id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.839 Rolnummer: A. 160909/XIV-22064 Zaak: Arrest 154839 - - 13/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-22 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 09:17 Fiche Arrest nr 154.839 van 13 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.839 van 13 februari 2006 in de zaak A. 160.909/XIV-22.
- In zake: Rafael ASENCIO, die woonplaats kiest bij Advocaat C. VANCOILLIE, kantoor houdende te 9090 MELLE, Brusselsesteenweg 123 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te 3078 KORTENBERG, Veldstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rafael ASENCIO, van Nederlandse nationaliteit, op 17 maart 2005 heeft ingediend om vernietiging te vorderen van het besluit van de Minister van Justitite van 12 januari 2005 waarbij de uitlevering van verzoeker wordt toegestaan aan de regering van de Verenigde Staten van Amerika, aan de verzoekende partij betekend op 20 januari 2005; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 15 juni 2005; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XIV-22.064-1/2 Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op der- tien februari tweeduizend en zes, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-22.064-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.839 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.