← België

Arrest 154882 - - 14/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.882 Rolnummer: A. 112768/X-10664 Zaak: Arrest 154882 - - 14/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-03 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 09:24 Fiche Arrest nr 154.882 van 14 februari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.882 van 14 februari 2006 in de zaak A. 112.768/X-10.

  1. In zake : Claude FIEVEZ, die woonplaats kiest bij Advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Claude FIEVEZ op 13 november 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 12 september 2001 van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening waarbij, eensdeels, het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd tegen het besluit van 6 november 2000 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij hem de vergunning wordt verleend voor het wijzigen van de bestemming van een woning tot kantoorgebouw aan de Mechelsesteenweg te Kraainem op een perceel, kadastraal bekend Sectie C, nr 74y, en waarbij, anderdeels, voormeld besluit van de bestendige deputatie wordt vernietigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 3 februari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-10.664-1/6 Gelet op de beschikking van 29 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. DE PRETER die loco Advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor verzoeker, van Advocaat T. DE KETELAERE die loco Advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker op 9 december 1999 bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Kraainem een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het wijzigen van de bestemming van een woning tot kantoorgebouw aan de Mechelsesteenweg te Kraainem op een perceel, kadastraal bekend Sectie C, nr 74y; dat het betrokken perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is gelegen in woonpark; dat het niet is gelegen binnen het gebied van een door de Koning -thans Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 25 januari 2000 de gevraagde vergunning heeft geweigerd op grond van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar; dat verzoeker hiertegen op 27 maart 2000 beroep heeft ingesteld bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant; dat de bestendige deputatie bij besluit van 6 november 2000 het beroep heeft ingewilligd en de gevraagde vergunning heeft verleend; dat de gemachtigde ambtenaar op 22 december 2000 beroep heeft ingesteld bij de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening tegen het besluit van de bestendige deputatie; dat de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening bij het bestreden besluit van 12 september 2001 het beroep van de gemachtigde ambtenaar heeft ingewilligd en dienvolgens het besluit van de bestendige deputatie van 6 november 2000 heeft vernietigd; X-10.664-2/6 Overwegende dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van artikel 53 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, doordat de Minister het beroep van de gemachtigde ambtenaar ontvankelijk verklaart, en vervolgens de vergunning weigert, ook al was bij het beroep van de gemachtigde ambtenaar een bijlage gevoegd die niet naar de aanvrager werd verstuurd, terwijl de gemachtigde ambtenaar luidens voormeld artikel 53 een afschrift van zijn beroepschrift dient te verzenden aan de aanvrager, gelijktijdig met zijn beroep, en dergelijk afschrift dient te worden begeleid met alle bijlagen van het beroepschrift; dat luidens de vermeldingen van het beroepsschrift van 22 december 2000 van de gemachtigde ambtenaar gericht aan de minister bij het beroepsschrift één bijlage was gevoegd, namelijk een "dossier", dat aan hem slechts een schrijven met twee bijlagen werd verstuurd, namelijk een tekst omtrent de beroepsmogelijkheden, het recht om gehoord te worden en de mogelijkheid om een rappelbrief te versturen, en een afschrift van het beroepsschrift doch zonder bijlage, met andere woorden zonder "het dossier -wat hiermee ook moge bedoeld worden."; Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat in het schrijven van 22 december 2000 van de gemachtigde ambtenaar houdende beroep bij de minister geenszins sprake is van "het dossier", dat het beroepsschrift zodoende volledig en met de vereiste bijlagen werd verstuurd; Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord betoogt dat de exemplaren van het beroepsschrift dat aan hem en zijn raadsman werden toegestuurd elk vermelden dat er in bijlage een dossier werd toegevoegd, dat uit nazicht van het administratief dossier ter griffie blijkt dat op het exemplaar dat aan de Minister werd gericht eveneens wordt vermeldt dat er een dossier in bijlage is toegevoegd, dat aan de Minister een grote enveloppe werd gericht, terwijl hij een kleine enveloppe kreeg toegestuurd wat dus wel op een andere inhoud duidt, namelijk met en zonder dossier; Overwegende dat artikel 53, § 2, eerste lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, zoals het van toepassing was op het ogenblik van het bestreden besluit, bepaalt wat volgt : "§
  3. Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar kunnen bij de Vlaamse Regering in beroep komen binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van de vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep, X-10.664-3/6 schorst de vergunning. Het wordt terzelfder tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse Regering gebracht. Komt de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien kennis aan het college."; Overwegende dat voormelde wetsbepaling voorschrijft dat de gemachtigde ambtenaar het beroep terzelfder tijd aan de aanvrager ter kennis brengt; dat hiermee bedoeld is het beroep zelve, d.i. de integrale tekst van het aangetekend schrijven met al zijn bijlagen; dat uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 december 1970, die o.m. artikel 55 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw -nadien artikel 53 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996- grondig heeft gewijzigd, blijkt dat het verhoor van de aanvrager, van het college van burgemeester en schepenen, en van de gemachtigde ambtenaar bedoeld is als een middel om in de twee trappen van beroep "de gelegenheid te geven tot een behandeling van de aanvraag op tegenspraak", waarbij genoemde partijen "op gelijke voet worden gesteld"; dat wil de door de wetgever beoogde objectieve rechtsbede- ling bereikt worden, de gelijke behandeling van de partijen een onmisbare vereiste is; dat dienvolgens de bouwaanvrager, ten aanzien van de aanzegging van het beroep, op gelijke voet moet worden gesteld met de minister; dat dit betekent dat de aanvrager moet beschikken over het beroepschrift waarover de minister beschikt; Overwegende dat de gemachtigde ambtenaar met een ter post aangetekende brief van 22 december 2000 beroep heeft aangetekend bij de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening tegen de beslissing van 6 november 2000 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij verzoekers beroep werd ingewilligd; dat in dit beroepsschrift onder bijlagen "dossier" wordt vermeld; dat de gemachtigde ambtenaar met een ter post aangetekende brief van dezelfde datum aan verzoeker meedeelt beroep aan te tekenen tegen de beslissing van 6 november 2000 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams- Brabant waarbij verzoekers beroep werd ingewilligd; dat twee bijlagen aan het begeleidend schrijven werden toegevoegd met name een tekst omtrent de beroepsmogelijkheden en een afschrift van het beroepsschrift van de gemachtigde ambtenaar, zoals het werd gericht aan de bevoegde Minister, met de vermelding "dossier" onder de rubriek bijlagen; dat de stukken van het dossier het standpunt van de verwerende partij tegenspreken waar zij stelt dat in het beroepsschrift van de gemachtigde ambtenaar geen sprake is van een dossier; dat het aan de verwerende partij toekomt, als beroepster, bij betwisting aan te tonen dat ze heeft voldaan aan de in artikel 53, § 2, eerste lid bepaalde substantiële pleegvorm; dat de verwerende partij X-10.664-4/6 hiertoe zelfs geen enkele poging onderneemt; dat verzoeker door het verzuim van de gemachtigde ambtenaar in het ongewisse is gebleven over de inhoud van het "dossier" dat deel uitmaakte van het beroepsschrift dat aan de bevoegde Vlaamse Minister werd overgezonden; dat een substantieel vormvoorschrift is geschonden; dat het tweede middel gegrond is; BESLUIT: Artikel
  4. Vernietigd wordt het besluit van 12 september 2001 van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening waarbij, eensdeels, het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd tegen het besluit van 6 november 2000 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij aan Claude FIEVEZ de vergunning wordt verleend voor het wijzigen van de bestemming van een woning tot kantoor- gebouw aan de Mechelsesteenweg te Kraainem op een perceel, kadastraal bekend Sectie C, nr 74y, en waarbij, anderdeels, voormeld besluit van de bestendige deputatie wordt vernietigd. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. X-10.664-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien februari 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.664-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.882 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.