← België

Arrest 154887 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.887 Rolnummer: A. 164546/X-12393 Zaak: Arrest 154887 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-02 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 09:27 Fiche Arrest nr 154.887 van 14 februari 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 154.887 van 14 februari 2006 in de zaak A. 164.546/X-12.

  1. In zake : Emma VANSCHOONLANDT, die woonplaats kiest bij Advocaten W. VAN BETSBRUGGE en E. VANDEBEMPT, kantoor houdende te 3300 TIENEN, IVe Lansierslaan 70 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te 9255 BUGGENHOUT, Provincialebaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Emma VAN SCHOONLANDT op 25 juli 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 9 mei 2005 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Bierbeek en de gemeente Boutersem van openbaar nut wordt verklaard; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 november 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; X-12.393-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat W. VAN BETSBRUGGE die verschijnt voor verzoekster, en van Advocaat S. BEECKMAN die loco Advocaat I. LAUREYS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur bij het bestreden besluit van 9 mei 2005 de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Bierbeek en de gemeente Boutersem van openbaar nut heeft verklaard; dat de verzoekende partij medeëigenares is van het naast haar woning gelegen perceel, kadastraal bekend Bierbeek, 3e afdeling, sectie B, nr. 217 c; dat het de inneming nr. 1 van het project "Collector Bruelbeek" nr. 20.463 vormt; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat X-12.393-2/5 met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de verzoekende partij het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kan berokkenen in het verzoekschrift tot schorsing uiteenzet als volgt : "De beslissing aangaande de vergunning ten gronde zal worden geveld NADAT de werken reeds zijn uitgevoerd indien er geen procedure in kortgeding wordt gevoerd. Vermits de werken van Aquafin een heel traject volgen is alsdan het kwaad geschied en een verlegging van de buizen onmogelijk. De stede(n)bouwkundige vergunning bestaat reeds; Huidige beslissing gaat over het traject; De aard der werkzaamheden heeft immers alleszins en zulks onbetwistbaar tot gevolg dat eens deze zijn uitgevoerd een verlegging van het tracé quasi onmogelijk is zodat inderdaad een nadeel wordt gecreëerd dat onherstelbaar, minstens zeer moeilijk herstelbaar is; Er mag bij dergelijke werkzaamheden niet worden vergeten dat het gans buizensysteem in feite één geheel uitmaakt en steeds aan elkaar gekoppeld moet blijven. Wanneer een traject in het ganse systeem wordt betwist en een ander alternatief wordt voorgelegd heeft dit alternatief slechts nut wanneer de andere rioleringswerken daarop nog kunnen aansluiten; Bovendien heeft het gebrek aan strenge voorwaarden bij de openbare nutsverklaring tot gevolg dat de bouwgrond wordt teniet gedaan zonder dat desbetreffend regelingen zijn voorzien maar bovendien, en wat voor de onherstelbaarheid (...) nog veel erger is, is het reële gevaar voor verzakking van de woonst. Hieromtrent werd geen enkele studie verricht. Uit de foto 3 h. blijkt nochtans onmiddellijk de opkomende waterstand bij een eerste graving wat niet verwonderlijk is wetende dat het gebied nog ooit in aanmerking kwam als waterwinningsgebied. Bij een eerste boring door de bodemonderzoekers werd trouwens omwille van de hoge waterstand ook meteen de werkzaamheden gestaakt; Droogzuiging van de grond zal alleszins meer dan noodzakelijk zijn waardoor het gevaar voor verzakking en/of overstroming realistisch wordt; Ook alle ander hinder zoals de geurhinder voor verzoekster is dan niet meer omkeerbaar; De buizen die passeren met bovengrondse duikers passeren op nog geen 15 meter van de huidige woonst met zelfs mogelijkheid tot bouwen tot tegen de perceelgrens, zijnde aldus boven de buizen; De gassen produceren per definitie een geurhinder en duikers worden voorzien om gassen te laten ontsnappen; De woonkwaliteit daalt aldus enorm; Bij een uitbreiding van de woonst stelt zich bovendien de vraag of überhaupt nog een toelating kan worden verleend om te bouwen boven een dergelijke riolering; De vraag stelt zich zelf(s) of het technisch nog mogelijk zou zijn daar er wat de diepte betreft blijkbaar niet wordt getracht rekening te houden met deze hypothese; (Dit volgt impliciet uit de reactie op geboden tweede alternatief waar men stelt aldaar de buizen te diep te moeten plaatsen)"; X-12.393-3/5 Overwegende dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn rechtstreekse oorzaak moet vinden in het aangevochten besluit; dat het bestreden ministerieel besluit enkel de verklaring van openbaar nut van de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur tot voorwerp heeft en geenszins de vergunning inhoudt voor de bouw van de geplande ondergrondse collector; dat de door de verzoekende partij aangevoerde nadelen niet rechtstreeks voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit maar uit de tenuitvoerlegging van de stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van bedoelde infrastructuur; dat de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar bij besluit van 15 januari 2004 aan de naamloze vennootschap AQUAFIN de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend voor het aanleggen van onder meer de betrokken "Collector Bruelbeek 20.463" ; dat de door verzoekende partij ingestelde vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit bij arrest nr. 135.865 van 11 oktober 2004 werd verworpen; dat de uiteenzetting van de verzoekende partij geen concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-12.393-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien februari 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.393-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.887 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.036 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.