id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.883 Rolnummer: A. 73142/X-7221 Zaak: Arrest 154883 - - 14/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-02 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 09:25 Fiche Arrest nr 154.883 van 14 februari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.883 van 14 februari 2006 in de zaak A. 73.142/X-7.
- In zake : Nicole CLOSSET, die woonplaats kiest bij Advocaat J. VANMUYSEN, kantoor houdende te 3510 KERMT-HASSELT, Diestersteenweg 146 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat R. VAN RIET, kantoor houdende te 9250 WAASMUNSTER, Nijverheidslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Nicole CLOSSET op 5 februari 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 9 december 1996 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, houdende eensdeels, inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar en van het beroep van het College van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt tegen het besluit van 19 juni 1996 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij haar de vergunning wordt verleend voor de regularisatie van een woongelegenheid in zolderverdieping aan de Rode Rokstraat 26 te Kuringen-Hasselt, op een perceel kadastraal bekend Sectie E, nr. 110 v., anderdeels, vernietiging van voormeld besluit van 19 juni 1996 van de bestendige deputatie; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 12 juli 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-7221-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 29 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. LESIRE die loco Advocaat J. VANMUYSEN verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster eigenares is van een perceel aan de Rode Rokstraat 26 te Kuringen-Hasselt; dat de betrokken grond volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk is gelegen in woongebied; dat het perceel eveneens is gelegen binnen de grenzen van een niet vervallen verkaveling waarvoor het College van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt op 21 mei 1992 de vergunning heeft verleend; dat de verkavelingsvoorschriften verwijzen naar de voorschriften van het bij koninklijk besluit van 29 mei 1972 goedgekeurd en bij ministerieel besluit van 15 september 1982 in herziening gestelde bijzonder plan van aanleg "Rode Rok"; dat deze voorschriften op die plaats een zone voor open bebouwing voorzien; dat artikel 9 van de stedenbouwkundige voorschriften "vrijstaande en gekoppelde woningen" toelaat; dat de verzoekster op 30 september 1993 een bouwvergunning heeft verkregen van het College van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt voor het oprichten van een halfopen bebouwing, met een woongelegenheid op elk van de twee voorziene bouwlagen en onder het dak een zolderruimte; dat de stad Hasselt voorafgaandelijk aan de afgifte van de bouwvergunning, in antwoord op een "princiepsvraag" vanwege de verzoekster, met een brief gedagtekend 16 juli 1993, heeft meegedeeld dat het ontwerp voor een vergunning in aanmerking kwam, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat in de ruimte onder het dak geen afzonderlijke woongelegenheid mag worden ingericht; dat de verzoekster nadien, zonder daartoe over de vereiste bouwvergunning te beschikken, de zolderverdieping heeft X-7221-2/6 omgebouwd tot een woongelegenheid; dat hiertoe het raam in de rechter zijgevel werd vergroot, dat achteraan een dakterras werd ingewerkt en dat bijkomende dakvlakramen zijn aangebracht; dat een ambtenaar van de stad Hasselt op 18 oktober 1995 lastens de verzoekster proces-verbaal van overtreding heeft opgesteld wegens het "inrichten, ombouwen van zolderverdieping tot studio strijdig met vergunning d.d. 30/9/93"; dat de verzoekster ter regularisatie van de gepleegde bouwovertreding op 1 december 1995 een bouwaanvraag heeft ingediend bij het College van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 21 december 1995 de regularisatievergunning heeft geweigerd; dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg bij besluit van 19 juni 1996 het beroep van de verzoekster tegen de weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen heeft ingewilligd en de gevraagde vergunning heeft verleend; dat zowel de gemachtigde ambtenaar, als het college van burgemeester en schepenen beroep hebben ingesteld tegen deze inwilligingsbeslissing bij de Vlaamse regering; dat de raadsman van de verzoekster in toepassing van het op dat ogenblik geldende artikel 52, § 2, vierde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, met een ter post aangetekende brief van 24 oktober 1996 de zaak aan de Vlaamse regering heeft gerappeleerd; dat het Hoofdbestuur van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen met een brief gedagtekend 14 november 1996 aan de verzoekster heeft meegedeeld dat voormelde brief niet als een rappelbrief kan worden aangenomen vermits deze niet voldoet aan de voorschriften bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 9 november 1994 tot vaststelling van de vormvoorschriften na te leven door de aanvrager van een bouw- of verkavelingsvergunning bij de verzending van de rappelbrief bedoeld in artikel 55, § 2, vierde lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; dat de raadsman van de verzoekster met een ter post aangetekende brief van 19 november 1996 de zaak opnieuw aan de Vlaamse regering heeft gerappeleerd; dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening bij het thans bestreden besluit van 9 december 1996 het beroep van de gemachtigde ambtenaar en van het college van burgemeester en schepenen heeft ingewilligd en laatstgenoemde beslissing heeft vernietigd; dat dit besluit met een ter post aangetekende brief van 12 december 1996 aan de verzoekster ter kennis wordt gebracht; X-7221-3/6 Overwegende dat de Raad van State, in voorkomend geval ambtshalve, de bevoegdheid van de steller van de aangevochten akte dient te onderzoeken; Overwegende dat het op het ogenblik van het bestreden besluit geldende artikel 53, § 2, vierde en vijfde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 bepaalt wat volgt : "Van de beslissing van de Vlaamse regering wordt aan de partijen kennis gegeven binnen zestig dagen na afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat. Ingeval de partijen worden gehoord, wordt de termijn met vijftien dagen verlengd. Bij gebreke kan de aanvrager de zaak bij aangetekende brief aan de Vlaamse regering rappeleren. Heeft de aanvrager geen beslissing ontvangen bij het verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen met ingang van de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven, dan mag hij zonder verdere formaliteiten overgaan tot het uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mits hij zich gedraagt naar de aanwijzingen van het dossier dat hij heeft ingediend, naar de decreten en verordeningen, met name naar de voorschriften van de goedgekeur- de plannen van aanleg, alsmede naar de bepalingen van de verkavelingsvergun- ning; is het beroep door het college of de gemachtigde ambtenaar ingesteld, dan mag de aanvrager overgaan tot het uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mits hij zich gedraagt naar de beslissing van de bestendige deputatie."; Overwegende dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing van 19 juni 1996 van de bestendige deputatie houdende inwilliging van het beroep van verzoekster werd ingesteld met een ter post aangetekende brief van 8 juli 1996 en dat het beroep van het College van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt werd ingesteld met een ter post aangetekende brief van 12 juli 1996; dat de bevoegde Vlaamse Minister niet heeft beslist binnen de door voormeld artikel 53, § 2, vierde lid, bepaalde termijn van 75 dagen; dat verzoekster de zaak met een ter post aangetekende brief van 24 oktober 1996 aan de minister heeft gerappelleerd; dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening bij het bestreden besluit van 9 december 1996 over het beroep uitspraak heeft gedaan; dat dit besluit met een ter post aangetekende brief verzonden op donderdag 12 december 1996 aan verzoekster ter kennis werd gebracht; dat verzoekster deze brief ten vroegste kan hebben ontvangen op vrijdag 13 december 1996, d.i. de 48ste dag na de afgifte ter post van haar rappelbrief van 24 oktober 1996; Overwegende dat verzoekster met een op 19 november 1996 ter post aangetekend verzonden brief de zaak opnieuw aan de Minister heeft X-7221-4/6 gerappelleerd ingevolge de mededeling bij brief van 14 november 1996 van het Hoofdbestuur van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen dat voormelde brief van 24 oktober 1996 niet als een geldige rappelbrief in aanmerking kon worden genomen vermits deze niet voldeed aan de voorschriften bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 9 november 1994 tot vaststelling van de vormvoorschriften na te leven door de aanvrager van een bouw- of verkavelingsvergunning bij de verzending van de rappelbrief bedoeld in artikel 55, § 2, vierde lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; dat inmiddels evenwel voormeld besluit van de Vlaamse regering van 9 november 1994 evenals het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot wijziging van dit besluit bij arrest nr. 86.003 van 15 maart 2000 werd vernietigd; dat dit besluit aldus moet worden geacht ab initio uit de rechtsorde te zijn verdwenen; dat niet blijkt, en verwerende partij ook niet beweert, dat verzoekster afstand heeft gedaan van haar rappelbrief van 24 oktober 1996; dat evenmin blijkt en de verwerende partij ook niet beweert dat dit geen geldige rappelbrief is in de zin van artikel 53, § 2, vierde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat verzoekster het bestreden besluit buiten termijn heeft ontvangen; dat dit besluit derhalve geen rechtsgevolgen meer kan sorteren en het besluit van 19 juni 1996 van de bestendige deputatie haar rechtsgevolgen herneemt; dat omwille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer het bestreden besluit dient te worden vernietigd; BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 9 december 1996 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende, eensdeels, inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar en van het College van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt tegen het besluit van 19 juni 1996 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij aan Nicole CLOSSET de vergunning wordt verleend voor de regularisatie van een woongelegenheid in zolderverdieping aan de Rode Rokstraat 26 te Kuringen-Hasselt, op een perceel kadastraal bekend Sectie E, nr. 110 v en waarbij, anderdeels, voormeld besluit van 19 juni 1996 van de bestendige deputatie werd vernietigd. X-7221-5/6 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien februari 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-7221-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.883 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.