← België

Arrest 154822 - - 13/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.822 Rolnummer: A. 141073/IX-3907 Zaak: Arrest 154822 - - 13/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 09:05 Fiche Arrest nr 154.822 van 13 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.822 van 13 februari 2006 in de zaak A. 141.073/IX-

  1. In zake : Fredien MAES, die woonplaats kiest te SINT-NIKLAAS, Schongaustraat 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CARÊME, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4 bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Fredien MAES op 2 september 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing genomen op 26 augustus 2003 door de directeur van het penitentiair complex te Brugge, waarbij verzoeker de tuchtmaatregel van het “strikt” regime werd opgelegd; Gelet op het arrest nr. 122.610 van 9 september 2003 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 18 september 2003 door verzoeker; Gelet op de beschikking van 25 september 2003 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; IX-3907-1/4 Gelet op de beschikking van 21 december 2005, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 januari 2006; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat H.-K. CARÊME, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de met het onderhavige beroep bestreden tuchtmaatregel van 26 augustus 2003, blijkens een brief van 4 september 2003, bevestigd op 5 oktober 2003, retroactief is ingetrokken; dat hij is vervangen door een op 14 oktober 2003 opgelegde identieke maatregel, met dien verstande “dat de reeds ondergane tuchtmaatregel in mindering zal gebracht worden, te weten 9 dagen”; dat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid die verzoeker tegen de tuchtmaatregel van 26 augustus 2003 had ingesteld, verworpen werd bij arrest nr. 122.610 van 9 september 2003; dat verzoeker ook tegen de beslissing van 14 oktober 2003 een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft ingesteld (zaak A. 142.878/IX- 3962); Overwegende dat de verwerende partij stelt dat het onderhavige beroep, ingevolge de intrekking van de bestreden handeling, doelloos is geworden; Overwegende dat verzoeker daartegen laat gelden dat in de brief van 4 september 2003 alleen gezegd wordt dat de maatregel “vanaf heden werd ingetrokken”, dat echter niet in te zien valt hoe een gedurende negen dagen uitgevoerde tuchtstraf retroactief ingetrokken kan worden en dat artikel 88, tweede IX-3907-2/4 lid, van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 de directeur weliswaar de bevoegdheid verleent om de uitvoering van de opgelegde tuchtsancties op te heffen, maar hij zijn bevoegdheid te buiten gaat door de tuchtbeslissing zelf op te heffen of ongedaan te maken; Overwegende dat de overheid die bevoegd is om een tuchtstraf op te leggen ook bevoegd is om die tuchtstraf in te trekken; dat zij ingevolge de intrekking, evenals na een vernietiging ervan door de Raad van State, geacht moet worden nooit te hebben bestaan; dat te dezen de intrekking van de tuchtsanctie uiteraard niet het feit ongedaan maakt dat verzoeker die sanctie gedurende negen dagen ondergaan heeft; dat ook een vernietiging zulks echter niet voor gevolg kan hebben; dat wat dat betreft overigens moet worden vastgesteld dat de directeur de negen dagen strikt regime die verzoeker ingevolge de ingetrokken sanctie ondergaan heeft in mindering heeft gebracht van de tuchtsanctie die op 14 oktober 2003 werd uitgesproken; dat het onderhavige beroep dan ook doelloos is geworden en kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat verzoeker vraagt dat deze zaak zou worden samengevoegd met zijn beroep tegen de beslissing van 14 oktober 2003; dat de redenen welke hij daarvoor aanvoert echter niet kunnen worden bijgevallen: de in het geding zijnde partijen zijn weliswaar dezelfde, maar het voorwerp is verschillend, in die zin zelfs dat er in de onderhavige zaak geen voorwerp meer is; men ziet niet in hoe in de zaak tegen de beslissing van 14 oktober 2003 een uitspraak zou kunnen volgen die tegenstrijdig is met de vaststelling dat de beslissing van 26 augustus 2003 ingetrokken is; dat er grond is tot toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. IX-3907-3/4 Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de Belgische Staat. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien februari 2000 en zes , door : de H. J. DE BRABANDERE voorzitter van de Raad van State, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3907-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.822 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.122.610 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.