← België

Arrest 154885 - - 14/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.885 Rolnummer: A. 67906/X-10181 Zaak: Arrest 154885 - - 14/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-03 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 09:26 Fiche Arrest nr 154.885 van 14 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.885 van 14 februari 2006 in de zaak A. 67.906/X-10.

  1. In zake :
  2. José COCQUYT,
  3. Francine LIPS, wonende te 9800 DEINZE, Wildonkenstraat 14 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. Tollenaere, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat José COCQUYT en Francine LIPS op 1 maart 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 8 december 1995 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening waarbij aan verzoekers de bouwvergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een woning (na het slopen van een bestaande constructie) aan de Wildonkenstraat te Deinze, op een perceel, kadastraal bekend Sectie A, nrs. 229 e - 232 d (lot 3); Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 7 maart 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-10.181-1/5 Gelet op de beschikking van 30 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 november 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaten Chr. DE NEVE en W. CHEYNS die verschijnen voor de verzoekende partijen en van Advocaat K. VANBINST die loco Advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste Auditeur- Afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekers eigenaar zijn van gronden gelegen aan de Wildonkenstraat te Deinze (Meigem), kadastraal bekend Sectie A, nrs. 229 d, 229 e, 230 c en 232 d; dat deze gronden volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 24 februari 1977 vastgestelde gewestplan zijn gelegen in agrarisch gebied; dat zij niet zijn gelegen binnen het beheersingsgebied van een door de Koning -thans Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat de door verzoekers gevraagde verkavelingsvergunning voor het bouwterrein in drie loten in hoger beroep werd geweigerd; dat verzoekers, zich beroepend op de overgangsbepalingen van artikel 87 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 1994, op 29 maart 1995 bij het College van burgemeester en schepenen van de stad Deinze drie afzonderlijke bouwaanvragen voor het oprichten van een woning aan de Wildonkenstraat (met identieke bouwplannen) hebben ingediend, te bouwen op percelen welke overeenstemmen met de loten van de hun geweigerde verkavelingsvergunning; dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Deinze bij besluit van 24 april 1995 een gunstig advies heeft verleend; dat het college van deskundigen in zitting van 21 november 1995 omtrent de drie bouwaanvragen een gemotiveerd ongunstig advies heeft verleend; dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening bij het thans bestreden besluit X-10.181-2/5 van 8 december 1995 de gevraagde bouwvergunning heeft geweigerd voor de oprichting van een woning op het perceel nr. 229 e - 232 d (lot 3); Overwegende dat, desnoods ambtshalve, dient te worden onderzocht of een verzoeker doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang; dat dit laatste niet het geval is onder meer indien de vergunningverlenende overheid in geval van vernietiging van het bestreden besluit, hoe dan ook verplicht is de gevraagde vergunning opnieuw te weigeren; Overwegende dat artikel 2, § 1, eerste en tweede lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, luidt als volgt : "De Vlaamse regering verleent bindende kracht aan de streek-, gewest- en gemeenteplannen. Alle voorschriften van de plannen van aanleg hebben dezelfde bindende kracht, ongeacht of zij grafisch zijn voorgesteld of niet. De plannen hebben verordenende kracht. Zij blijven gelden totdat zij door andere plannen kunnen worden vervangen na een herziening. Er mag alleen van worden afgeweken in de gevallen en in de vormen door dit decreet bepaald."; Overwegende dat uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat het perceel dat het voorwerp uitmaakt van de bouwaanvraag volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 24 februari 1977 vastgestelde gewestplan Oudenaarde is gelegen in "agrarisch gebied"; dat artikel 11.4.1., van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, bepaalt wat volgt: "De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven."; dat dit bestemmingsvoorschrift niet toelaat dat voor het betrokken perceel een vergunning voor het bouwen van een woning wordt verleend; dat artikel 171, derde lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, de uitzonderingsregeling vervat in de bepaling van artikel 87 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 1994, die samen met andere wijzigings-, overgangs-, en opheffingsbepalingen, almede reeds voorbijgestreefde bepalingen als bijlage 2 was gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van X-10.181-3/5 22 oktober 1996 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 24 september 1996 tot coördinatie van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, heeft opgeheven met ingang van 1 mei 2000; dat thans geen enkele wettelijke bepaling toelaat voor het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning met een voorwerp als het voorliggende, van voormeld bestemmingsvoorschrift af te wijken; dat de vergunningverlenende overheid, wanneer zij uitspraak doet over een bouw- of verkavelingsaanvraag, niet gebonden is door de regelgeving die van toepassing was op de datum van de aanvraag; dat zij integendeel als orgaan van het actief bestuur ertoe gehouden is de regelgeving toe te passen die geldt op het ogenblik dat zij over de aanvraag uitspraak doet; dat de vergunningverlenende overheid, gelet op de planologische bestemming van het perceel, in geval van vernietiging van het bestreden besluit, in de huidige stand van de regelgeving, hoe dan ook verplicht is de gevraagde bouwvergunning opnieuw te weigeren; dat om de hiervoor uiteengezette reden ambtshalve moet worden vastgesteld dat verzoekers niet doen blijken van het rechtens vereiste belang; dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. X-10.181-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien februari 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.181-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.885 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.