onder meer wordt hierbij verwezen naar de situatie waarbij de beoordeling er de facto op neerkomt dat redenen voor handen zijn die ertoe leiden dat een persoon wordt geacht totaal ongeschikt te zijn om in de toekomst betrekkingen zoals deze welke zij ambieert, uit te oefenen (R.v.St., Van Dessel, nr. 120.627 van 16 juni 2003). Welnu, in casu is een dergelijke uitzonderlijke situatie aanwezig. Immers, zoals blijkt uit het administratief dossier is Verzoekende Partij sinds 1 oktober 1986 werkzaam op de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde. Zoals blijkt uit het beoordelingsverslag van de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde heeft Verzoekende Partij in zijn functie blijk gegeven van een deskundigheid, leidinggevende capaciteiten, en dit gekoppeld aan een door de tijd heen verworven grondige kennis en inzicht in de werking van de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde. Verzoekende Partij kan, tengevolge van zijn onverdroten inzet, en zijn persoonlijkheids- en ervaringskenmerken, pogen op een uitstekende referentie, zoals die wordt bevestigd door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde in zijn advies. De bewoordingen ter zake zijn duidelijk, m.n. in alle objectiviteit is Verzoekende Partij de beste kandidaat nu hij getuigt van de langste staat van dienst binnen de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg, een volkomen vertrouwdheid met de plaatselijke werking en een onmiddellijke inzetbaarheid. Deze ervaringskenmerken worden verder vervolledigd met een positieve evaluatie op het vlak van persoonlijkheid, bekwaamheid inzet en werkkracht, alsmede steun van de andere medewerkers van de griffie. In het licht van deze omstandigheden is het evident dat Verzoekende Partij tengevolge van de Bestreden Beslissing een moreel nadeel lijdt dat enkel en uitsluitend teniet kan worden gedaan indien uw Raad op korte termijn tot de schorsing van de Bestreden Beslissing overgaat. Het spreekt voor zich dat, onder de huidige omstandigheden, het door Verzoekende Partij geleden moreel nadeel , niet kan teniet gedaan worden door de gebeurlijke latere vernietiging van de Bestreden Beslissing door uw Raad. Immers, op het tijdstip dat deze vernietiging zal tussenkomen, zal het door Verzoekende Partij sinds bijna 20 jaar met onverdroten inzet en energie opgebouwde werkingskader binnen de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde, reeds totaal gewijzigd en veranderd zijn. Bovendien zullen de medewerkers van de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde, uitgaande van de beoordeling die aan Verzoekende Partij werd verstrekt, om begrijpelijke redenen ernstige bedenkingen koesteren bij de persoonlijke bekwaamheid van Verzoekende Partij om het geambieerde ambt van hoofdgriffier uit te oefenen, niettegenstaande het feit dat de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde ter zake een uiterst gunstig advies heeft verleend. Verzoekende Partij, die jarenlang inspanningen heeft verleend om een goed en degelijk inzicht te verwerven in de werking van de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde en dit vertaald en veruitwendigd heeft in het beleidsplan dat bij zijn kandidatuur was gevoegd, ziet zich door de Bestreden Beslissing niet alleen op definitieve wijze de mogelijkheid ontnomen om dit beleidsplan in de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde te implementeren. Bovendien heeft de Bestreden Beslissing tot gevolg dat Verzoekende Partij als gevolg van de Bestreden Beslissing, bij de andere medewerkers van de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde zal gekwalificeerd worden als zijnde ‘ongeschikt’ om de betrekking van hoofdgriffier uit te oefenen, wat vanzelfsprekend kennelijk klemt met de IX-5096-4/7 vaststelling dat de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde in zijn uiterst gunstig advies Verzoekende Partij objectief als de beste kandidaat had aangemerkt. Op basis van het geheel van voormelde overwegingen meent Verzoekende Partij dan ook dat op meer dan afdoende wijze is aangetoond dat de Bestreden Beslissing hem een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel berokkent, bestaande uit hoofdzakelijk een moreel nadeel dat op zekere wijze een ernstige aantasting inhoudt wat betreft zijn geschiktheid om het ambt van hoofdgriffier uit te oefenen. Bijkomend heeft de Bestreden Beslissing tot gevolg dat de inspanningen die Verzoekende Partij zich gedurende meer dan 20 jaar heeft getroost om uiteindelijk door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde gekwalificeerd te worden als ‘in alle objectiviteit beste kandidaat’ onherroepelijk en op definitieve wijze zullen teloorgaan en dat met name een eventuele vernietiging van de Bestreden Beslissing door uw Raad onmogelijk zal volstaan om het aangevoerde moreel nadeel in hoofde van Verzoekende Partij te herstellen.”; 4.
- Overwegende dat verzoeker een moreel nadeel aanvoert; dat hij niet betwist dat een moreel nadeel in principe wordt hersteld door de morele genoegdoening welke een vernietiging met terugwerkende kracht verleent; dat uitzonderlijk het moreel nadeel enkel door een schorsing kan worden weggenomen of vermeden wanneer daarvoor specifieke redenen gelden, zoals, wanneer de betrokkene het voorwerp is van afkeuring of minachting of wanneer de niet- benoeming steunt op gegevens die hem in een slecht daglicht plaatsen; dat dit onder meer zo is wanneer die beoordeling erop neerkomt dat hij om redenen die zijn persoon betreffen totaal ongeschikt wordt geacht om in de toekomst tot betrekkingen zoals die welke hij ambieert, bevorderd te worden; dat verzoeker meent dat in deze zaak er dergelijke specifieke redenen voorhanden zijn, meer bepaald dat de medewerkers van de griffie ingevolge de bestreden beslissing ernstige bedenkingen zullen koesteren bij zijn persoonlijke bekwaamheid en hij als ongeschikt zal gekwalificeerd worden om de betrekking van hoofdgriffier uit te oefenen; Overwegende dat het feit dat de benoemende overheid de voorkeur heeft gegeven aan een kandidaat die reeds hoofdgriffier is en die bovendien een langere dienstanciënniteit heeft, evenwel niet inhoudt dat de bekwaamheid en geschiktheid van verzoeker om de betrekking van hoofdgriffier uit te oefenen negatief beoordeeld worden; dat geen enkele overweging van het bestreden besluit noch de voorafgaande adviezen en nota's enig ongunstig oordeel over verzoeker bevatten; dat louter uit het feit dat iemand bij een vacature waarvoor er meerdere kandidaten zijn niet benoemd wordt, niet kan worden afgeleid dat de betrokkene als onbekwaam of ongeschikt wordt beoordeeld; dat verzoeker overigens zelf verwijst naar het uiterst IX-5096-5/7 gunstig advies dat de voorzitter van de rechtbank over zijn kandidatuur heeft uitgebracht; Overwegende dat verzoeker ook meent dat de inspanningen die hij zich jarenlang heeft getroost door de bestreden beslissing definitief en onherroepelijk verloren zullen gaan; dat hierbij echter moet worden opgemerkt, vooreerst, dat het risico niet benoemd te worden inherent is aan elke kandidaatstelling, zodat degene die kandideert meteen ook met de teleurstelling van een eventuele mislukking rekening moet houden; dat voorts niet in te zien valt waarom verzoekers verdiensten niet meer in aanmerking zouden kunnen genomen worden wanneer na de eventuele vernietiging van de bestreden beslissing opnieuw tot benoeming van een hoofdgriffier zou moeten worden overgegaan; dat bovendien verzoeker er ten onrechte van uit lijkt te gaan dat hij zijn inspanningen slechts zou kunnen valoriseren door een benoeming tot hoofdgriffier van de rechtbank waar hij momenteel werkzaam is; dat de bestreden beslissing echter niet uitsluit dat verzoeker zijn verdiensten ook bij andere sollicitaties kan doen gelden, zodat zijn benoeming tot hoofdgriffier van een rechtbank mogelijk blijft;
- Overwegende dat verzoeker niet aantoont dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat dan ook niet voldaan is aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gestelde cumulatieve schorsingsvoorwaarde, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Guido VAN DE VELDE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. IX-5096-6/7 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien februari 2000 en zes, door : de H. J. DE BRABANDERE, voorzitter va n de Raad van State, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-5096-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.821 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.416 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.